In De Groene Amsterdammer van afgelopen week bespreekt Christiaan Weijts de queer-klassieker Written on the Body van Jeanette Winterson. Die is in de jaren negentig ook in het Nederlands uitgegeven als Op het lichaam geschreven, maar Weijts is geen fan van de vertaling van Gerrit de Blaauw. Plots heeft hij begrip voor jongeren die liever in het Engels lezen:

Neem die openingszin van Written on the Body. Zeven stralende woorden, die in marmer lijken gebeiteld. ‘Why is the measure of love loss?’ Vertaler Gerrit de Blaauw maakte hier iets van dat hinkelt en strompelt en tussendoor uitlegt wat het allemaal betekent: ‘Waarom schatten we de liefde pas op waarde als we haar missen?’

Waarom is de maat van liefde verlies? Was dat zo ingewikkeld? Blijkbaar. Maar missen is toch echt iets anders dan verliezen. Love loss: over die twee doffe slagen gaat dit boek, op het niveau van het verhaal.

Over het algemeen denken vertalers over iedere vertaalkeuze dubbel en dwars na en is het storend voor hen om te lezen dat daaraan wordt getwijfeld. Even later bevraagt Weijts opnieuw de capaciteiten van De Blaauw, die ondere andere The Handmaid’s Tale van Margaret Atwood beschikbaar maakte voor het Nederlands:

‘Wat een vreemde gedachte dat het stuk van jou dat ik het beste ken al dood is.’

Nee, dit is een doffe echo van de originele melodie: ‘Odd to think that the piece of you I know best is already dead.’

Misschien kan het niet, dat samengaan van achteloosheid en monumentaliteit opnieuw opbouwen in een andere taal. Maar de hoge inzet van dit boek is nu juist precies dat: een taal vinden. Eentje die het majestueus-bijbelse, het hitsig-lichamelijke én het klinisch-wetenschappelijke allemaal omvat.

Wat Weijts van het boek zelf vindt, lees je hier.