Bestseller

Afgelopen woensdag kregen auteurs én uw moderator een warm onthaal bij een literaire manifestatie in Haarlem. Geen wisselbad zoals doorgaans. Er was smaakvol gekookt voor de mensen op en rond het podium, het publiek had zich massaal vooraf verzekerd van een plek en bleef ook aanwezig toen de (kale) hoofdact door familieomstandigheden vóór in plaats van na de pauze zijn bronstige stemgeluid door de zaal liet schallen.

Het boek van de gevierde auteur, naar het schijnt binnenkort gratis af te halen in de boekhandel bij besteding van iets meer dan een tientje, handelt over een oudere man die een adembenemende jonge vrouw aan de haak heeft geslagen. De problematiek laat zich raden. Uw inktslaaf, ahum, bekend met een dergelijke situatie, slachtofferde zich volgaarne. Hij raakte in een stemming waarbij je (bijna) je ergste vijanden vergeeft. Er waren gelukkig genoeg drankmunten verstrekt.

‘Ik ben een vriendin van Facebook,’ zei een mevrouw uit het publiek. ‘Bedankt voor een mooie avond. Zou u ook niet eens een bestseller willen hebben?’

Wat daarop te zeggen? Uw inktslaaf werd na afloop door de organisator zelf, een uitgever van stand, in zijn ruime bolide naar het station gereden. Tijdens de treinreis naar Vlaanderen had hij genoeg tijd om een antwoord te formuleren op de prangende vraag van de mevrouw, een thrillerschrijfster trouwens. Had hij gelijk een lesje voor de schrijfstudenten.

De bestseller

Veel (aspirant)schrijvers dromen van een bestseller, of liever nog een wereldwijde megaseller. Erkenning, eeuwige roem en financiële onafhankelijkheid. Eindelijk de tijd om alleen maar bezig te zijn met je teksten. Toch kleven er ook bezwaren aan het succes. Ontelbare eendagsvliegen getuigen ervan. Gelouterde schrijvers, gewend om keer op keer als eenpersoonscircus op stap te gaan, kunnen de druk van een verkoophit of een grote prijs vaak wel aan, al waren zowel Gustave Le Clézio als Herta Müller blij dat ze na een jaar in de schijnwerpers het zwaarwegende stokje van de Nobelprijs konden doorgeven.

Succes kan ook beangstigend zijn als het een (jonge) auteur overvalt. Zoals de Italiaanse schrijver Paolo Giordano, die met zijn debuut De eenzaamheid van de priemgetallen een wereldwijde superhit scoorde.

De ene dag was ik nog bezig met onderzoek aan de universiteit, de volgende dag stond ik bovenaan de boekenlijsten. Ik werd zelf een studieobject. Een nieuwe ster aan het firmament die de absurd hoge verwachtingen maar even moest inlossen.

Nu is een tweede boek altijd lastig, maar onder deze omstandigheden al helemaal. Giordano maakte van zijn huis een vesting. Hij had met zijn roman willen afrekenen met de trauma’s uit zijn jeugd maar er onbedoeld nieuwe spoken mee gecreëerd. In tegenstelling tot J.D. Salinger, de koning van de heremieten, die zich na zijn culthit The Catcher in the Rye uit 1951 een levenlang niet meer liet zien, besloot Giordano als writer in residence naar een militaire basis in Afghanistan af te reizen. Als het ware om af te kicken, om even van het getouwtrek af te zijn.

Geïsoleerd van de (literaire) wereld, kon hij zich van zijn angsten bevrijden.

Succes is een eng beest, maar ook een groot geluk. Ik was er niet klaar voor. Nu koester ik mijn eerste roman. Zeker na mijn verblijf in Afghanistan. De strijd tegen de Taliban is een guerrillaoorlog, een gevecht tegen een zo goed als onzichtbare vijand. Het werpt je terug op jezelf, op de worsteling met je eigen verleden, op de strijd met je angsten. Ik kon mijn impasse in perspectief zien. Toen ik thuis kwam ben ik meteen gaan schrijven. Het resulteerde in Het menselijk lichaam. Een roman over Italiaanse soldaten in Afghanistan die hun jeugd achter zich laten. Eigenlijk is dit boek een verslag van mijn eigen catharsis. Ik ben de lastige grens naar volwassenheid gepasseerd. Ik weet dat er lezers zijn die wachten op mijn werk. Ik voel me vereerd, koester ze, maar raak er niet meer van in paniek.

Moet je wanneer je van plan bent om een megahit te scoren allereerst rekening houden met de lezer, bewust op zoek gaan naar een doelgroep? Verbreek je op die manier juist niet de magie? Iemand die zonder omhaal vertelt dat ze bewust met de lezer bezig is – en ook dat ze dyslectisch is, maar dit terzijde – is verkoopkanon Karin Slaughter.

Vlak voor het slapengaan pakken veel mensen nog een boek van het nachtkastje. Ik houd mijn hoofdstukken bewust kort, een pagina of vier à vijf. Vreemd genoeg kun je daardoor de lezer langer aan je binden. Ze zijn geneigd om voor de luikjes dichtvallen toch nog een paar extra bladzijden om te slaan. Bovendien kan de lezer door de lengte even “op adem komen”, zich afvragen hoe het verder gaat, of de al dan niet verborgen aanwijzingen begrepen zijn. Ik probeer daarbij spaarzaam te zijn met cliffhangers. Het verhaal zelf moet de spanning dragen. Ik vind dat ik er rekening mee moet houden dat ik een grote groep trouwe aanhangers heb. Die wil ik iets extra’s bieden. Het is denk ik de kunst om enerzijds je vaste lezers te belonen met een extra laag, een verwijzing naar een eerdere thriller bijvoorbeeld, en het boek daarnaast zo te schrijven dat na een korte introductie het verhaal op zichzelf te lezen is. Dat is nog helemaal niet zo eenvoudig.

De meeste schrijvers zullen zich hoogstens onbewust met de lezer bezighouden. David Grossman:

Ik ben mijn maagdelijkheid al heel wat jaren kwijt. Als ik al enige tijd werk aan een titel, is het magnetisme van het verhaal zelf datgene dat domineert. Ik kan dingen zeggen die destructief zijn voor mijn familie, voor de relatie met mijn vrouw, mijn ouders of mijn land. Maar ik werk niet voor hen. Ik ben in dienst van mijn protagonisten.

Iemand die wel een paar lezertjes in gedachten had, namelijk haar kinderen, maar die toch echt niet kon vermoeden welke duizelingwekkende gevolgen het publiceren van haar verhaaltjes voor het slapengaan zouden hebben, is ‘de moeder van Harry Potter’ J.K. Rowling. De tot in elke uithoek van de planeet bekende schrijfster is onlangs ontmaskerd als de ware auteur van de thriller The Cuckoo’s calling, zogenaamd geschreven door een ex-militair met twee kinderen genaamd Robert Galbraith.

Zij wilde waarschijnlijk dat haar boek onbevooroordeeld werd gelezen. Haar debuut voor volwassenen, vorig jaar gepubliceerd, in het Nederlands verschenen onder de titel Een goede raad, zuchtte onder de bekendheid van de schrijfster. De omgekeerde wereld. Het megasucces als een last. Je merkt dat Rowling in haar koekoeksjong weer plezier heeft in het schrijven. Ze maakt gebruik van alle middelen die het genre biedt zonder in clichématige valkuilen te belanden. Ze legt een mooi ei in het misdaadnest. Saillant detail: er wordt in het boek veel geklaagd over de zware wissel die beroemdheid op iemand trekt. Zoals bekend zucht Rowling nogal onder haar faam.

Er zijn er ook die kennelijk niet genoeg van de roem (casu quo: geld) kunnen krijgen, die bijvoorbeeld volgaarne meeliften op de toch al zwaarbelaste rug van het succeszwijntje geheten lichte dameserotiek, de porna. Wat kan anders de motivatie zijn van thrillerschrijfster Esther Verhoef om onder het pseudoniem Marique (ja, met een q, dat geeft zogezegd cachet) Maas een serie boeken het licht te laten zien die nog geen tintje afwijken van de godmother van het genre? Daar is me dunkt geen enkele verhaaltechnische en helaas ook stilistische schrijfnoodzaak voor.

De Canadese schrijfster Alice Munro won begin vorig jaar met haar bundel korte verhalen Dear life, de Ontario Trilliam Book Award, en kondigde bij de uitreiking onverwacht haar pensionering aan met de woorden: ‘Ik zal allicht nooit meer schrijven. Het is dus mooi om met een klapper te eindigen.’ In december heeft zij in Stockholm de Nobelprijs voor Literatuur 2013 in ontvangst genomen. Het lijkt dus het beste om je als schrijver te laten verrassen, ook en vooral door het verhaal en de protagonisten. En bedenk: twijfel is een eerste vereiste voor creativiteit.

Guus Bauer

0