Bloemen van de zee

Eigenlijk moeten we het eerst over een ander boek hebben, namelijk De duimsprong, het vorige geesteskind van Miek Zwamborn. Dat was een prachtige roman over bergen en geologen, rijkelijk geïllustreerd met foto’s en tekeningen, waaronder een aantal van de schrijfster zelf. Zij is namelijk ook beeldend kunstenaar. In stilistisch opzicht was De duimsprong werkelijk verbluffend, veel sterker dan de pennenvruchten van allerhande prijswinnaars. Het verdient in feite een tweede kans en mag echt niet in de vergetelheid raken.

Voor opvolger Wieren heeft Zwamborn de fictie helemaal losgelaten: het boek is een verzameling van dagboeknotities, overpeinzingen, observaties, zelfs wetenschappelijke beschrijvingen. Toch is de herkenbare combinatie van factoren die Zwamborn zo’n unieke auteur maken in het Nederlandse taalgebied weer aanwezig, namelijk een drie-eenheid van natuurwetenschappen, beeldende kunst en een in gepolijste stijl uitgedrukte poëtische verwondering.

Miek Zwamborn heeft haar werkterrein dus blijkbaar verlegd van de geologie naar de wondere wereld der wieren en algen. Denk echter niet te snel dat dit boek niet uw cup of tea is. Wieren is even trefzeker en wetenschappelijk onderbouwd als poëtisch en dromerig verwoord; het ene hoeft het andere echt niet uit te sluiten:

Mijn blik gleed terug langs de kartelranden van de stengel. Het bolwier glom als was het opgewreven en leek vervuld van een vreemde kracht. Het scheen tomeloos. Hoewel losgerukt uit de kolonie en aangespoeld, vertoonde het geen enkel spoor van verval.

Nadat ze wordt getroffen door een soort aha-erlebnis wanneer ze een bijzonder wier vindt op een Schots strand, neemt de schrijfster de lezer mee voor een cultuurgeschiedenis. Ondanks de geringe omvang van dit boek passeren daarbij een ontelbaar aantal schrijvers, kunstenaars, historische gebeurtenissen en wetenschappers de revue. Zwamborn reisde de wereld rond op zoek naar herbaria in universiteitsbibliotheken, bijzondere films en zeldzame preparaten of waagde zich zelf in de zee om de onderwaterflora te bewonderen (‘Eén keer heb ik al duikend een pluk iriserend regenboogwier gezien’). Zo werkt bijvoorbeeld haar enthousiasme voor de film H2O van de Amerikaanse cineast Ralph Steiner erg aanstekelijk:

Wier is door de lens van Steiner een loodgrijze massa, niet vloeibaar, niet vast. Traag rimpelend breekt het door het zeeoppervlak heen, afwachtend haast, maar tegelijkertijd wulps door de draaiingen en aanrakingen. Het zachte wrijven en pulseren van het blaaswier geeft een welhaast zinnenprikkelend beeld, sensueel spel tussen algen en water. De film eindigt met het wegspoelen van de zee over de magische wierbank, waarbij de wind lange witte draden van water spint.

Goed nieuws ook voor liefhebbers van haiku’s en ukiyo-e, populaire Japanse prentkunst. Wie wel eens Japans eet, heeft waarschijnlijk al gemerkt dat er zeewier in de misosoep drijft en groene vellen nori – gedroogd en geroosterd wier – rond de sushi zit, dus het is niet verwonderlijk dat zeewier een centrale rol krijgt in de Japanse (eet)cultuur en kunst. Wel is het een beetje jammer dat sommige prenten, zoals Toyota Hokkei’s De eerste zeewieroogst van het jaar, door het pocketformaat van dit boek erg klein zijn afgedrukt. Toch blijkt dat een zorgvuldig gekozen illustratie of foto een meerwaarde kan hebben voor een boek. Afgezien van enkele uitzonderingen (onder wie W.G. Sebald en Stefan Hertmans) zijn er eigenlijk maar weinig auteurs die die techniek exploreren.

Niet alleen in het verre oosten, maar ook dichter bij huis hebben we al lang een belangrijke relatie met wieren, overigens de belangrijkste zuurstofproducenten ter wereld. Getuige daarvan de passage over het wiermaaien bij het eiland Wieringen in de Zuiderzee:

De maaiers stonden met broeklaarzen in het water, maaiden en duwden het wier met de punt van de zeis naar rechts, waardoor het naar achter en tegen het net aan stroomde. Begon de vloed te rijzen, dan hield men op met maaien en werd het wier met een wierhaak ingehaald en in de schuit gelegd.

Afsluiten doet Zwamborn met een reeks gewaagde recepten (onder meer voor ‘Taiwanese knoopwierknopen’) en ‘portretten’, beschrijvingen van een aantal soorten wieren. Die zijn de moeite waard voor de illustraties die ze erbij heeft gemaakt, je ziet meteen welke mogelijkheden de grillige vormen bieden voor een beeldend kunstenaar. Wie zowel geïnteresseerd is in literatuur en beeldende kunst als natuurwetenschappen, kan zijn hart ophalen aan dit boek over de bloemen van de zee, zoals de Amerikaanse algologe Eliza M. French wieren noemde in een gedicht dat Zwamborn aantrof in een album met preparaten:

Flowers are we
Of the wild sea
And rocky shore;
Borne by the waves
From hidden caves
When storm clouds lower.

Daan Pieters

Miek Zwamborn – Wieren. Van Oorschot, Amsterdam. 176 blz. € 17,50.

1

Reacties