Over de Maas en terug

In 2016 overleed de zes jaar oudere broer van Toon Tellegen. In De seringenboom tekent Tellegen de herinneringen op aan zijn jeugd met zijn broer. Sentmentaliteit ligt op de loer, maar die wordt in de kiem gesmoord door de opzet van het boek, waarin het perspectief van de jongere broer die vol bewondering opkeek naar zijn oudere broer volgehouden wordt. ‘Wat er allemaal niet waar is gebeurd, had wel kúnnen gebeuren,’ staat er in een aantekening achteraf.

De seringenboom begint en eindigt met een gedicht. De allerlaatste, enigszins wanhopige woorden zijn: ‘ik wacht op hem hij móét komen.’ Daartussen heeft Tellegen zijn herinneringen opgedeeld in korte hoofdstukken waarin meestal één gebeurtenis of eigenschap centraal staat. Zo wordt in ‘Het schot’ de ongelooflijke kracht van een trap tegen een bal beschreven. Honderd meter verder, over een haventje heen valt de winkelruit van een streng christelijke juffrouw in diggelen. ‘Nog jarenlang werd er over het schot van mijn broer gesproken.’ De sterke broer die voor niemand bang is, krijgt zelfs metafysische proporties in een latere herinnering. ‘Ik dacht wel eens: als hij Jezus was, dan was ik zijn discipel.’ Als zijn broer inderdaad over water blijkt te kunnen lopen – over de Maas en terug – dan is de gelijkenis wel heel dichtbij al zegt zijn broer dat hij toch liever zeilt.

In datzelfde verhaal, ‘Zijn discipel’, blijkt dat zijn alleskunnende en allesdurvende de broer niet kan vliegen. ‘Dat hoeft ook niet,’ zegt hij. En dan verschijnt er aan het einde van die herinnering toch even de emotie van de oudere ik: ‘Mijn broer, ik kan hem niet vergeten. Maar ik hoef hem gelukkig ook niet te vergeten, denk ik vaak.’ Het zijn dit soort kleine zinnetjes die vluchtig aan het verdriet raken dat achter alle stoere en opgewekte verhalen over de broer schuilgaat. Het beeld van de broer dat uit die vele terugblikken opdoemt is dat van een rouwdouwer die zich verzet tegen kerk en school, maar die voor zijn kleinere broer veiligheid biedt. Zolang hij leeft ten minste, want een held hoort ‘onsterfbaar’ te zijn.

Het is wel mooi dat Tellegen in De seringenboom niet keihard autobiografische verhalen opdist. Hij maakt van zijn broer een fantasiefiguur die onwaarschijnlijke dingen doet en kan. Als schrijver weet hij dat wij dat als lezers ook weten. In je hoofd reduceer je de herinneringen weer tot hun ware proporties. In de overdrijving zit de broederliefde.

Coen Peppelenbos

Toon Tellegen – De seringenboom. Querido, Amsterdam, 130 blz. € 18,90.

Deze recensie verscheen eerder in  de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 20 april 2018.

0

Reacties