De gedachte als vader van de ervaring

Filosofen zijn mensen die worstelen en vrienden bij wie je te rade kunt gaan als je het zelf moeilijk hebt. Dit inzicht ontleende filosoof-cabaretier Tim Fransen aan zijn goede vriend René Gudde en met zijn literaire debuut heeft hij diens gedachtegoed in de praktijk gebracht. Hoewel Fransen in 2016 Neerlands Hoop won met zijn eerste cabaretvoorstelling Het failliet van de moderne tijd, stond hij tot voor kort vooral bekend als ‘zolderkamerfilosoof’ met een beperkte actieradius. Zijn dagelijkse route besloeg niet veel meer dan de afstand tussen zijn Amsterdamse zolderkamertje en de Universiteitsbibliotheek. Aangemoedigd door vrienden als René Gudde en Koos Terpstra besloot Fransen zijn horizon te verbreden en zijn filosofische inspiratoren achterna te reizen. Zijn overpeinzingen tekende hij op in brieven die hij adresseerde aan Koos. Met de bundeling van Brieven aan Koos is Tim Fransen nu ook het literaire veld binnen getreden en bevestigt hij wederom zijn talent voor debuteren.

Zijn eerste bestemming is Röcken, de geboorteplaats van Friedrich Nietzsche. Het was immers zijn uitspraak ‘gedachten zijn de schaduwen van onze ervaringen’ die de doorslag heeft gegeven. Fransen realiseerde zich namelijk dat zijn wereld ‘een reductie van de volheid die het leven in zich draagt’ was geworden en hij besloot op reis te gaan, om nu eens niet gedachten, maar ervaringen te verzamelen. Wat volgt is een humoristisch vertoog over een slapend stadje, waar ‘geen röck’ te beleven valt, verweven met scherpe inzichten over Nietzsches filosofie. Het is indrukwekkend hoe eenvoudig Fransen erin slaagt om diens centrale gedachtegoed voelbaar te maken. Zo was Nietzsche van mening dat het leven enkel gestoeld is op chaos en de mens niets anders rest dan pogingen te doen hier orde in aan te brengen. Op humoristische toon maakt Fransen de lezer bekend met dit ontnuchterende inzicht aan de hand van zijn persoonlijke ervaringen. Hijzelf wordt er namelijk ook door bevangen tijdens zijn bezoek aan het uitgestorven dorpje. Aangezien Nietzsche dikwijls een prostituee bezocht, vraagt Fransen zich af of hij zich ook aan een dergelijk bezoek moet wagen. Zijn gemijmer wordt onderbroken, wanneer er voor zijn neus plots een raamkozijn naar beneden stort. Direct vraagt hij zich af of er een menselijke bedoeling achter zat: had iemand het op hem gemunt? Of zou een hogere macht hem proberen te straffen omdat hij overwoog een prostituee te bezoeken? Hij realiseert zich vervolgens dat deze gedachtes volledig indruisen tegen zijn door Nietzsche geïnspireerde wereldbeeld, waarin willekeur immers overheerst:

Maar het feit dat deze gedachte als een reflex in mijn bewustzijn opdook, bevestigt mijn vermoedens dat we een ingebakken neiging hebben om overal zinvolle verbanden in aan te brengen. Liever dat dan accepteren dat alles van chaos en toeval aan elkaar hangt. Het is nu eenmaal moeilijk te verteren dat we elk moment, zonder enige reden, door een raamkozijn verpletterd kunnen worden! Dus op naar de hoeren!

Zijn reiservaringen lezen als een humoristisch vertoog, zonder dat het afdoet aan de presentatie van het filosofische gedachtegoed. Hierdoor barst je als lezer dikwijls hardop in lachen uit, maar word je ook aan het denken gezet. Omdat hij filosofie bereikbaar maakt voor het grote publiek, wordt Fransen ook wel beschouwd als de opvolger van René Gudde. Zelf bewondert hij Gudde om het feit dat hij filosofen menselijk kon maken en deze zelfde gave bezit hij ook. Niet alleen presenteert hij zijn filosofische voorbeelden in al hun menselijke tekortkomingen, zijn humorvolle benadering stelt hem bovendien in staat om onverwachte verbanden te leggen en deze volkomen logisch te presenteren. Hij combineert ernst met ironie, humor met filosofie, slaat een brug door de tijd door zijn persoonlijke anekdotes te verweven met die van Camus, Marx en Kant en speelt met de dualiteit tussen denken en doen, oftewel gedachtes en ervaringen. Deze dualiteit komt het beste tot uitdrukking wanneer Fransen uitweidt over de ultieme filosofische kwestie van ‘de zin van het bestaan.’

De zin van hét bestaan vraagt naar een alomvattende zinvolheid, die altijd en voor iedereen opgaat, ongeacht tijd, plaats, persoon, maatschappelijke verhoudingen et cetera. Het impliceert dus een afstandelijk, objectief perspectief. Dit is vaak het perspectief vanwaaruit ik dingen beschouw, vanwaaruit veel filosofen de wereld beschouwen. Hierdoor heb ik ook vaak het gevoel alsof ik de wereld meer observeer dan dat ik er onderdeel van ben. Van dat afstandelijke perspectief is het heel gemakkelijk om van de wereld vervreemd te raken. De vraag wat de zin is van het bestaan, impliceert dus een perspectief vanwaaruit de wereld al snel haar zin en betekenis verliest. En andersom zijn het ook precies de momenten waarop ik het gevoel heb op een zinvolle manier deel uit te maken van de wereld, dat dit soort existentiële vragen simpelweg niet in me opkomen.

Deze passage raakt tot slot aan de kern van zijn onderneming. Als filosoof-cabaretier toont Fransen zich in zijn literaire debuut als meester in het verenigen van twee werelden. Als zolderkamerfilosoof hield hij zich vooral bezig met gedachtes en als reiziger wist hij dit op geheel eigen wijze te verenigen met ervaringen. Nadenkend over de zin van het bestaan, heeft hij zichzelf dus zowel middenin als buiten de wereld geplaatst. En zo heeft Fransen met Brieven aan Koos bewezen dat Nietzsche in één ding ongelijk had: gedachten zijn niet ondergeschikt aan ervaringen. Ervaringen hebben gedachten nodig, om zo betekenis te geven aan de wereld om ons heen.

Tara Neplenbroek

Tim Fransen – Brieven aan Koos. Avonturen van een zolderkamerfilosoof. Das Mag Uitgevers, Amsterdam. 232 blz. € 19,99.

Wegens een conflict met Bol.com kun je de boeken van Das Mag alleen kopen in echte boekhandels of bij de webshop van de uitgeverij.

7

Reacties