Lessen van bomen

Dietske Geerlings ziet kans om van een gebeurtenis rond een knopenkraam op de zaterdagmarkt een geheimzinnig en toch helder verhaal te maken. Het verhaal met de titel ‘Beuk’ maakt deel uit van een bundel verhalen met de titels van bomen: Zeven bomen en nog geen bos. De uitgave van de bundel is ook nogal geheimzinnig. In het Colofon staat: ‘Copyright 2020: Dietske Geerlings. Vormgeving: Dietske Geerlings. Vormgeving omslag: Sterre’. Er wordt geen uitgever genoemd. ISBN9789082955354. Te koop op internet, onder andere bij De Slegte, maar ook in de boekhandel.

Dietske Geerlings (1971) studeerde in 1994 cum laude af in de Nederlandse taal- en letterkunde in Utrecht. Sinds 1996 is zij docent Nederlands in Zutphen. In 2018 debuteerde zij met de dichtbundel bRoos. Kort daarna verschenen nog drie dichtbundels, drie romans en een vierde dichtbundel.

In een knopenkraam staat een student Engels met zijn vader. Er komt een geheimzinnig meisje één knoop kopen. Later blijkt dat zij bij een college over Yeats op de achterste rij zit. De jongen zit een rij voor haar. Zijn jasje ligt gedeeltelijk op haar tafel. Zij naait aan de jas de knoop die zij bij hem kocht. In een cursieve tekst volgen we haar perspectief en dan blijkt dat zij in de bundel van Yeats bij het gedicht ‘Stolen Child’ een parelmoerknoopje naait.

Het gedicht gaat over feeën die een mensenkind oproepen naar hun sprookjesland te gaan, naar een wereld die vrij is van ellende en verdriet. Het gedicht pleit voor een terugkeer naar de onschuld. Geerlings vertelt in het verhaal met weinig woorden hoe het meisje op twaalfjarige leeftijd haar onschuld heeft verloren door een achttienjarige broer van een vriendin. Zij vond de jongen mooi, maar werd door hem verraden.
Het verhaal begint zo:

‘Er is meestal wel een opening’, zei ze.
‘Pardon?’
‘Er is meestal wel een opening.’
Ik had het verstaan, maar begreep het niet.

Het verhaal speelt vervolgens geraffineerd met knopen, openingen en ritsen. De jongen zoekt haar uiteindelijk op. Zij zegt: ‘Ik weet niet of ik ooit nog openga.’ Hij: ‘Ik wil niet dat je verdwijnt. Ik vind het ook goed als je gesloten bent.’ Het perspectief van het meisje wordt verteld in cursief, dat van de jongen in staand schrift.

Ook het eerste verhaal ‘Wilg’ is geheimzinnig en poëtisch. Een meisje staat lang op één been om een niet gewenste werkelijkheid te bezweren. Ze staat onder een wilg in de buurt van een reiger, die ook op één been staat, maar dan zijn vleugels spreidt en vertrekt. ‘De wereld diende zich aan, onmetelijk en ontzagwekkend.’

In ‘Eik’ ontsnapt een dementerende oma met haar kleinkind naar buiten en klimt in een boom met eikenprocessierupsen. De alwetende verteller belicht het denken en doen van de personages. Het veranderende klimaat speelt daarbij een rol. In ‘Berk’ brengt een moeder haar zoontje naar de operatietafel. Ze heeft het gevoel dat een berk in haar langzaam ontspruit en bezit neemt van haar lichaam tot in haar vingers, die omsloten worden door de kleine hand van haar zoon na de operatie.

Wonderlijk is ook het verhaal ‘Malus’ waarin de hond van een negentigjarige vrouw wordt overreden door een jonge man die op weg is naar de plaats waar hij in ondertrouw zou gaan. Zijn ‘verloofde’ reageert gevoelloos op het ongeluk. De jonge man keert terug naar de oude vrouw, die hij troost en koestert. Uiteindelijk trouwt hij zelfs met haar tegen alle waarschuwingen in. De bloeiende boom speelt een belangrijke rol.

In ‘Kastanje’ lezen we vanuit het perspectief van een oude man, die terugdenkt aan zijn onvruchtbare huwelijk. Hij plantte een kastanje in zijn tuin, maar nadat het huis verkocht is en de kastanje te groot is geworden, wordt deze omgehaald. Dit wordt verteld in staand schrift. De oude man ‘graaft met zijn oude vingers in de aarde waar gisteren de kastanje nog stond’ en snikt om zijn nooit geboren zoon.

De laatste twee verhalen zijn kinderlijk en lijken beter te passen in een jeugdboek. Wel zijn de kinderen wijs. Ze maken een ontwikkeling door waarbij ze de lessen van de ouderen terug geven. In alle verhalen is jeugd versus ouderdom een belangrijk motief.

Remco Ekkers

Dietske Geerlings – Zeven bomen en nog geen bos’, eigen uitgave. 214 blz.