Zestigers onder elkaar

Een familieroman is de genre-aanduiding op het laatste boek van Guus Bauer. Dat is waar, maar de belangrijkste figuur is toch de vader van de schrijver zelf: August Bauer. Veel schrijvers maken een boek over hun vader of moeder, vlak nadat een van hen is overleden. De moeder van Guus Bauer werd bijna honderd, maar over haar gaat het slechts zijdelings. In dozen uit de nalatenschap, vol documenten en foto’s, wordt het leven van de vader geschetst, overleden toen Guus nog een puber was. Op de foto (het boek staat vol met foto’s uit het familiealbum) die het verhaal in gang zet is een sterk vermagerde vader te zien in de oorlog, waarschijnlijk in de deuropening van zijn ouderlijk huis.

Op dat moment wordt er aangebeld en stapt de vader van Guus Bauer, na vijftig jaar weer levend en wel, het huis van zijn zoon binnen. ‘Onverwacht, maar daarom niet minder welkom.’ De twee hebben eerst tijd nodig om weer bij te praten. Een dialoog waarin de familiegeschiedenis vervlecht wordt, waarbij vooral de grootouders (van vaders zijde) aan bod komen, afkomstig uit Enschede en rijk geworden in de textielhandel. Vader is eerst etaleur geworden, maar kon ook muziek maken en is geëindigd als postbode in een tijd dat een postbode nog een voornaam beroep was dat niet uitgevoerd werd door drop-outs die fors onderbetaald worden.

Het leven van Guus Bauer, na de dood van zijn vader, past moeiteloos in het grotere geheel van de familiegeschiedenis. Er worden kort enkele traumatische zaken aangestipt die Bauer ook in andere romans verwerkt heeft: het kostschoolleven, ongelukkige liefdes, de dood van een kind. De vader heeft er dankzij hun gesprek nu weet van, het is niet onopgemerkt gebleven en is in die zin zelfs een beetje troostrijk, al legt Bauer de sentimenten er niet te dik bovenop. De ‘zestigers onder elkaar’ herkennen, ondanks een verschillende levensloop, veel bij elkaar. Het mooist verwerkt zit dat in de beschrijving van de manier waarop vader August zijn vrouw ontmoet en verliefd wordt en een bijna woordelijke herhaling ervan als Guus zijn geliefde ontmoet.

De twee besluiten naar Enschede af te reizen, de vaderstad. Na een wat komische onderbreking in Amsterdam, waar de vader toch wel wat staat te kijken van al die nieuwigheid (maar nog steeds gebiologeerd raakt door de etalages van De Bijenkorf) reizen ze verder naar het oosten. En daar verandert de dialoog uit Vaders dag in een monoloog waarin hij eindelijk zijn herinneringen aan de oorlog vertelt. Dit is het meest intense deel van de roman. Door de schrijver natuurlijk gereconstrueerd en gefictionaliseerd, maar binnen deze constructie authentiek en geloofwaardig.

Coen Peppelenbos

Guus Bauer – Vaders dag. Hoogland & Van Klaveren, Hoorn. 192 blz. € 19,90.

0