Klk, spl, stl, lng

Je zoekt het ene, maar vindt het andere. De ik-persoon in Nu je het zegt, is op zoek naar Westmoreland Road in Londen, maar is op de verkeerde plek met dezelfde naam. Voor hem is het geen probleem, de nieuwe plek is net zo interessant. De fout leidt tot een reeks toevallige ontmoetingen, met de kunstenaar Le Phô bijvoorbeeld of de schilderes Helene Schjerfbeck, van wie het portret op het omslag is. Dat de kunstenaars al zijn overleden doet niet ter zake. Ruimte en tijd bestaan niet in het universum van K. Schippers, want in taal kan alles.

Eerder in zijn oeuvre (bijvoorbeeld in Waar was je nou) doorbrak Schippers ook al de grenzen van tijd en ruimte, maar in Nu je het zegt wordt alles op de spits gedreven. Ook de grenzen van de taal worden verkend. Waar begint een woord, krijgt het betekenis. Schippers haalt bijvoorbeeld het spel aan dat de schrijver Lewis Carroll speelde met kinderen: ‘een speler noemt drie of vier letters en de anderen moeten het hele woord dan raden.’ Welk woord bestaat dankzij ‘klk, spl, stl, lng’? Er ontbreekt van alles en toch vul je in, bijvoorbeeld ‘kleedkamer, spiegel, stoel, lounge’.

Nu je het zegt is een onderzoek naar wat er beklijft als je iets weglaat of iets kleins verandert. Helene Schjerfbeck verandert makkelijk in de dichter Bert Schierbeek die zomaar het verhaal binnen komt wandelen en mee gaat praten en hij verdwijnt net als andere personages zodra de verteller dat wil. Schippers maakt het de lezer niet makkelijk, associatieve beelden en woordenreeksen volgen elkaar in hoog tempo op, van hele dialogen wordt slechts een enkel woord opgenomen, zodat de lezer het gesprek verder moet aan- en invullen en regelmatig zijn die verspringingen zo particulier dat je geen enkel houvast hebt en even moet afhaken.

Nu bekend is dat Schippers ernstig ziek is, ‘nu ik op het punt sta te verdwijnen’, krijgt dit boek een onheilspellende, autobiografische ondertoon. ‘Als er iets wegvalt, wat moet er dan voor in de plaats komen.’ Schippers heeft ons in ieder geval geleerd om anders naar de ons omringende werkelijkheid te kijken: naar kunst, foto’s, films en taal. Binnen dit boek lijkt hij in zijn taal op te lossen en tegelijk aanwezig te blijven. Dat is maar tot op zekere hoogte een troostrijke gedachte.

Coen Peppelenbos

Deze recensie verscheen eerder in een iets kortere versie in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 18 juni 2021.

Deze recensie verscheen eerder in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 25 juni 2021.

 

0