‘De kunst van het kijken’

Lezen in De magie van het beeld van Oek de Jong is vergelijkbaar met het bezoek een levensgroot museum onder leiding van een bevlogen deskundige. Het museum is levensgroot, omdat de kunstwerken zich verspreid over de hele wereld bevinden, uit veel verschillende tijdperken komen, en variëren van bijzondere gebouwen, interieurs van ateliers, schilderijen, filmshots, tot vele foto’s van bekende en minder bekende fotografen. De kracht van dit boek zit zowel in de variatie als in de samenhang.

Het begint bij een eenvoudige foto van een tak met blaadjes die zijn schaduw werpt op een achtergrond. Volgens de auteur zou het zomaar eens kunnen dat bij onze voorouders op deze manier onze fascinatie voor beelden is begonnen: iemand die stilstond bij de schaduw van een tak en deze schaduw zag als beeld, een beeld dat misschien wel mooier was dan de tak zelf. Het armzalige takje dat op de foto zichtbaar is, valt inderdaad in het niet bij de schoonheid van de hele schaduwpartij. De grote liefde van De Jong voor kijken is al op jonge leeftijd begonnen. Het is niet voor niets dat hij op zijn achttiende naar Amsterdam ging om kunstgeschiedenis te studeren. Zijn grote kennis van de geschiedenis van het beeld klinkt in elk essay door.

De diversiteit is groot. Dat heeft niet alleen te maken met het grote aantal verschillende kunstenaars, maar ook met de diversiteit aan voorstellingen die zijn afgebeeld. Zo zit je je het ene moment te vergapen aan de Hagia Sophia in Istanboel met haar uiterst verfijnde interieur dat haast op kantwerk lijkt, en het andere moment zie je ‘Red Umbrella’, een foto van Saul Leiter, waarbij je op een regenachtige dag door de achterruit van een New Yorkse taxi kijkt en enkele vage vormen en kleuren waarneemt. Er zijn sobere foto’s van verstilde landschappen, stenen, bizarre bomen, maar daarnaast ook kleurrijke foto’s en filmshots waarin juist actie centraal staat. De afwisseling zit bovendien in het lezen van de essays en het kijken naar de afbeeldingen. De essays hebben de lengte van anderhalf tot twee bladzijden en hebben elk meestal één beeld, een enkele keer wat meer.

Niet voor niets heet het boek De magie van het beeld. De meeste beelden blijven geheimzinnig. Volgens de auteur is dat juist de kracht van het beeld. Juist door het ongrijpbare kun je heel lang naar de verschillende beelden kijken, en er ook steeds opnieuw naar kijken. Het is tegelijkertijd ook de kracht van de auteur dat hij de lezer meeneemt in het hele ontstaan en de achtergrond van het beeld, en je ook beter leert kijken. Hij wijst op de lichtval, de kracht van een vage achtergrond, de blik in iemands ogen, de samenstelling van de kleuren, contrasten in vormen. Zonder zijn scherpe blik zie je als niet-geoefende kijker veel over het hoofd. Neem de volgende observatie van de Hagia Sophia: ‘Het is wel vreemd dat mensen miljoenen stukken steen op elkaar stapelen tot een gebouw om met dat gebouw de indruk van gewichtloosheid te creëren. Om materie om te vormen tot een gebouw dat vooral geest uitdrukt: de geometrie.’

De samenhang zit in de fascinatie van Oek de Jong zelf, zijn wezen, zijn manier van kijken en beschrijven. Bepaalde thema’s komen terug. Zo beschrijft hij nogal wat vrouwen in de kunst: o.a. de tragische Marilyn Monroe en Mathilde Willink, Marina Abramovic, die hij ‘een geharde partizaan en sjamaan in één persoon’ noemt, en Nan Goldin met haar fotoboek The Ballad of Sexual Dependancy. Daarnaast heeft hij een liefde voor landschappen en ook voor allerlei kunstenaars die deze landschappen op een bijzondere manier hebben vastgelegd, zoals Richard Long, Hamish Fulton en Andy Goldsworthy. In diverse beelden komt het raadselachtige, erotische naar voren. Ook opvallend is zijn fascinatie voor tijd: bomen van duizend jaar oud, sporen die de tijd heeft achtergelaten, stenen die al eeuwenlang tot de verbeelding spreken en juist onaantastbaar zijn voor tijd, maar ook diverse momentopnamen, die ene seconde waarin een speciale blik is gevangen. Hij laat bovendien zien hoe schoonheidsbeleving door de eeuwen is veranderd.

Oek de Jong is behalve een goede observator natuurlijk ook een begenadigd schrijver, en niet alleen van romans. Zijn essays zijn stuk voor stuk mooi opgebouwd en prachtig verwoord: ‘Elke metro heeft zijn eigen schoonheid. Voor mij wordt die groter naarmate er meer geschiedenis in de stations en wagons zichtbaar is. De tijd moet er zijn patina hebben achtergelaten. Een metro wordt mooier als hij een beetje vuil is, als de tegels, de klokken en kaarten er oud zijn, als de verf op de kabelbundels langs het plafond afbladdert. Tot de eigenheid en schoonheid van een metro hoort ook de bewegwijzering: cijfers en letters, kleuren en lijnen op de borden en kaarten.’ Ook door zijn manier van schrijven roept hij een gedetailleerd beeld op.

Dit alles maakt het ‘beleven’ van dit boek tot een aangenaam tijdverdrijf: vanuit je stoel reis je de hele wereld over, dwars door de geschiedenis, en al lezend en bladerend raak je steeds meer bedreven in de kunst van het kijken.

Dietske Geerlings

Oek de Jong – De magie van het beeld. WBooks, Zwolle. 152 blz. € 19,95.

1

Reacties