Vandaag uit Grietje Braaksma van boekhandel Broese (en lid van de boekenraad van de Volkskrant) stevige kritiek op het besluit van de CPNB om ook dit jaar de Boekenweek te verplaatsen. Afgelopen week werd bekend dat de Boekenweek nu van 9 tot en met 18 april plaatsvindt.

De CPNB zegt hierover:

We moeten boekhandels en makers de kans bieden de Boekenweek optimaal te benutten, en dat kan alleen als ze genoeg bezoekers kunnen ontvangen, de gezondheid van het personeel kunnen waarborgen en op adem zijn gekomen na deze voor hen zware lockdown.

We geloven dat we met een maand genoeg tijd kopen. Op die manier hoeven boekhandels en bibliotheken hun programmering niet al te veel op de schop te gooien en kunnen uitgeverijen nieuwe titels die ze rondom de Boekenweek gepland hadden in hetzelfde tijdsbestek uitgeven.

Braaksma is het hier niet mee eens. In de Volkskrant zegt ze:

De Boekenweek wordt uitgesteld naar april. Een goede zaak?
‘Nee, ik ben er niet blij mee en zie er het nut niet van in. De boekwinkels zijn open, laten we feest vieren. We hadden bij Broese al een geweldig programma rond. Met Sholeh Rezazadeh en Lale Gül. We laten het doorgaan en verzinnen een nieuw programma in april met andere schrijvers. Maar ik vraag me af waarom dit nodig was.’

De CPNB heeft dit besluit genomen omdat slechts een beperkt aantal bezoekers per vierkante meter is toegestaan.
‘Waar lopen ze nou precies op vooruit? Ik verwacht geen andere restricties in april dan in maart. Per vijf vierkante meter mag er 1 iemand binnen, wij kunnen 360 mensen binnenlaten. Er is al veel materiaal gemaakt voor de Boekenweek, posters en een Libriskrant. We zijn euforisch dat we weer open zijn. We hebben staan applaudisseren bij de eerste klant vorige week, zo blij waren we. Die lijn moet je voorttrekken en in maart feest vieren. Nu wordt het uitgesteld terwijl het een ijkpunt in het jaar is. April is van oudsher de maand van de filosofie. Boekhandels zijn creatief en verzinnen van alles om het binnen de restricties leuk te hebben.

‘Had een enquête aan boekhandels voorgelegd. Moeten we uitstellen of niet? Dat heeft CPNB niet gedaan. Zij zijn er als marketingbureau voor ons, wij niet voor hen, ze hadden ons moeten raadplegen.’

4