De Thomas Mann-liefhebber stuit vaak op: ,,[…]”

Thomas Mann liet in 1955 ruim vijfduizend bladzijden ‘dagelijkse aantekeningen’ na, tweeëndertig cahiers die, zo had hij bepaald, pas twintig jaar na zijn dood mochten worden gepubliceerd. Het was maar een deel van wat hij werkelijk aan dagboeken had geschreven; enkele malen had hij aantekeningen verbrand: bijna alles van wat hij vóór 1933 had genoteerd. Tot verrassing van Mann-vorsers bevonden zich in de op 12 augustus 1975 geopende pakketten wél de aantekeningen uit de jaren 1918-1921.

In Duitsland werden Manns dagboeken gepubliceerd in een wetenschappelijk verantwoorde editie, eerst onder verantwoordelijkheid van Peter de Mendelssohn, na diens dood onder die van Inge Jens.

Bij De Arbeiderspers verscheen nu, als deel 129 van de gewaardeerde reeks Privé-domein, Dagboeken 1918- 1939, 339 bladzijden inclusief voorwoord, verantwoording, noten en register, een dus wel zeer mager uitgevallen selectie uit het beschikbare materiaal. Het boek wemelt dan ook van de vierkante haken met puntjes in de tekst waarmee wordt aangegeven dat er iets is weggelaten. Zinnen, mogen we aannemen, hele alinea’s wellicht. Niet wordt aangegeven dat aantekeningen van hele dagen verdwenen. Of schreef Mann niets op tussen 21 en 31 januari 1919, tussen 31 januari en 14 maart 1919?

Het valt te billijken dat de Nederlandse lezer volgens de uitgever geen behoefte heeft aan een integrale editie van Manns dagboeken, de werkelijk geïnteresseerde kan immers terecht bij de Duitse uitgave. De vraag is dan voor wie deze gemankeerde Nederlandse editie eigenlijk is bedoeld. De liefhebber van beroemde romans als De toverberg, Lotte in Weimar, Dr. Faustus misschien? Hij zal in Dagboeken 1918-1939 weinig vinden over de achtergronden van deze boeken. De lezer die belangstelling heeft voor Thomas Manns politieke stellingname? Deze komt beter aan zijn trekken, maar wordt toch verondersteld veel kennis van zaken te hebben. De noten zijn slechts summier en verduidelijken lang niet alles. Is deze uitgave bedoeld voor degene die nieuwsgierig is naar de mens achter de kunstenaar? Deze ziet zijn nieuwsgierigheid dan vaak niet bevredigd: te vaak stuit hij op: „[…]”.

„Leesbaarheid,” lezen we in de verantwoording, was de belangrijkste leidraad voor de samenstellers. Zij poogden een bepaalde verhaallijn te volgen. Die zit er in zekere mate wel in: met name in de aantekeningen van 1933 en verder, waarin we lezen hoe Mann zich in het buitenland vestigt. De politieke situatie in München is hem te onrustig. Hij laat zich meerdere malen laatdunkend uit over Hitler en diens volgelingen.

Maar die doelstelling van leesbaarheid hebben de samenstellers toch niet verwezenlijkt. Ze hebben domweg het resultaat van het minutieuze speurwerk van Peter de Mendelssohn geplunderd, te willekeurig naar het schijnt. Daarmee is niemand gediend.

Frank van Dijl

Thomas Mann – Dagboeken 1918- 1959. Privé-Domein, De Arbeiderspers.

Dit artikel verscheen eerder in Het Vrije Volk, 20 januari 1988.

1