We gingen weer eens chic uit eten. Alle registers open, overal ja op gezegd. Zang en dans op ronde schalen. Bij de derde wijn uit het wijnarrangement gebeurde het: vuur. Er borrelde zwavel uit het glas, zo zonder enige hinder de dubbelloopse portalen voorbij onze voorhoofdsholten in. Wat ik ook vermocht, de neus bleef in het glas. Ik capituleerde. Er lag ineens iemand in mijn hersenschors. Je hebt goed gehandeld, zei hij, en bracht mijn glas weer naar de tafel.

3