Nieuwe Rotterdamse Poëzie

Hoe dichterlijk kun je wakker worden na een bewogen avond en nacht in een grote stad. De Rotterdamse dichter Miguel Santos doet het in Ochtend zo:

naast het bed
de typemachine
om wakker te worden
met poëzie

binnen handbereik
de platenspeler
om de jazz-zangers en -musici
te laten zeggen wat ik misschien vergeet

op het fornuis
zetten we verse koffie
en iets om over te spreken

nog in lakens gewikkeld
blijft de leegte liggen
als stille vennoot van vluchtgedrag

Die stad is Rotterdam en aan die ochtend is het een en ander voorafgegaan, zoveel is meteen wel duidelijk. Er moet immers ergens over gesproken worden, jazzmuzikanten kunnen daarbij helpen. En er is sprake van vluchtgedrag. De raadsels stapelen zich op – behalve die typemachine dan. We zien het vers getikte gedicht immers voor ons. Maar voor wat voorafging moeten we in twee andere bundels zijn.

Ochtend is het derde deeltje van een poëtisch drieluik. Het wordt voorafgegaan door Avond en door Nacht. Naar verluidt was het oorspronkelijk de bedoeling om er één bundel in drie delen van te maken, maar uiteindelijk vond Santos de drie delen zo verschillend van toon en thematiek, dat hij ervoor koos om er aparte boekjes van te maken, die een lezer onafhankelijk van elkaar kan lezen. Ik denk dat dat niet nodig was geweest. De drie delen zijn natuurlijk best los van elkaar te lezen, maar ze vormen onmiskenbaar één geheel, een drieluik.

Het begint allemaal de Avond ervoor met een proloog van 48 regels die allemaal beginnen met ‘man zoekt stad’. Na 47 regels is de opsomming van waar die stad allemaal aan moet voldoen (‘man zoekt stad die meebeweegt’, ‘… die tegenspreekt’, ‘… voor ’t echie’, ‘… om lief te hebben’, ‘… met toch wel een randje’) wel uitgeput. De laatste regel kan dan ook niet ander luiden dan ‘man zoekt stad zoiets als Rotterdam’. Maar, zo stelt het volgende gedicht, ‘In het centrum ga je het niet vinden, valt ook niets te halen.’ Het gedicht zoekt zijn geluk ‘op Zuid’. Zo’n avond verloopt volgens bekende patronen, op zoek naar drank, vermaak en seks. Heel mooi vond ik het korte gedicht ‘Bourbon’, dat met de twee volgende ‘Scotch’ en ‘Beer’ opnieuw een miniatuur drieluikje vormt.

Bourbon
godvergeten Amerikaans, nee
vergeet dat whiskyglas
of tumbler, gewoon inschenken
als shot van een revolver
verdomme, zo smerig
en scherp als de Dood

mag ik een cowboy zijn, schatje
arm en eenzaam zoals
je ze het liefste hebt
argeloos en zonder verplichtingen, check
er is een barkruk naast me vrij

Die wat jazz- en bluesachtige sfeer (we begrijpen nu waarom hij de volgende ochtend die jazzplaten nodig heeft) komt weer terug in het tweede deeltje Nacht. Al in het begin lezen we ‘net nu de blues / in de huid is gaan wonen / dient een nieuwe / zich alweer aan’.

Wie de woorden ‘nacht’, ‘jazz’ en ‘Rotterdam’ bij elkaar ziet staan, denkt natuurlijk maar aan één man, de in 2019 overleden nachtburgemeester van Rotterdam. In de bundel Nacht is dan ook een van de gedichten opgedragen aan J.A. Deelder:

Santos plaatst zich met deze triptiek in de traditie van Rotterdamse dichters die het nachtleven leefden, of misschien is ‘ondergingen’ een beter woord. Denk aan de mannen rond Gard Sivik en De Nieuwe Stijl. Hans Verhagen, Armando, Cor Vaandrager, Hans Sleutelaar en (iets later) natuurlijk Jules Deelder (en vele anderen). Santos (1986) is uiteraard van een andere, veel latere generatie. En sommige van zijn gedichten komen op mij nog net iets te gekunsteld over. Maar een ding is zeker, zo lang er steeds weer nieuwe dichters als Miguel Santos opkomen, is de echte Rotterdamse poëzie nog een lang leven beschoren, met telkens een mooie, nieuwe bloei.

Jan de Jong

Miguel Santos – Avond. Eigen beheer. 48 blz. € 13,95.
Miguel Santos – Nacht. Eigen beheer. 44 blz. € 13,45.
Miguel Santos – Ochtend. Eigen beheer. 48 blz. € 13,95.