Het verschil tussen mama’s en moeders

‘Moeder-achter-theelicht is geen mamma. Nee, moeder is dan moeder,’ schrijft Joyce Roodnat in Met moeder mee, haar deeltje van de Terloops-reeks van Van Oorschot. Ze weet zeker dat dat iets anders is. ‘Mamma zorgt voor je, mamma past op je. Moeder is schoot, lijf, luisterend oor.’ Deze en andere bespiegelingen over moederschap en de plaats van de vrouw spelen een belangrijke rol in deze licht nostalgische ‘herwandeling’.

De Terloops-reeks kent inmiddels talrijke ommetjes door stad, bos en beemd, volop voorzien van aantekeningen over passanten en omgevingen, met uiteenlopende associaties uiteraard. Een soort apart is de hedendaagse wandeling met herinneringen aan dezelfde plek in het verleden. Voor Joyce Roodnat is dat Amsterdam-Oost. Haar deeltje, doorschoten met relevante straat-, school-, en winkelnamen, zal degenen die de buurt kennen ongetwijfeld iets meer aanspreken dan wie er nooit of zelden kwam.

De kinderervaringen zijn echter overal goeddeels vergelijkbaar, met de voor de jaren zestig kenmerkende wonderlijkheden in stijl en mores. Bijvoorbeeld ten aanzien van het getrouwd-zijn (dat moest) en de vrouwenrol (dienend). Opnieuw door de oude straten lopend, blijkt er veel verdwenen, maar tot het belangrijkste dat verdween behoren wel de nu heel aanvechtbare opvattingen over wat hoorde en netjes was. Of juist kwalijk dan wel schandalig.

Roodnat gebruikt daarmee de Terloops-wandeling om haar eigen moeder nader te beschouwen, de vrouw die eerst trouwde met een toen als vrijgevochten bekendstaande journalist en later in arren moede maar met de buurman, omdat je als vrouw nu eenmaal gehuwd diende te zijn. Haar eerste echtgenoot ervoer de trouwgelofte als te knellend en liet vrouw en kinderen zonder wroeging aan hun lot over, de tweede was een tiran. Het had uiteraard ook een grote weerslag op de kinderen.

Ik ben elf, zij is vijfendertig en ze vertelt dat ze met de buurman gaat trouwen. Hoe groot is de kans dat je de liefde bij je buurman vindt? Klein. Maar ze wil getrouwd zijn, realiseer ik me nu (te laat, veel te laat, ik had niet zo boos op haar moeten zijn). En dus is het zaak om verliefd te worden als hij avances maakt – en het lukt haar, ze is het echt, ik herinner me haar stralende blik als ze van haar sigaret opkijkt naar de buurman, terwijl die haar een vuurtje geeft.

Zoals in de journalistiek gebruikelijk, schrijft Roodnat zo veel mogelijk in de o.t.t., ook als het gaat om een terugblik naar haar vroegste jeugdjaren. En ze schrikt niet terug om met de provocerende stelligheid die veel columnisten zo eigen is, kwesties aan te kaarten om die vervolgens weer wat te gaan nuanceren. Dat werkt prima in een column en niet minder in een lichtvoetig boekje als dit. Toch weet ze, door zich te focussen op het moeder-thema, het echt over iets wezenlijks te hebben. Het blijft dus niet bij wat gemakkelijke observaties.

Met moeder mee wordt zo ook een hernieuwde waardering voor wat haar moeder allemaal op eigen kracht voor elkaar wist te krijgen. Steeds in invoelbare bewoordingen, al trapt Roodnat in het hoofdstukje ‘Moedertaal’ wel erg veel open deuren in. Dat bevat geen enkel verrassend inzicht of aardige vondst.

Bijzonder en gevoelig is ook Roodnats eerbetoon aan illustrator Sieb Posthuma, met wie ze ooit van plan was een ‘moedersboek’ te schrijven, dat hij van tekeningen zou voorzien. Alles ontwikkelde zich voorspoedig tot Sieb volkomen onverwacht zijn leven afsloot. De schets voor het omslag, nu afgedrukt in de achterflap, kreeg ze later van Ton, Siebs geliefde. ‘Dit boekje is voor Sieb,’ schrijft Roodnat achterin.

André Keikes

Joyce Roodnat – Met moeder mee. Terloops. Van Oorschot, Amsterdam. 86 blz. €12,50.

2