‘Slaet op den trommele van dirredom deine’

De Vlaamse historicus Pieter Serrien publiceerde de voorbije jaren enkele boeken over de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Nu pakt hij uit met een lijvige studie die als volledige titel In Opstand! Geuzen in de Lage Landen, 1565-1578 meekreeg. Serrien behandelt de eerste dertien jaar van de Nederlandse Opstand tegen de Spaanse koning Filips II. Hij bekijkt die met speciale aandacht voor de geuzen, de heterogene groep opstandelingen die edelen, vrijbuiters, calvinisten, bannelingen en heuse boeven omvatte.

In nogal wat historische werken over de politieke verwikkelingen van de 16de eeuw zijn de geuzen nauwelijks meer dan figuranten. Maar zij waren het die de Opstand belichaamden en uiteindelijk de voorwaarden schiepen voor het succes van Willem van Oranje en het ontstaan van de Republiek. Die laatste bestond in het begin tenslotte alleen uit Holland en Zeeland, die stukje bij beetje door de geuzen veroverd waren. Het verhaal van de geuzen begint in het zuiden, met het Eedverbond der Edelen en de Beeldenstorm; we maken van nabij kennis met de bosgeuzen, die de Westhoek in de huidige Belgische provincie West-Vlaanderen onveilig maakten. Maar schrijver besteed meteen ook aandacht aan de rol van calvinistische en vrijheidlievende edelen in het noorden. Onbekend was voor mij het lot van de Henegouwse (thans Franse) stad Valenciennes – de eerste waar calvinisten aan de macht kwamen en de eerste ook die door regeringstroepen heroverd werd.

In Opstand! is verhalende en chronologische geschiedenis met veel aandacht voor politieke en militaire feiten. Maar Serrien vertelt veel meer dan de vaak onfortuinlijke belevenissen van haveloze avonturiers. Hij legt met zin voor detail uit hoe en waarom het verzet tegen Spanje ontstond en – mede door het genadeloze optreden van de hertog van Alva en zijn Spaanse leger – aan kracht won. Ook de ‘Kleine Ijstijd’ die even na het midden van de 16de eeuw begon en met barre weersomstandigheden en mislukte oogsten bijdroeg tot de escalatie van het conflict komt aan bod. Bij gebrek aan directe getuigenissen van geuzen deed Serrien een beroep op die van doorgaans katholieke (of Lutherse) tijdgenoten, zoals de Gentenaar Marcus van Vaernewijck en de Antwerpenaar Godevaert van Haecht.
Hij kon gelukkig ook de hand leggen op het relaas van figuren die in de historiografie minder bekend zijn als de opgejaagde broeder Wouter Jacobsz. die in het regeringsgezinde Amsterdam opschreef wat de geuzen zoal uitspookten. Want, geloof het of niet, ‘magic Amsterdam’ bleef lang trouw aan Filips II.

De historicus rekent af met voorgangers die de Opstand al te gemakkelijk een ‘nationaal’ karakter toedichtten. Hij laat zien dat men zich verzette tegen Spanje om religieuze en politieke redenen, niet omdat men zich plots ‘Nederlander’ voelde. Serrien toont wel aan hoe de geuzen (en in een later stadium ook Oranje) een beweging in het leven riepen die het particularisme van de middeleeuwste vorstendommen in de Nederlanden oversteeg. De geuzen groepeerden mensen uit alle streken. En er ontstond een zekere samenhorigheid tussen edelen en burgers.

Serrien geeft in zijn nabeschouwing toe dat hij tijdens het schrijven sympathie kreeg voor de geuzen. Dat doet niet af aan de objectiviteit van een verhaal dat de ondeugden en wreedheid van de strijdende partijen in de verf zet. Zijn conclusie is wel dat de Spanjaarden op grotere schaal wreedheid uithaalden dan de opstandelingen. Het boek eindigt met de vestiging van ‘geuzenrepublieken’ in de grote steden van het zuiden en de consolidatie van Oranje als leider. Daarmee kwam een eind aan de hoofdrol van de geuzen van het eerste uur.

Jan Lampo

Pieter Serrien – In Opstand! De geuzen in de Lage Landen, 1565-1578. Horizon, Amsterdam. 624 blz. 34,99.