‘Zwanger van betekenis vooruitgeworpen voor ogen’

Op bijzonder originele, muzikale en indringende wijze verbindt de nieuwe dichtbundel ecologica van Rozalie Hirs de aarde, die in feite ons ‘oikos’ (= huis) is, met ons denken, onze rede (logica) en daaruit voortvloeiend, de taal.

Net als in haar vorige bundel, oneindige zin, is ook hier het ontbreken van hoofdletters en leestekens betekenisvol. Subtiel staat op de achterflap slechts ‘van meet af aan articulatie’. Articulatie is in de muziek de keuze tussen noten los of gebonden spelen, staccato of legato; in het spreken is het de manier van klanken produceren door de beweging van je mond. De onafgebroken stroom woorden en zinnen in ecologica nodigt dus uit om keuzes te maken in articulatie. Omdat er geen leestekens staan, kun je steeds nieuwe verbindingen aangaan. Net als muziek kan deze bundel je hersenen flink activeren, maar daardoor juist ook vreugde en voldoening geven.

Het gebruik van taal is evenmin als het samenleven op aarde geheel vrijblijvend. Elke keuze die je maakt, heeft consequenties. Daarom is het zo indrukwekkend dat Hirs de lezer van deze bundel tot deelgenoot maakt: je kunt deze bundel niet lezen zonder keuzes te maken, zonder na te denken over wat je aan het doen bent. Dat maakt dat het lezen ervan tegelijkertijd een zuiver existentiële bezigheid is, die als vanzelf tot vastlopen, twijfel en zelfs frustratie kan leiden, maar daardoor ook tot nadenken over belangrijke thema’s met betrekking tot ons bestaan. Lezen is scheppen en leven tegelijk, zoals schrijven dat ook is:

[1]

geef je over als altijd ruik het nieuwe seizoen
als aarde weer verdwijnt in donkerder lucht

geef de taal terug uit naam van het laatste
paar siberische kraanvogels zowaar in leven

hun komma te lezen als meditatieve onthoofding
een kwestie van opsporing door bijen nat van honing

of door gekweel van een nachtegaal als de beste
zwanger van betekenis vooruitgeworpen voor ogen

een schaduw zich uitstrekt tot aan tekst of sterren
een hele wereld buiten haakjes zich verzamelt

als een kring van halflicht de allerlaatste zwerm
bedreigde woorden langzaam deze beslissing onthult

het zaad om te planten inderdaad een nieuwe tijd
die het verdwenen paar in heilige boeken vangt

De uitnodiging van dit eerste gedicht is niet mis te verstaan, op verschillende niveaus: ‘geef je over ruik het nieuwe seizoen’, dus geef je als lezer over aan deze nieuwe samenstelling van woorden, tegelijkertijd aan het nieuwe seizoen, buiten dit gedicht. Dit openingsgedicht problematiseert de taal. De taal, de logica, heeft ons gebracht waar we nu zijn, in een wereld die wankelt. Door deze terug te geven, doen we een stap achteruit, ten gunste van het laatste paar siberische kraanvogels, symbool voor alles wat met uitsterven bedreigd wordt. Kraanvogels zijn in diverse culturen het symbool van de doden, vandaar ‘zowaar in leven’.

Meesterlijk is hoe Hirs uitgerekend de halzen van kraanvogels als komma’s beschrijft, de komma’s die juist ontbreken in deze zo ‘talige’ bundel. Taal schept de werkelijkheid en in onze observaties van de werkelijkheid kunnen wij niet zonder taal: ‘een schaduw zich uitstrekt tot aan tekst of sterren’, terwijl de wereld zich buiten de haakjes van de taal verzamelt. Dit gedicht loopt over van betekenissen en klanken (let op al die wonderschone alliteraties en assonanties!), waaraan de geduldige lezer zich kan laven. Het gaat over onze wereld, maar ook over de kwetsbaarheid ervan, over het beschrijven ervan, over het schrijfproces zelf: ‘de allerlaatste zwerm / bedreigde woorden langzaam deze beslissing onthult’. En ook al voel je hoe wij die laatste kraanvogels waarschijnlijk niet meer kunnen redden, ze zijn al gevangen ‘in heilige boeken’, in dit gedicht, in de taal.

Vanaf de eerste bladzijde is duidelijk dat de bundel niet zonder jou kan: om tot een zeker einde te komen, zal je je bijdrage moeten leveren, door keuzes te maken in het leggen van verbindingen, en dat is precies waar het ook thematisch om draait: ieder mens kan ook op deze aarde het verschil maken door zijn eigen accenten te leggen: ‘in een bloem of een vogel verschuilt zich je doen en laten / ontelbaar veel houdingen en gedachten’, staat in [22]. Wie hopeloos vastloopt door aarzeling of twijfel, zal getroost worden door uitzonderlijk mooie regels die ook los van alles tot tranen toe kunnen roeren: ‘keert een vogel terug en maakt muziek roodvleugelig / even een schildwacht voor regen en elderse bliksem.’

De afdeling ‘atlantis &’ bestaat uit ‘wat ze zingen’ en ‘wat we horen’, gespiegeld op de twee bladzijden naast elkaar. In diverse talen staan woorden die je samen tot zin kunt vormen op de linker bladzijde en op de rechter bladzijde in raadselachtig fonetisch schrift alleen de klinkers die je hoort: dat zijn de klanken die je alleen nog waarneemt als het land onder water is geraakt, zoals het verzonken Atlantis. Door het overlopen van verschillende talen voelt dit gedicht als een oproep tot verbinding van alle volkeren op deze aarde, door samen te zingen om niet te verzinken.

Tot slot is daar de afdeling ‘o kleine distel’ waar het koor op de linker bladzijde in verschillende talen allerlei plantensoorten opsomt en op de rechter de kleine distel aanroept, die op zijn beurt weer voor zoveel moois symbool zou kunnen staan: de weerbarstigheid, of stekeligheid van het leven, van de aarde, van de mens, van onze verhoudingen, de problemen die we voortdurend veroorzaken, maar tegelijkertijd de adembenemende schoonheid van deze kleine ronde stekelbloem.

Net als Broze aarde. Een mis voor het universum van Antjie Krog roept de bundel op tot mededogen met de aarde, niet door doemscenario’s te schetsen, maar door uit te nodigen tot deelname in een samenzang, waar elke persoonlijke keuze ertoe doet. Wie deze bundel leest, zal balanceren tussen wanhoop en diepe ontroering.

Dietske Geerlings

Rozalie Hirs – ecologica. Vleugels, Bleiswijk. 64 blz. € 22,90.