Dickens in de Appalachen

Wie zich het verhaal van Charles Dickens’ David Copperfield weet te herinneren – of dat op internet heeft opgezocht – heeft daarmee de blauwdruk in handen van Demon Copperhead van Barbara Kingsolver. Kingsolver (Annapolis, Maryland, 1955) is een gevierde schrijfster, die haar grootste succes in 1998 behaalde met De gifhouten bijbel en al vanaf haar debuut Het schildpadmeisje (1988) en de superieure sequel Varkens aan de hemel (1993) de harten van de lezers stal. Barbara Kingsolver is dus niet de eerste de beste: de Pulitzerprijs voor Demon Copperhead komt haar toe.

Kingsolver is erbij als Damon Fields in de jaren tachtig van de vorige eeuw ter wereld komt in een trailer te midden van pillen en de pies van zijn achttienjarige, aan van alles verslaafde moeder. Vanaf de geboorte een rampspoedkind. Niet alleen vanwege de armzalige geboorteplek van een trailervloer, maar ook omdat die staat in Lee County, de scherpe punt in zuidwestelijk Virginia, in de Appalachen, waar de armoedigste der armoedigen hun thuis hebben. Zijn rode, koperkleurige haar dankt Damon aan zijn vader, die voor Damons geboorte overleed en met wiens familie zijn moeder niks te maken wil hebben. Damon wordt Demon: Demon Copperhead. Maar zijn moeder kan niet voor hem zorgen; op hem wordt nog wel een klein beetje toegezien door de Pegotts, op wiens erf de woonwagen staat. Demon is elf jaar als zijn moeder overlijdt aan een overdosis goedkope pillen en pijnstillers op recept: oxy. Vanaf dan is Demon volledig overgeleverd aan de goden, lees: jeugdzorg en pleeggezinnen.

Barbara Kingsolver geeft Demon een bijzonder toepasselijke vertelstem, die van een altijd optimistisch jongetje dat zich door tegenslag en de doffe, diep ellende heen vecht. Op school wordt hij met de nek aangekeken, in pleeggezinnen wordt hij uitgebuit en zijn baantjes zijn niet de beste: in een drugslab en op een sloopbedrijf. Maar Demon maakt er het beste van, zozeer zelfs dat hij de moeder van zijn vader weet op te sporen. Het is een kantelpunt in de roman: zijn moeder brengt hem onder bij een zeer aimabele man en bovendien de populaire coach van het highschool-footballteam. Binnen dat gezin floreert Demon helemaal, hij blijkt zelfs, aangespoord door coach, een zeer talentvolle footballer te zijn. Maar dan is de roman krap aan halverwege, en het voorbeeld van Dickens indachtig: er staat Demon dan nog bakken vol ellende te wachten. Tijdens een wedstrijd raakt Demon zwaar geblesseerd en wat hem dan op de been moet houden zijn zware pijnstillers. Ja: oxy.

Wat Kingsolver in Demon Copperhead laat zien is de alomtegenwoordigheid van verslaving aan pijnstillers en in het bijzonder onder de meer arme bevolking van Amerika. In een van de meest achtergestelde gebieden – de Appalachen, daar waar veelal armlastige hillbillies wonen – is die opiatencrisis een probleem van gigantische proporties. Demon Copperhead is daarmee zowel een actuele als een maatschappijkritische roman, alsook een meeslepende roman waarvan het vertelplezier afspat: Kingsolver heeft van Demon Copperhead dan ook een jongen gemaakt waarvan je instant gaat houden. Die combinatie verstevigt het schrijverschap van Barbara Kingsolver: een grande dame van de Amerikaanse literatuur. Zoals gezegd: Demon Copperhead is volkomen terecht beloond met de Pulitzerprijs.

Wiebren Rijkeboer

Barbara Kingsolver – Demon Copperhead. Vertaald door Monique ter Berg en Jetty Huisman. Meulenhoff, Amsterdam. 544 blz. € 24,99.