Verlangen om te leren

Alexandre Pedro is docent Engels aan het Gomarus College in Groningen. Hoewel er ‘roman’ op het omslag staat, mogen we de hoofdpersoon van Mijn naam is Leu toch wel gelijkstellen aan deze leraar die beide voornamen Leu en Alexandre gebruikt. Het boek is geschreven in samenwerking met Wim de Gelder en gaat voornamelijk over de jeugd van Pedro in Angola dat na de onafhankelijkheid in 1975 jarenlang het toneel was van elkaar bestrijdende groepen. Dat er altijd gevaar dreigt door een rebellerende groep is voelbaar in het dorp waar Leu opgroeit. Pedro houdt zich echter buiten een politieke stellingname voor of tegen de MPLA, de UNITA of de FNLA.

Er zit ook een duidelijke open plek in dit boek. De periode waarin Leu door soldaten van straat geplukt wordt om in het leger te dienen en zijn vlucht naar Nederland, jaren later, wordt overgeslagen. Vermoedelijk te traumatisch gezien de ultrakorte alinea: ‘De beelden blijven komen. De demonen gaan rond. Ik zie dood en verderf.’ De zinnen staan in het ontroerende slothoofdstuk waarin Leu na decennia teruggaat naar Angola om zijn broer te begraven.

Mijn naam is Leu moet het niet hebben van de mooie zinnen. Die zijn nogal zakelijk en opsommerig. Van een echte scène-opbouw die je in een roman zou verwachten, is geen sprake: je gaat van gebeurtenis naar gebeurtenis. Bovendien raak je ook weleens het spoor bijster in de familieverhoudingen met ooms en tantes, opa’s en oma’s. Voor de zekerheid is voorin een namenlijst opgenomen.

Misschien is het belangrijkste gegeven wel het verlangen van Leu naar goed onderwijs. Al vroeg wil hij met andere jongens mee naar een veel groter dorp, langs gevaarlijke wegen, waar hij ver van zijn dorp en familie onderwijs kan volgen. Om door te leren moet hij naar Luanda, in de kost bij een oom en tante die hem min of meer uitbuiten en hem eerder verhinderen om onderwijs te volgen, wat via allerlei slinkse wegen toch met veel moeite lukt. Je ziet Leu zelfstandiger opereren. Het onderwijs lijkt de enige weg te zijn om te ontsnappen aan de armoede van zijn geboortedorp. Een tante, een andere dan die hiervoor, zei ooit: ‘Leu, als jij groot bent en nog veel meer weet, word dan meester. Leer anderen hoe ze moeten lezen en schrijven.’ Die opdracht is in ieder geval volbracht. Er is echter nog een verhaal dat verteld moet worden, al is het de vraag of het verteld wil worden.

Coen Peppelenbos

Alexandre Pedro en Wim de Gelder – Mijn naam is Leu. Alfabet, Amsterdam. 240 blz. € 22,99.

Deze recensie verscheen in een iets kortere versie eerder in het Dagblad van het Noorden op 9 juli 2025.