Een inleiding tot het denken van Wittgenstein

Nog al te vaak is het gebruikelijk om de filosofie van Wittgenstein op te delen in twee periodes en te spreken over Wittgenstein I en Wittgenstein II. De vroege periode is verbonden met de Tractatus Logico – Philosophicus (1921) waarin Wittgenstein betekenis verbindt met een puur logische en essentialistische kijk op de werkelijkheid. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen wat ‘zegbaar’ en ‘onzegbaar’ is, tussen feiten en het domein van het ethische. Er zijn verschillende interpretaties mogelijk, maar Stokhof schaart zich bij de groep filosofen die van mening is dat het ‘onzegbare’ het belangrijkste is. Langzaamaan is Wittgenstein gaan beseffen dat zijn logische kijk op taal, wereld en betekenis niet concreet kan worden gemaakt en geen recht doet aan alledaags taalgebruik. En hier komt Wittgenstein II op de proppen. In zijn postuum uitgegeven Filosofische onderzoekingen (1953) gaat hij meer aandacht schenken aan de context waarin taal wordt gebruikt en zal hij betekenis verbinden met gebruik. Een cruciaal concept hierbij is het ‘taalspel’: ‘de taal en de activiteiten waarmee de taal verbonden is’.

De verdienste van Martin Stokhof is dat hij het verouderde verhaal over Wittgensteins filosofie vervangt door een meer genuanceerde en hedendaagse visie die gebaseerd is op een diversiteit aan publicaties van Wittgenstein waar in andere inleidingen minder aandacht voor is. Zo is het derde hoofdstuk gebaseerd op Over Zekerheid, een boek dat weliswaar in het verlengde ligt van Filosofische onderzoekingen maar waarin Wittgenstein vertrekt vanuit de kennisleer en vanuit zijn eigen filosofie het radicale scepticisme aanvalt. Stokhof heeft bovendien ook aandacht voor de onderwerpen waarover in de Tractatus nog werd gesteld dat er geen betekenisvolle uitspraken over konden worden gedaan: kunst, rituelen, ethiek en religie. Zo is het interessant om te lezen dat in Wittgensteins esthetica de kern bestaat uit waardering voor objecten onder bepaalde regels en dat omwille van die regels waardering ook kan worden aangeleerd. Rituelen, vervolgens, zijn geen pseudowetenschap maar een manier om betekenis te geven die verschilt van een wetenschappelijke manier. De visie op ethiek draagt dan weer een stoïcijnse stempel en hangt nauw samen met religie. Naast de behandeling van ruimere onderwerpen, gaat Stokhof ook doorheen zijn boek op zoek naar gelijkenissen tussen de verschillende periodes van Wittgenstein, zonder ook de duidelijke verschillen niet uit het oog te verliezen. Zo is het verfrissend om te lezen dat al in de Tractatus sprake is van een meer menselijke aanpak en van ‘gebruik’. Ook wijst Stokhof erop dat de ideeën van de Tractatus kunnen worden gezien als een mogelijk taalspel waardoor de latere Wittgenstein de vroegere Wittgenstein niet hoeft te verwerpen.

Wittgensteins betekenis is een degelijke en erudiete inleiding tot het denken van Wittgenstein. De auteur geeft ook expliciet aan dat er altijd meerdere interpretaties mogelijk zijn en dat nieuwe generaties op een andere manier kunnen lezen. Maar Martin Stokhof is niet niemand: hij staat internationaal bekend als een expert in taalfilosofie en semantiek; hij is ook een belangrijke Wittgensteinkenner. In zijn inleiding neemt hij zich voor om ‘betekenis’ als rode draad te nemen. Dat is niet verwonderlijk: in 2000 schreef hij al een inleiding in de taalfilosofie onder de titel Taal en betekenis. Stokhof slaagt er in om in Wittgensteins betekenis die rode draad niet te verliezen. Meer bezwaar moet gemaakt worden bij het beoogde doelpubliek. Stokhof wil schrijven voor de ‘geïnteresseerde, maar nog niet ingevoerde lezer’. Het moet gezegd worden dat Stokhof moeite doet om alles zo helder mogelijk uit te leggen, maar bij meerdere onderwerpen blijft hij erg abstract. Dat ligt natuurlijk ook aan het onderwerp: de filosofie van Wittgenstein is notoir moeilijk. Zo gaat Stokhof bij zijn beschrijving over de Tractatus te veel in detail en moeten sommige passages in het hoofdstuk over zekerheid ook door de gediplomeerde filosoof meerdere keren worden gelezen. Academische filosofen beseffen nog te weinig dat ‘ontologie’ niet tot het basisvocabularium van de niet-filosoof behoort. Voor wie het echt gemakkelijk moet zijn, is de Podcast Filosofie van het Centre Erasme over Wittgenstein, waarin Jean Paul Van Bendegem op een uur de basis uit de doeken doet, een aanrader. Een volgende stap is dan de biografie over Wittgenstein van Ray Monk waarin zowel leven als werk aan bod komen. Daarna is het boek van Stokhof een goed idee.

Kris Velter

Martin Stokhof – Wittgensteins betekenis. Hoe taal, handelen & wereld betekenis bepalen. Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam. 256 blz. € 22,99.