Recensie: Petra Couvée – De dagen branden als papier. De eeuw van de familie Tsjoekovski
Een vrijwel onmogelijke balanceer-act
Slaviste Petra Couvée, wel bekend van het veelvuldig vertaalde De zaak Zjivago, heeft met De dagen branden als papier een intrigerende geschiedenis geschreven over de bewogen levens van de schrijversfamilie Tsjoekovski, en dan met name over de stamvader Kornej, die in 1882 werd geboren ten tijde van tsaar Alexander III en stierf in de Sovjet-Unie toen Brezjnev aan de macht was.
Als vanzelf is dit buitengewoon precies geconstrueerde werk daardoor een ‘doorloop’ geworden van de roerige geschiedenis van moeder Rusland. Het is duidelijk dat er zeer nauwgezet en diepgravend onderzoek is verricht – van het kaliber dat wanneer je niet oppast je helemaal door je onderwerp opgesoupeerd kan worden – dat er de grootste moeite is gedaan om zo veel mogelijk verschillende bronnen te raadplegen, maar de tekst neigt werkelijk nergens naar ‘kennispronkerij’, waar veel non-fictiewerken nogal eens zuchten onder een aardig groot Wikipedia-gehalte. Het is mede aan de prettige, ja, onderhoudende schrijfstijl van Couvée te danken dat je van begin tot einde alles over de balanceer-act van de familie wil weten.
In lastige tijden – oorlog en revolutie – is het achteraf gemakkelijk praten over goed en fout. Kornej maakte nogal wat uiteenlopende periodes mee: twee Tsaren, een aantal revoluties – hij deed al heel zakelijk verslag van de muiterij op de kruiser Potjomkin – vier Sovjetleiders, elk met hun eigen onnavolgbare beleid, hongersnoden, Stalins terreur, evacuatie in verband met operatie Barbarossa, ophemeling, smaad, nationale verguizing, zelfverloochening, bittere armoede, datsja’s, auto’s met chauffeur en de hoogste literaire staatsprijzen.
Een rollercoaster waaraan veel van zijn collega’s ten onder zijn gegaan. Kornej heeft zich op wonderbaarlijke wijze door deze aardverschuivingen heen weten te manoeuvreren. Een hypersensitieve man, die niet dronk, die zijn leven lang aan slapeloosheid leed. Het is vaak ondraaglijk om te lezen wat hij allemaal heeft moeten ondergaan, in welke onmogelijke bochten hij zich heeft moeten wringen. Geef je steun aan collega’s die worden afgevoerd, neem je op oneigenlijke gronden afstand van je eigen werk omdat het niet in het nieuwe bolsjewistische kader past? Je zou van minder aan de wodka gaan, geen oog meer dichtdoen. De schizofrenie wordt duidelijk wanneer je bijvoorbeeld kijkt naar het gedrag van Aleksandr Fadejev, de voorzitter van de Schrijversbond, ten opzichte van dichteres Anna Achmatova. Hij verbood publicatie van haar gedichten met veel publiekelijk geschimp, maar zorgde voor haar wel voor woonruimte, een pensioen en een nominatie voor de Stalinprijs.
Kornej was een echt gezinsmens, stelde zijn naasten en de literatuur, het daadwerkelijke schrijfwerk, voorop. En ergens schuilt daarin zijn redding. Maar er moest ook letterlijk tenminste brood op de plank komen. Dictaturen zijn per definitie argwanend, herkennen de nuance van de literatuur niet, zoeken daarom overal wat achter. Kornej was beroemd om zijn kindersprookjes met dieren. Het ene moment werd hij erom geprezen, het volgende moment waren ze niet conform het gedachtegoed van de opperste Sovjet en de ‘zo de wind waait, staat mijn vestje’-lakeien.
Kornej – geboren als een bastaardzoon van een boerenvrouw, hetgeen door het ontbreken van de tweede vadersnaam voor eenieder duidelijk is – werd als vanzelf een allrounder. Hij schreef kritieken, werkte mee aan bladen, vertaalde belangwekkende literatoren. Daarnaast schreef hij memoires en een driedelig dagboek.
Kornej is nooit gearresteerd of verbannen, maar zijn familieleden ondergingen dat lot wel, zijn schoonzoon werd, zoals zo velen, op oneigenlijke gronden gearresteerd en vermoord. Kornej is bij zijn literaire werk gebleven, is door de censuur en smaad, de voortdurende ‘stemmingswissel’, zelfs van vrienden, van collega’s, ook tot de dissidenten te scharen. Het is een wonder dat hij de vijfentwintig jaar onder Stalin ongeschonden heeft overleefd.
Hij heeft nooit mensen aangegeven of verraden, niet meegedaan met de publiekelijke ‘executiebrieven’ waarin onomwonden schrijvers en andere kopstukken ter dood werden verklaard. Hij schreef steunbetuigingen voor collega’s, voor vrienden, voor vrienden van vrienden. Tegelijkertijd had hij in de jaren dertig van de vorige eeuw een datsja, een auto met chauffeur, was hij een gevierd Sovjetschrijver. Hij was nu eenmaal ook kostwinner voor een groot gezin. De kinderen waarvan hij er drie heeft overleefd.
De band met zijn lezers is altijd ongeschonden gebleven. Daar leeft een schrijver voor, daar kun je alsnog op teren. In 1953, op zijn 71ste, was hij levensmoe.
Ik had altijd een hang naar een veelbewogen, intensief, bruisend leven. Ik ging op mijn 21ste naar Londen, was op de Potjomkin, schreef polemische artikelen, voer tegen de stroom in en nu lijkt het of ik achter de geraniums zit en uitsluitend geschikt ben voor een leven in een sanatorium, zoals het een oude man betaamt.
Maar negen jaar later, tijdens Chroesjtsjovs dooi, breekt waarschijnlijk de mooiste tijd van zijn leven aan. Aanvankelijk dan. Een reis opnieuw naar Londen, als tweede Rus een eredoctoraat aan de Universiteit van Oxford, twee Russische staatsprijzen, de start van zijn zesdelige verzamelde werken, nieuwe vrienden in binnen- en buitenland en een unieke boekopdracht: de leiding over het schrijven van een Sovjetkinderbijbel. Een welhaast onmogelijk project voor een tachtigjarige, ook nog eens iemand die niets heeft met religie, maar het is ook de inlossing van een oude belofte aan Maxim Gorki, die hem ooit had betrokken bij de jeugdafdeling van een uitgeverij. Voortvarend zet de bejaarde schrijver zich aan het hoofd van het collectief. Het vervolg laat zich raden. Pas ten tijde van de glasnost verschijnt de bijbel alsnog. De officiële verkoopcijfers zijn vlak voor zijn dood evenwel indrukwekkend, censuur of niet.
Vanaf de tijd van de revolutie zijn mijn boeken 715 keer uitgegeven. Totale oplage 82 miljoen in 64 talen.
Guus Bauer
Petra Couvée. De dagen branden als papier – De eeuw van de familie Tsjoekovski. Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam. 404 pagina’s. € 27,50.

