Fragiel leven

Gisha is het Hebreeuwse woord voor toegang. Samen met een collega richtte de Amerikaans-Joodse mensenrechtenactivist Sari Bashi in 2005 een organisatie met die naam op om juridische bijstand te verlenen aan Palestijnen die te maken hebben met de reisbeperkingen die hun door de Israëlische bezetting zijn opgelegd.

Bashi werd in 1975 geboren in de Verenigde Staten. Als dochter van een in Irak geboren Israëlische Jood, die eind jaren zestig verhuisde naar de VS, bezit ze naast een Amerikaans ook een Israëlisch paspoort. In 1997 verhuist ze naar Israël om er te studeren en stage te lopen. De rauwe werkelijkheid van de onderdrukking van de Palestijnen gaat haar steeds meer tegenstaan. Om een steentje bij te dragen aan deze vorm van apartheid richt ze, samen met een collega, de organisatie Gisha op.

Over haar motivatie schrijft Bashi in het boek Maqloubah: ‘Wat ik doe is kleinschalig en praktisch: ik wil studenten helpen hun studie te voltooien, arbeiders helpen hun werk te doen en families helpen zich te herenigen. Geen enkele brief van mij zal de bezetting beëindigen of zelfs maar een klein beetje opschudding veroorzaken. Maar een brief van mij kan wel één persoon in staat stellen iets te doen waar hij of zij van droomt. Of niet. Als ik het recht wilde laten zegevieren, had ik een ander beroep moeten kiezen. Met mijn beroep krijg je nu eenmaal vuile handen.’

Een van de cliënten van Bashi is de Palestijn Osama Faher, die woont en werkt in de stad Ramallah op de Westelijke Jordaanoever. Hij werd geboren in de Gazastrook en omdat de Israëlische autoriteiten het Palestijnen die zijn geboren in Gaza niet toestaat om hun verblijfplaats te veranderen, is het voor hem vrijwel onmogelijk om vanuit Ramallah vrij te reizen; bij terugkeer zou hij groot risico lopen gedwongen te worden om zich weer in Gaza te vestigen.

Al snel na hun eerste contact voelen Sari en Osama zich tot elkaar aangetrokken, ook al zijn ze zich maar al te bewust van de moeilijkheden die een liefdesrelatie tussen een Israëlische vrouw en een Palestijnse man met zich meebrengt. ‘We wisten dat dat waar we naar verlangden verboden was, dat het nooit kon gebeuren. Hoe meer we afstand probeerden te houden, hoe meer manieren we vonden om dicht bij elkaar te zijn.’

Van die toenadering doen Sari en Osama verslag in hun boek, waarin ze om de beurt aan een hoofdstuk schrijven. Maqloubah is een kip-rijstgerecht dat als het gaar gestoofd is omgekeerd op een schaal wordt geserveerd. Maqloubah is het Arabische woord voor ondersteboven. Dat vat goed de werkelijkheid samen die de twee gelieven dagelijks ervaren vanaf het moment dat ze besluiten om te proberen hun leven met elkaar te delen.

Hoewel Ramallah voor Sari als Israëlisch staatsburger officieel verboden terrein is, probeert ze toch zo vaak als mogelijk is naar die stad te reizen om deelgenoot te worden van het leven van Osama. Ze moet heel wat weerstanden overwinnen om het vertrouwen te krijgen van Osama’s vrienden en familie. Daarbij probeert ze haar eigen identiteit als Joods-Israëlische vrouw zoveel mogelijk te camoufleren: ‘Ik ben erachter gekomen dat als mensen je aardig vinden, ze je associëren met hun eigen groep en aan de hand daarvan invullen hoe en wie je bent.’

De relatie drukt Osama met de neus op de feiten dat hij en Sari letterlijk in gescheiden werelden leven en confronteren hem ‘met een discriminerende en pijnlijke werkelijkheid. Ze stapt in een taxi en gaat door poorten in de muren en hekken die de Westelijke Jordaanoever omringen en die mij van mijn moeder en de zee scheiden. Als ze met iemand belt, hoor ik de taal van de gevangenisbewakers. Ze loopt zonder angst door Ramallah, alsof ze niet weet wat het betekent om je je hele leven onveilig te voelen.’

Toch lukt het Osama en Sari om hun twijfels en alle praktische obstakels die hun liefde in de weg staan uiteindelijk te overwinnen, ook al beseffen ze ‘dat het leven dat we samen zouden opbouwen altijd fragiel zou zijn, bedreigd zou worden door de mensen in onze omgeving, waarin geen ruimte is voor mensen zoals wij’.

Osama en ik hebben de wereld niet veranderd met onze keuzes. De bezetting en het discriminerende regime zijn niet gestopt. Ze worden alleen maar geraffineerder in hun lelijkheid. Maar het is ons gelukt samen een goed leven op te bouwen, te midden van de onderdrukking en de pogingen om angst te zaaien.

Roeland Sprey

Sari Bashi – Maqloubah. Een Palestijns-Israëlisch liefdesverhaal. Uitgeverij Orlando, Amsterdam. 320 blz. € 24,99.