De onderstaande recensie verscheen voor het eerst in 2004.

Een doofstom mens

Het gaat soms raar als je een boek leest. Neem nu De komst van de rustverstoorder van Inez van Dullemen, het verhaal van Olivier en Olga, veelbelovende jonge mensen die naar Ierland verhuizen om daar een nieuw leven te beginnen. In het begin dacht ik: dit krijg ik nooit uit. Dat gedoe altijd over Ierland waar het zo mooi en bijzonder is, ik kan er niet meer tegen. Daar waar spoken in oude landhuizen rondzwerven, waar druïden toverspreuken prevelen en de mensen in cafés bij het minste of geringste onduidelijke liederen beginnen te zingen, meestal nog volkomen vals ook maar dat horen ze zelf niet meer en schrijvers willen het allang niet meer horen.

Van Dullemen doet in het begin aan dit algemeen heersende Ierlandgevoel mee, haar beschrijvingen van het nieuwe huis van de veelbelovende mensen zijn bijvoorbeeld in stijl.

Een ludieke geest had het huis de kleur van de zon gegeven. Wanneer het stortregende of nevels uit de baai omhoogdampten, gloeide de warmgele kleur door de mist heen als een belofte dat de zon spoedig zou weerkeren.

Ook het verhaal leek niet veelbelovend: de idylle van deze mensen wordt verstoord door de komst van een baby die doofstom blijkt te zijn. Dit wordt een boek vol verpletterend leed waar ik verder ook niks aan kan doen, vreesde ik. Een boek zonder drama, omdat het startgegeven op zich alleen al meer dan dramatisch is: hoe kun je daar ooit nog iets bijzonders van maken?

Van Dullemen is het gelukt, het is raar maar waar. Natuurlijk vertelt ze de teloorgang van een liefde maar de manier waarop is prachtig geen geklaag of gezeur, geen larmoyante dialogen die je in de Libelle ook wel zou kunnen lezen. Maar rustig, onafwendbaar, een teloorgang die op een of andere manier logisch wordt omdat zij erin is geslaagd deze twee figuren voortreffelijk neer te zetten. Olga: niet in staat zich in haar kind te verplaatsen. Olivier: ondergaand in egoïsme en zelfbeklag.

Dit is mooie schrijfkunst, die gebaseerd is op gedurfd inzicht in menselijke verhoudingen zonder dat het meedeint op bestaande vooroordelen of sociologisch geëmmer over de ‘man-vrouw-relatie’. Van Dullemen legt niks uit, ze beschrijft mensen zonder te generaliseren, dit zijn geen typen maar uitgewerkte verbeeldingen. Daar komt bij dat ze de groei en ontwikkeling van de doofstomme zoon werkelijk fabuleus neerzet.

Deze Jonas is waar het om gaat in dit boek. Hoe beschrijf je de gedachtewereld van een doofstom mens? Je hoeft er niet eens zo lang over te peinzen om in te zien dat dit niet eenvoudig is. Waar de moeder keer op keer faalt in haar pogingen tot begrip slaagt Van Dullemen er ondertussen in een buitengewoon geslaagd beeld te creëren van de verlangens en begeertes van deze jongen. En van zijn dromen waar hij uiteindelijk aan toegeeft. Dit is een mooi en meeslepend boek, laat dit duidelijk zijn: ik heb me in het begin te veel laten leiden door de weinig aan de verbeelding over latende titel.

Kees ’t Hart

Inez van Dullemen – De komst van de rustverstoorder. De Bezige Bij, Amsterdam. 240 blz.

Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 23 april 2004.