Een literaire evangelist

Een verhaal is heel wat anders dan louter een verzameling feiten en kan ook veel meer betekenen, hoe nauwgezet en gewetensvol die ook bij elkaar zijn gezocht. Jeanette Winterson houdt in haar nieuwste werk Eén Aladdin, twee lampen niet op die overtuiging te benadrukken. Met verhalen, boeken, literatuur, verbeelding, kunnen onmogelijk lijkende situaties en ontwikkelingen zelfs gekeerd en gewijzigd worden. Met de ijver en gedrevenheid van een literaire evangelist gebruikt ze De vertellingen van duizend-en-één-nacht om haar zienswijze op universele en meer specifiek hedendaagse kwesties te duiden.

Kan een sterveling aan de tijd ontkomen als niemand aan zijn lot ontkomt?
‘Nee’ zegt de klok
‘Ja’ zegt het verhaal

Jeanette Winterson (1959), geboren in Manchester, als baby afgestaan door haar toen zeventienjarige moeder aan het streng gelovige arbeidersgezin Winterson, en daarmee gelijk vrijwel kansloos zich verder te ontwikkelen, ontdekte in verbeelding en met name de literatuur de uitweg. Door te lezen, te denken en de wereld kritisch te benaderen gingen deuren voor haar open, die voor anderen gesloten bleven. En nog steeds blijven, realiseert ze zich. Niet in de laatste plaats voor vrouwen, mensen van kleur, mensen met een andere geaardheid dan de gangbare heteroseksuele. Natuurlijk zijn er meer ‘afwijkende’ menstypen te benoemen, maar Winterson stelt scherp op de genoemde drie groepen, want een verhaal vraagt om keuzes die de boodschap helder houden.

Winterson heeft beslist een duidelijke boodschap in dit wonderlijke en buitengewoon gedreven ‘Gesamtkunstwerk’ van herschreven oeroude vertellingen, essayistische fragmenten, autobiografische herinneringen en blikken in de toekomst. Centraal staat in het hele boek het verhaal van Sjahrazaad (buiten dit boek beter bekend als Sjeherazade), de wijze vertelster uit ‘De vertellingen’, die de machtige en wrede sultan Sjahriaat zo weet te betoveren met haar verhalen, dat ze niet net als haar seksegenotes misbruikt en vermoord wordt. Ze wordt door Winterson, zou je kunnen zeggen, voorgesteld als de uitvinder van de cliffhanger. En als je van iets het verdere verloop wilt weten, vermoord je natuurlijk niet de vertelster.

Het is een mooi gevonden uitgangspunt voor een zeer veelkantig boek, waarin Winterson haar overtuigingen kwijt kan. Voor vrijheid, verbeelding, eerlijke kansen voor iedereen, niet in de laatste plaats voor vrouwen, en tegen kleingeestigheid, machtsmisbruik en misplaatste superioriteitsgevoelens. Wie kan daar nou tegen zijn? De boodschap is ondertussen niet te missen, want Winterson herhaalt die links- of rechtsom talloze keren door het hele boek, wat de overtuigingskracht overigens niet bepaald goed doet.

Aan inventiviteit, eruditie en aansprekende persoonlijke toevoegingen geen gebrek, maar laten we wel wezen: dat vrouwen, mensen van kleur en uiteenlopende seksuele geaardheid voor hun rechten (moeten) opkomen is in onze jaren nu niet bepaald meer een uitzonderlijk standpunt. Dan gaat het dus over de manier waaróp je zoiets presenteert.

De vertellingen van duizend-en-één-nacht zijn weliswaar een leuke kapstok, maar hooguit voor de ware lezers een benadering die je (misschien) bij het verhaal houdt. Winterson behoort daarmee tot de talrijken die het beste met kunst, cultuur, literatuur en verbeelding voorhebben, maar zich uitsluitend lijken te richten op degenen die daar al compleet van overtuigd zijn. Na de essayistische fragmenten, veelal ingaand op onze hedendaagse wereld, ervaar je de voortdurende terugkeer naar Sjeherazades vroege tijden nogal eens als een hinderlijke onderbreking. Je begrijpt de bedoeling, maar ze verstoren wat ze beogen.

Charlotte Mutsaers schreef in haar debuut Het circus van de geest (1983) de veelzeggende woorden: ‘Van alles wat men u ooit leerde, geldt evenzeer het omgekeerde’. Je zou deze even kritische als genuanceerde manier van denken gemakkelijk ook op het werk van Winterson van toepassing kunnen verklaren. Beide schrijfsters laten niet na te benadrukken dat niemand je kan vertellen hoe te denken, te doen en te leven. Waarbij Winterson de genoemde drie groepen extra wil aansporen deze benadering van het bestaan te omarmen nu het kan: ‘Wie ben ik? Wat ben ik?’

Of die mogelijkheid zal blijven bestaan, terwijl de politieke en maatschappelijke wind is gedraaid, weet ze niet zeker. Dus wacht niet te lang om de ruimte te nemen en jezelf te ontplooien, wil ze maar zeggen.

André Keikes

Jeanette Winterson – Eén Aladdin, twee lampen. Vertaald door Arthur Wevers. Pluim – Amsterdam / Antwerpen. 320 blz. € 26,50.