Nieuws: Maria Vlaar, de biograaf van ZWAAG weerspreekt aantijgingen Arielle Veerman
Anders dan wat Arielle Veerman beweert in het interview met Arjan Peters in HP/De Tijd van 23 februari jl. heb ik verspreid over de jaren die ik aan het boek werkte vele, lange uren met haar gesproken ten behoeve van mijn onderzoek voor de biografie over haar ex-man Joost Zwagerman. In ZWAAG zijn de sporen van die interviews volop te vinden: zo citeer ik uitgebreid uit de liefdesbrieven van Joost Zwagerman aan Arielle Veerman, die ik van haar zelf heb gekregen. Ook gaf ze mij financiële gegevens over zijn inkomsten in 2015 die niet in het archief in het Literatuurmuseum te vinden waren, en mappen die ze na zijn dood had meegenomen uit Zwagermans huis in Haarlem. Ze heeft haar visie uitgebreid uit de doeken kunnen doen. En ze heeft de kopij mogen lezen – net als Zwagermans moeder, broer en kinderen en zijn weduwe Maaike Pereboom de kopij hebben gelezen – en in twee sessies van vijf uur heeft ze mogen zeggen wat ze ervan vond. Daarna heb ik een aantal correcties doorgevoerd en passages licht aangepast, zoals iedere biograaf betaamt.
Veerman beweert in het interview dat ze Zwagerman een empathischer biografie had gegund. Maar laten we niet uit het oog verliezen dat Veerman en Zwagerman vele jaren lang een afschuwelijke vechtscheiding uitvochten. Veerman vroeg van mij beslist geen empathie voor haar ex, maar wilde dat ik Joosts moeder en zijn opvoeding de schuld gaf van wat zij Zwagermans persoonlijkheidsstoornis noemde. In dat frame ben ik niet meegegaan, want er waren geen medische rapportages die die gevolgtrekking rechtvaardigen. Een biograaf kan nooit conclusies trekken op basis van één bron, die in dit geval duidelijk een eigen agenda had. Ze wilde ook dat ik de alinea zou schrappen over het detectivebureau dat ze op Zwagermans nieuwe lief Maaike Pereboom had af gestuurd. Veerman heeft haar herinneringen aan haar ex beschreven in De langste adem. Ze eiste dat ik haar – soms letterlijke – formuleringen uit die roman zou overnemen, vooral als het over de vechtscheiding ging. Dat heb ik niet gedaan.
Ze beweert ook dat ik nooit toegang tot Zwagermans ‘privé-archief’ had mogen krijgen. Maar ik heb toestemming gekregen om het archief in het Literatuurmuseum te raadplegen van de drie mensen die er in 2017 over gingen: de beide testamentair executeurs Elik Lettinga (tevens mijn uitgever) en de weduwe Maaike Pereboom, en de oudste zoon Thijs Zwagerman. Er is, anders dan wat Veerman beweert, geen onderscheid tussen een literair en een privé-archief in dat museum. Als ik geen toegang tot het gehele archief had gekregen, had ik de opdracht tot het schrijven van een biografie natuurlijk nooit aanvaard.
Het Literatuurmuseum is een rijksarchief met strenge regels. Daar heb ik mij vanzelfsprekend strikt aan gehouden. Voor alle niet eerder gepubliceerde citaten van Joost Zwagerman – uit de dagboeken, brieven, e-mails in dat archief – heb ik toestemming gekregen van de vrouw aan wie Zwagerman zijn nalatenschap toevertrouwde: Maaike Pereboom. Voor haar, kon ik achteraf opmaken uit de reactie van haar nieuwe man Joost Nijsen, is het beeld van Zwagerman dat ik in mijn boek geef niet rooskleurig genoeg. Voor Veerman juist niet zwart genoeg, hoewel ze nu anders beweert. Ik denk dat dat de objectiviteit van mijn boek goed illustreert. Anders dan wat sommigen roepen, heb ik mijn compassie voor Joost Zwagerman nooit verloren.
Veerman zal altijd het laatste woord willen hebben over Zwagerman, en dat gun ik haar. Zijn traumatische dood is voor de direct betrokkenen niet te verteren. Haar strijd gaat in wezen niet over mij of over mijn boek, maar over wie als Zwagermans weduwe de literatuurgeschiedenis in zal gaan. Als biograaf wilde en blijf ik mij buiten zo’n strijd opstellen.
Maria Vlaar
(foto: © Dolf Verlinden)

Maria Vlaar heeft met ZWAAG werkelijk een uitstekende biografie geschreven. Marielle Veerman wordt daarin vaak geciteerd en alles is met voetnoten verantwoord. Bovendien is het verhaal enorm in lijn met Veermans eigen boek De Langste Adem. De pijn voor betrokkenen en nabestaanden is natuurlijk zeer invoelbaar, maar doet niet af aan de kwaliteit van de biografie. Bovendien doet de kritische houding ten opzichte van het onderwerp niets af aan de compassie die Maria Vlaar wel degelijk toont.
En dan te bedenken dat de nagedachtenis van Zwagerman inmiddels voorgoed bedoezeld en /of bezoedeld is en deze biografie over anderhalf jaar in de ramsj zal liggen.
Met dank aan de Arbeiderspers en mevrouw Vlaar (en de heer Peters natuurlijk).
Is hier (behalve een paar ego-tjes) iemand iets mee opgeschoten?
Dus als we mevrouw Vlaar mogen geloven, heeft de heer Peters mevrouw Veerman in een acht pagina’s tellend interview in HP De Tijd volop de gelegenheid gegeven om allerlei onware en/of irrelevante beweringen te doen.
Wat zou meneer Peters – een eerste klas stoker, zij het een subjectieve – hier nu zelf van vinden?
Was het hele verhaal – voor alle partijen – al niet ongemakkelijk genoeg?
https://www.hpdetijd.nl/lees/47767
Blij met het best gelezen stuk in HP/De Tijd: een exclusief interview met Arielle Veerman, de ex-vrouw van Joost Zwagerman die níet is geïnterviewd voor de biografie ZWAAG. Bovendien had biografe Maria Vlaar géén toestemming om het privé-archief van Joost Zwagerman te gebruiken, laat staan er uit te citeren.
Kijk aan, meneer Peters is wakker.
Hij is blij met zijn BEST GELEZEN stuk, de schade die er mee is aangericht zal hem worst wezen.
Zo, en nu maar eens zien wie hier gelijk heeft.
Ik weet uit ervaring (hallo, Arjan!) dat meneer Peters een erg irritante man is geworden die afwisselend denkt dat hij Jezus of Casanova is, maar ik sluit niet uit dat hij gelijk heeft.
In dat geval zou ik zeggen: als het je allemaal zo stoort, ouwe sensatiezoeker, had je eerder moeten ingrijpen; mogelijkheden genoeg met jouw “staat van dienst”.
Maar ik geef toe: zo heeft het wel meer effect, en daar gaat het hem om.
Nee, ik ga mijzelf hier niet zitten overschreeuwen, dit bericht is alleen bestemd voor die paar groene duimpjes hierboven (zolang die er nog staan):
Zelfs als Peters gelijk zou hebben is hier sprake van een dubbele agenda: je gram halen over de rug van een dooie schrijver, in het kielzog van een ex-geliefde, achter een betaalmuur, hoe laag kan je zijn?
“Joost verdient een betere biografie,” zo kopt hij in al zijn barmhartigheid.
Nee, Joost verdient een betere nagedachtenis, en dat schiet op deze manier niet echt goed op, dat weet Peters (hallo Arjan, goed bezig, jongen!) donders goed.
Mocht De Arbeiderspers inmiddels van mening zijn dat Zwagerman eigenlijk een betere biografie had verdiend, dan kan ik daar van harte mee instemmen.
Van Peters hoef ik dat niet te horen, maar wie ben ík nou helemaal?
De “wonden” zijn nog vers en ik heb nog een paar duimpjes over, dus:
Voor degenen die bekend zijn met de achtergronden (en helaas ben ik dat), zijn er meerdere parallellen te trekken met de ophef die ontstond n.a.v. een biografie die 10 jaar geleden verscheen, die van Boudewijn Büch.
Ook een publiek figuur wiens naam door toedoen van een biograaf met “compassie” nodeloos naar de bliksem is geholpen.
En grappig genoeg speelde ook hier een zekere gesjeesde literatuurcriticus (in de “aftermath”) een dubieuze anti-rol.
Als ik het goed heb begrepen verschijnt volgend jaar de biografie van Gerrit Komrij, ook een publiek figuur, maar dat lijkt allemaal prima geregeld te zijn.
Zolang er duimpjes zijn is er hoop, welnu:
Naar mijn mening, en na herhaalde persoonlijke ervaring, komt het maar al te vaak voor dat een biograaf zichzelf uiteindelijk belangrijker gaat vinden dan zijn/haar onderwerp.
Dat gaat ongemerkt, stap voor stap: van geïnteresseerd naar sneeuwblind en vervolgens via roekeloos naar arrogant.
Peters is inmiddels afgeschilderd als een ongevaarlijke gek, dus dat zit wel goed, maar waar blijft het ultieme weerwoord van mevrouw Vlaar en – nog veel belangrijker – van de Arbeiderspers?
Of denken ze dat het wel overwaait en laten ze Zwagerman en de zijnen in alle professionaliteit en alle compassie in de steek?
Ik ben overigens ook benieuwd naar de visie van het Letterkundig Museum (oude naam, ik weet het, maar dat is ter ere van Harry G.M. Prick, een ECHTE biograaf, aan wie ik goede herinneringen bewaar).
Zijn de onder embargo overgedragen spulletjes daar inmiddels net zo “veilig” als bepaalde objecten bij de afdeling Bijzondere Collecties van de UvA (weet je nog, Arjan?)?
Geen idee of dit door de moderatie komt, ik zie het vanzelf wel, en anders: kom maar op met die rooie duimpjes!
Waarom al dat gekibbel?! Ga serieus op feiten – zaken die in het boek wel/niet aan de orde komen – in en verplaats persoonlijke aanvallen en aantijgingen naar de socials die daarvoor ontworpen lijken te zijn.
Homo homini lupus est. Wat in de ophef rond de biografie en ook hier weer eens wordt bevestigd.
EW: Ik weet niet of het u is opgevallen, maar deze discussie is nota bene gestart naar aanleiding van persoonlijke aanvallen en aantijgingen.
Zolang twee belangrijke bronnen elkaar blijven tegenspreken is er geen duidelijkheid, en zolang er geen duidelijkheid is heeft het geen zin om op de in het boek weergegeven feiten in te gaan.
Ik ben van mening dat de lezer van de biografie recht heeft op die duidelijkheid, u ook?
FvdV: De ophef waar u het over heeft is niet zonder redenen ontstaan, zoveel is inmiddels duidelijk.
Mevrouw Vlaar heeft geprobeerd zichzelf via dit platform – en tot nu alleen via dit platform – te rechtvaardigen, dat baart mij een beetje zorgen.
Op deze manier probeer ik deze discussie aan de gang te houden, anders bloedt de zaak dood; het feit dat dit gepaard gaat met het een en ander aan “collateral damage” is de schuld van de betrokkenen.
Voor de goede orde: Joost Zwagerman kan zich niet meer verdedigen.
Ik lees graag de stukken in TZUM, columns, recensies en de openingsartikelen. Ik heb de biografie van Joost Zwagerman niet gelezen, maar aan de hand van wat ik in het artikel lees, steun ik de biografe.
JMAF: Ook ik zou de biograaf willen steunen, heel graag zelfs, maar het probleem is dat ik geen idee heb WIE of WAT ik dan precies steun.
Mevrouw Vlaar heeft gisteren (waarom zo laat pas?) haar eerder op dit platform gepubliceerde verweer op haar persoonlijke website geplaatst, in krek dezelfde vorm.
De beschuldigingen van mevrouw Veerman zijn intussen op elk digitaal medium dat die grappige Arjan Peters maar kan vinden gepost en ge-repost (inclusief link naar de betaalmuur van HP/De Tijd), kortom: wat moet een zinnig mens hier allemaal mee?
Nieuwe week, nieuwe inzichten, nieuwe duimpjes.
De stelling Veerman/Peters is min of meer als volgt:
Het negatieve beeld dat men momenteel van de persoon Joost Zwagerman zou kunnen hebben, is ontstaan n.a.v. de biografie van Maria Vlaar, die zich toegang heeft verschaft tot delen van diens archief die, naar Zwagermans uitdrukkelijke wens, buiten het bereik van derden dienden te blijven.
In een van zijn twitter-berichten zet Peters de beschuldiging kracht bij met de claim op de hoogte te zijn van de inhoud van de SCHENKINGSOVEREENKOMST.
Het verweer van Vlaar zou een stuk sterker – en sjieker – zijn geweest als ook zij aan het bestaan van een overeenkomst had gerefereerd.
TZUM: jullie hebben iets in gang gezet, de ontknoping lijkt nabij.
Nog even doorzetten en dan kunnen we met z’n allen met een gerust hart naar het Boekenbal, en denk eraan: JOOST KON NIET DANSEN!