‘Liefde is de bron van alles’

Na het verschijnen van everseller Morgan, een liefde (2018) borduurt Bas Steman (1971) in Onze dagen komen nog verder op het universum van de liefde. In beide romans verkent hij het idee van een bewustzijn zonder einde en van een liefde die verder reikt dan de dood.

Jasper Ver Huell, vijftiger en docent kunstgeschiedenis en tekenen, woont na zijn scheiding op het landgoed Amara, in het Jugendstil-landhuis van zijn grootouders, ‘een toonbeeld van een tijd die zichzelf vergat. Een echo van iets oud en dierbaars, iets dat alleen in het onderbewuste nog helder bestond.’ Het is een huis dat op hem lijkt te hebben gewacht, waar de geest van zijn grootouders hem in de wandelgangen lijkt te vergezellen. ‘Alles ademde een schoonheid die nooit heeft willen buigen voor de tijd.’

Het verhaal begint wanneer Jasper op een dag een tas aan zijn deur vindt. In de tas bevinden zich brieven en tekeningen uit een lang vervlogen tijd, geschreven en gemaakt toen hij nog scholier was. Vooral de tekeningen van zijn jeugdliefde Madeleine roepen herinneringen op, beeld voor beeld. ‘Hij had haar als een doos foto’s op de vliering van zijn geest gezet. Uit het zicht. Nooit buiten bereik.’ Zijn muze blijkt hem opnieuw te hebben gevonden. Vijfentwintig jaar later verschijnt Madeleine weer in zijn leven en vertelt hem dat ze borstkanker heeft. Ze wil nog één keer begeerd worden, niet door haar eigen man, maar door Jasper.

Vele herinneringen borrelen op als Jasper Madeleine rondleidt door zijn huis vol nostalgie, kunst, schilderijen, foto’s en krantenknipsels. Als lezer waan je je met hen in het landhuis. De scenes zijn beeldend. Zoals die in het boudoir. Omi had de gewoonte om haar jurken te voorzien van een label met daarop de datum en de gelegenheid waarbij ze het had gedragen en Madeleine voelt zich als een kind in een snoepwinkel. Jaspers grootmoeder was een vrije, moderne vrouw. Ze was lid van de theosofische beweging, had onder andere connecties met Alma, de vrouw van Gustav Mahler, en met de schilders Jan Toorop en Piet Mondriaan. Ze was ‘altijd zoekend naar het goddelijke en de Wijsheid’, bewonderde Spinoza en spiritueel leraar Jiddu Krishnamurti. Ze heeft Jasper voor een groot deel opgevoed.

‘De Al-Omme’ herhaalde hij hardop, het woord opnieuw proevend: ‘Daar had ze het altijd over. Ze leefden vanuit het allesomvattende mysterie, en omarmden de bijbehorende twijfel.’ […] ‘Wanneer ze over Krishnamurti sprak daalde er een bepaalde rust over haar neer,’ herinnerde Jasper zich. ‘Maar dat ze hem heeft ontmoet, heeft ze me nooit verteld.’

Omi hield dagboeken bij, vol belevenissen en filosofische overdenkingen, en zo ontvouwt zich voor Jasper en Madeleine het leven en de visie daarop van zijn grootouders. Ze adoreerde haar man, maar hing tegelijkertijd de vrije liefde aan en beide echtelieden sloten Josephine in hun armen. Tegen dit licht beleven Jasper en Madeleine een jaar vol zachtheid en liefde, een jaar met grote impact op hen beiden. Door haar ziekte is de tijd die ze samen hebben beperkt. Onder invloed van zijn grootouders verzinnen ze een manier waarop hun liefde dit leven misschien kan overstijgen.

Canto Ostinato heeft iets van een etherisch weefsel van herhaling, wachten, uitstellen en telkens opnieuw beginnen en zou kunnen doorgaan tot in het oneindige.
Ik leg mijn hand als een schaal tussen ons in. Jasper laat de zijne erop rusten – vederlicht, een vlinder op een bloem, zonder verdere bedoeling. De muziek stroomt langs onze lijven, strijkt
ons glad, doet wat het moet doen, tilt ons op en nestelt zich onder onze ribben. Samen zo te liggen, te luisteren.
Elke toon lijkt mijn lichaam hem opnieuw toe te vertrouwen. Elke stilte is een bevestiging: dat we gevonden zijn, eindelijk.
Zijn ademhaling zegt me dat hij ontspant – een lange, tevreden zucht, als van aarde die regen ontvangt. Ik staar naar een plafond, waar niets te zien is. En toch zie ik alles wat ik wil bewaren.
Jasper, hij is het. Hij is deze muziek, het terugkerende motief in mijn bestaan.

Steman schrijft schilderachtig en blijft letterlijk dicht op de huid van Jasper en Madeleine. Hij toont zich zeer sterk in de dialoog, die nergens geforceerd aandoet, maar juist heel natuurlijk en geloofwaardig klinkt. In de intermezzo’s, waarin een gedroomd leven wordt beschreven, geeft hij de personages een extra stem.

Een bijzondere geste is dat Steman in 150 willekeurige exemplaren van de eerste druk van Onze dagen komen nog een tekening van eigen hand heeft gestopt; een portret van een vrouw, zoals zijn hoofdpersonage tekent van zijn muze Madeleine; een grote verrassing voor degene die het boek aan zal schaffen.

Onze dagen komen nog is een rijke, zintuiglijke roman vol tederheid, zinnelijkheid en liefde in de breedste zin van het woord. Aan het eind komt alles samen. Het is een gelaagd verhaal waarin kunst, muziek en filosofische diepgang samenkomen. Verlangen, zachtheid en verdriet resoneren voortdurend met de denkwijze van Jaspers grootmoeder. Het boek is een ode aan de liefde, die altijd doorgaat, al is het in een andere rimpel van de tijd. Zelfs ‘het leven dat niet geleefd is’ bestaat, als mogelijke innerlijke biografie die parallel aan het zichtbare leven blijft bestaan. Een troostrijke gedachte. De woorden van omi vallen op hun plek, dankzij de liefde en de kunsten kunnen we als mensen het paradijs bereiken. Het fragment uit Klimts Beethovenfries op de omslag sluit dan ook naadloos aan bij dit ontroerende en overtuigende liefdesverhaal, dat je niet snel vergeet.

Marjon Nooij

Bas Steman – Onze dagen komen nog. De Kring, Amsterdam. 320 blz. € 24,99.