Het verloren vaderland

In februari 1933 houdt de Duitse schrijver Thomas Mann in het Concertgebouw in Amsterdam een lezing ter ere van de vijftigste sterfdag van Richard Wagner. Op dezelfde avond organiseert de pas benoemde rijkskanselier Adolf Hitler in Leipzig een plechtige bijeenkomst ter herdenking van dezelfde componist. Mann ergert zich eraan dat de nieuwe machthebbers Wagner – zijn lievelingscomponist en symbool van de grote Duitse cultuur – hebben toegeëigend. Bovendien ontstaat er in nazistische kringen ongenoegen over de manier waarop de vermaarde schrijver zich over deze ‘Arische held’ heeft uitgelaten.

De Duitse schrijver en kunsthistoricus Florian Illies (1971) neemt 1933, het jaar waarin Hitler aan de macht komt, als uitgangspunt voor zijn nieuwe boek Als de zon ondergaat. De familie Mann in Sanary. De tournee langs Amsterdam en een aantal Europese steden vormt het begin van Thomas Manns ballingschap. Mann en zijn vrouw Katia verlengen hun verblijf in het buitenland eerst met een vakantie in Arosa, Zwitserland, en besluiten op aandringen van hun twee oudste kinderen, Klaus en Erika, niet naar Duitsland terug te keren, waar de naziterreur steeds dreigender wordt. Na enige omzwervingen belanden ze in Zuid-Frankrijk, in het slaperige vissersdorpje Sanary-sur-Mer aan de Middellandse Zee. Hier woont ook Aldous Huxley, die er zijn Brave New World (1932) schreef, en hier verzamelen zich exilschrijvers als Arnold Zweig, Ludwig Marcuse, Bertolt Brecht en Lion Feuchtwanger. Over de laatste schrijft Illies vilein: ‘…alleen als hij zijn schoenen aanheeft, komt hij op 165 centimeter, maar dat compenseert hij probleemloos met zijn extreme zelfverzekerdheid.’ Het havenstadje groeit uit tot een toevluchtsoord voor uit nazi-Duitsland gevluchte schrijvers en journalisten. Het echtpaar betrekt de villa La Tranquille, waar de zeer ontregelde Thomas iets van rust vindt en waar hun oudste kinderen – Klaus, Erika en Golo – in en uit vliegen, peddelend tussen Zuid-Frankrijk, Amsterdam, Parijs en Zürich.

De beroemdste schrijversfamilie van Duitsland telt niet weinig verknipte geesten. ‘Wat een familie is deze familie Mann: ze zijn allemaal met elkaar verbonden, maar vaak minder uit liefde dan door een verlangen naar erkenning, door sentimentaliteit, door een flinke portie weerzin of angst,’ schrijft Illies. Thomas Mann zelf noteert nuchter in zijn dagboek: ‘We hebben allemaal een tikje van de molen.’ Thomas Mann, de tovenaar, is het onbetwiste middelpunt. Illies karakteriseert hem als volgt: ‘Thomas Mann onderdrukt zijn woede en haalt zijn naar viooltjes geurende zakdoekje uit zijn jasje. Hij vouwt de fijne zijde niet open, maar bet alleen kort en serieus zijn voorhoofd en stopt het zakdoekje dan keurig opgevouwen terug.’ Streng en formeel, maar ook een tikje hypochondrisch – altijd bang een koutje te vatten – en snel van zijn stuk gebracht. Zijn ballingschap verdraagt hij slecht. Hij mist zijn boeken, zijn grammofoon, zijn vertrouwde bureau. De kinderen, allemaal talentvol, moeten leven in de enorme schaduw van hun vader, de winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur. Vooral de zoons doen hun uiterste best om enige waardering van hun vader te krijgen, maar die toont zijn affectie moeizaam en mondjesmaat. Het leidt tot gekwetste ego’s, zelfmoordgedachten en onmatig druggebruik.

De familie kan noch zonder, noch met elkaar. De gesprekken aan tafel, met natuurlijk Thomas aan het hoofd, zijn stroef, de sfeer vaak ongemakkelijk. Toch sloven de kinderen zich uit om de bezittingen van hun vader uit het ouderlijk huis in Duitsland te redden, waarbij ze soms grote persoonlijke risico’s nemen. Golo zorgt er bijvoorbeeld voor dat zijn vaders geheime dagboeken in veiligheid worden gebracht. Mann is als de dood dat deze in handen van de nazi’s vallen, die hem er zeker belachelijk mee zouden maken. De inhoud van deze dagboeken is nooit openbaar geworden; Mann heeft ze jaren later zelf verbrand.

Klaus en Erika oefenen druk uit op hun vader om zich nadrukkelijk tegen het naziregime uit te spreken. Mann blijft echter aarzelen en brengt het eerste deel van zijn nieuwe roman Jozef en zijn broers gewoon in Duitsland uit, terwijl andere familieleden, zoals zijn broer Heinrich, hun werk bij exiluitgevers in het buitenland onderbrengen. Mann voelt zich gekrenkt door de nazi’s, die hem zijn positie als groot Duits auteur ontzeggen, maar pas in 1938, tijdens een lezing in de Verenigde Staten, wijst hij het regime openlijk af en zegt hij de beroemde woorden: ‘Waar ik ben, is Duitsland.’

Florian Illies gebruikt in dit boek het gebruikelijke recept dat hij in zijn eerdere werk zo succesvol toepaste: korte hoofdstukken waarin hij op caleidoscopische wijze directe bronnen als dagboek- en brieffragmenten aaneenrijgt. Dat geeft zijn proza een ongekende vaart en dynamiek. Gelukkig hebben bijna alle leden van de familie Mann dagboeken bijgehouden of uitgebreide brieven geschreven, waardoor Illies zijn verhaal vanuit diverse gezichtspunten kan vertellen en zijn hoofdstukken zich als puzzelstukjes aaneen voegen tot een complete vertelling, vol smakelijke anekdotes.

Illies vertelt zijn verhaal met milde humor en een goed ontwikkeld gevoel voor understatement. Natuurlijk kun je van alles aanmerken op zijn procedé, een mengeling van fictie en non-fictie – en dat hebben strenge Duitse critici dan ook gedaan. Zij vinden dat het boek te veel roddel en achterklap bevat, te veel mooischrijverij. Illies voegt echter met zwier romanelementen toe, die het boek naar mijn mening alleen maar aantrekkelijker maken. Over Klaus en Erika, rijdend op weg naar Sanary door het Zuid-Franse landschap, schrijft hij: ‘Om de rijwind te voelen en het zuiden te ruiken, steken ze steeds hun hoofd uit het raam. Ze proberen heel gelukkig te zijn, ook al weten ze niet precies hoe dat moet.’ De zinderende zomerhitte van 1933 beschrijft hij als volgt: ‘Op een dag, een van die hete zomerdagen in Sanary-sur-Mer waarop de tijd lijkt stil te staan, omdat de uitgeputte wijzer van de klok de steile klim naar de twaalf niet lijkt te halen en de schrale adem van de hitte je in het gezicht slaat zodra je een stap buiten de deur doet…’ Prachtig toch?

Met Als de zon ondergaat weet Illies opnieuw op aantrekkelijke wijze een episode uit de Duitse culturele geschiedenis te belichten. Jammer dat er afbeeldingen van de hoofdrolspelers ontbreken. Maar ondanks dat, een heerlijk boek.

Aart Aarsbergen

Florian Illies – Als de zon ondergaat. De familie Mann in Sanary. Vertaling: Gerrit Bussink en Izaak Hilhorst. Alfabet, Amsterdam. 336 blz. € 24,99.