Recensie: Wisława Szymborska – Een titel hoeft niet
Non omnis moriar
Schrijfster Tjitske Jansen verzorgde een selectie van de gedichten van Wisława Szymborska: Een titel hoeft niet. Heel passend bij het werk van de Poolse Nobelprijswinnares voor de Literatuur. Haar lyriek heeft eigenlijk geen kop, geen extra duiding nodig, in die zin dat de kern in elk gedicht afzonderlijk aanwezig is, als een warm uiterst aaibaar dier, als een stekelvarken, een kogelvis tegelijkertijd ook. (Pas maar op, bij gevaar blaas ik me op, ben ik uiterst giftig.)
Het zijn stuk voor stuk heldere proposities, zo fijntjes gedoseerd, dat ze heel intiem zijn en tegelijk universeel. Ze pulseren alsof ze putten uit een eeuwige bron. Je kunt er niet precies de vinger op leggen, maar als vanzelf word je erdoor geraakt in hoofd, hart, ziel en onderbuik. De waarachtigheid treft in alle ogenschijnlijke eenvoud. Lichtvoetigheid die ontregelt, maar de lezer heeft geen keuze, wordt door Szymborska, de ultieme vragensteller, uitgenodigd, heel terloops gedwongen eerder – en hoe graag laten we ons door haar ‘dwingen’ – om haar vragen te delen, te overdenken.
Een eenvoud die complexiteit ontleedt, maar tegelijkertijd een universum opent. Alles is mogelijk, elk antwoord legitiem. Weg met de aannames! Szymborska laat zien dat we maar bar weinig weten. En dat is helemaal niet erg. Zij nodigt uit om oorspronkelijk te zijn. Tegelijkertijd hebben haar vraagstellingen iets wetenschappelijks, zonder, tja, echt puur wetenschappelijk te zijn, dat wil zeggen, ontdaan van alle mystiek.
Elk gedicht afzonderlijk zou een essay rechtvaardigen. Lees eenvoudigweg Een titel hoeft niet. Vooruit een paar strofen her en der uit de verzamelaar.
Bij gevaar deelt de zeekomkommer zich in tweeën:
zijn ene zelf staat hij de wereld af om op te eten,
terwijl hij met zijn andere vlucht.
[…]
Wij kunnen onszelf ook delen, o zeker, wij ook
Maar alleen in lichaam en afgebroken fluisteringen.
In lichaam en poëzie.
[…] Ons snijdt de afgrond niet doormidden.
Ons omringt de afgrond.
…
Ongeacht de lengte van een leven
moet het c.v. kort zijn.
[…]
Schrijf zo alsof je nooit met jezelf hebt gepraat
en altijd ver uit je eigen buurt bent gebleven.
…
Een dichter leest gedichten voor aan blinden.
Hij had niet gedacht dat het zo moeilijk zou zijn.
[…]
Hij heeft het gevoel dat elke zin
hier wordt getoetst aan het duister.
Hij zal het nu zelf moeten doen,
zonder licht en kleuren.
[…]
Maar groot is de beleefdheid van de blinden,
groot hun begrip en onbaatzuchtigheid.
Ze luisteren, glimlachen en klappen.
Een van hen komt zelfs naar voren
met een verkeerd om geopend boek
en vraagt een voor hem onzichtbare handtekening.
…
Jansen heeft naar eigen inzicht geput uit de bundel Einde en begin, Dubbele punt, Hier en Zo is het genoeg. Het geheel is voorzien van een voorwoord. Begrijpelijk ter inleiding voor de lezer onbekend met het werk van Szymborska. Maar het kaapt voor een recensent wel vaak wat eigen duiding weg.
Voor alle duidelijkheid: dit stuk is nadrukkelijk geschreven vóór het lezen van het voorwoord. Achterafgezien is het mooi om te zien dat de verwondering, de verbazing, de oorspronkelijkheid over het werk, over de mens Szymborska wordt gedeeld. Haar lichtheid, haar schier bodemloze diepte, haar lenige geest.
Szymborska herinnert ons aan wat wij nog wisten toen we jong genoeg waren: niets spreekt vanzelf. Haar poëzie is een uitnodiging om wat in en om ons is te onderzoeken zoals jonge kinderen dat doen. Zowel onbevangen als nauwkeurig. Zowel ernstig als lichtvoetig. […] Omdat het belangeloos onderzoek betreft, vanuit een puur niet-weten.
Guus Bauer
Wisława Szymborska – Een titel hoeft niet. Selectie en voorwoord Tjitske Jansen, vertaling Karol Lesman en Gerard Rasch. De Geus, Amsterdam. 72 blz. € 18,99

Wislawa Szymborska heeft inderdaad geen titel nodig: haar naam is groot genoeg.