Recensie: Yu Hua – De onvindbare stad
Zoeken naar Xiaomei
De roman De onvindbare stad, uit 2021, is al het zesde boek van de Chinese auteur Yu Hua (1960) dat in Nederland in vertaling verschijnt. Yu Hua is in China een geliefd roman- en verhalenschrijver, zijn werk is in vele talen vertaald en hij heeft allerlei internationale prijzen in de wacht gesleept. China telt 1,4 miljard inwoners. Gesteld dat vertalingen Hua’s boeken toegankelijk maken voor 600 miljoen mensen buiten China, dan is zijn totale lezerspotentieel 2 miljard mensen groot. Als 0,1 procent daarvan één boek van zijn hand leest, dan nog kan hij bogen op 2 miljoen lezers! Is 0,1 procent, één op de duizend, te hoog geschat? Lezen Chinezen? Ik weet het niet.
Dat de Chinese censor streng toeziet op naleving van geschreven en ongeschreven restricties met betrekking tot thematiek en vorm van literatuur, weten we wel, zij het dat we die regels niet allemaal kennen. Dat beïnvloedt je lezen. Het verhaal van De onvindbare stad is gesitueerd in het China van eind negentiende, begin twintigste eeuw, maar je zult steeds geneigd zijn tussen de regels te zoeken naar wat de auteur (ook) wil zeggen over het huidige China. Het antwoord op de vraag of Yu Hua in deze roman ook tussen de regels heeft geschreven kan niet anders dan louter speculatief zijn en durf ik niet te geven.
China is tussen eind negentiende en begin twintigste eeuw nog een keizerrijk, maar de Qing-dynastie loopt op zijn laatste benen. Her en der laaien conflicten op dreigen uit te groeien tot heuse burgeroorlogen en het eroderende staatsgezag legt bandietenbendes nauwelijks nog een strobreed in de weg. De bendes overvallen dorpen en soms zelfs stadjes, plunderen en brandschatten die en nemen tientallen gijzelaars mee, die in afwachting van het geëiste losgeld gruwelijk worden gemarteld. Bij ontstentenis van een staat die voor orde en rust zorgt, zetten dorpen en stadjes eigen milities op, die in gewelddadigheid niet onderdoen voor de bandietenbendes. Tegen die door Yu Hua gedetailleerd geschilderde achtergrond, ontspint zich in De onvindbare stad een gecompliceerde liefdesgeschiedenis annex zoektocht.
Lin Xiangfu, telg uit een geslacht van niet onbemiddelde boeren en timmerlieden in het noorden van China, biedt onderdak aan een jong stel, dat zich voordoet als broer en zus, afkomstig uit een ver zuiden en dat op de vlucht is zonder dat duidelijk wordt voor wie of wat. De jongeman verdwijnt al snel weer, maar de vrouw, Xiaomei, blijft. Xiangfu en Xiaomei groeien naar elkaar toe, maar ineens is ook zij verdwenen. Xiangfu vindt haar echter terug, stelt geen vragen en verwijt haar niks als zij met hem terugkeert naar zijn boerderij. Maar kort nadat hun kind wordt geboren, verdwijnt ze met achterlating van haar dochtertje opnieuw en ditmaal is ze onvindbaar. Waarna Xiangfu het gewaagde besluit neemt met zijn dochtertje, een zuigeling nog, naar het zuiden te trekken, op zoek naar Wencheng, het stadje waarvan Xiaomei hem ooit de naam heeft toevertrouwd. Onderweg moet hij steeds borstvoeding gevende moeders en minnen zien te vinden, bij wie hij voor een paar kopermunten zijn dochter aan de borst kan leggen. Als hij na een maandenlange tocht in een stadje komt nabij een waterrijk gebied, waar hij in de lokale tongval die van Xiaomei en haar ‘broer’ meent te herkennen, vestigt hij zich daar met zijn kind. Weliswaar heet dit stadje niet Wencheng en heeft niemand zelfs maar gehoord van een stad of dorp met die naam, maar Xiangfu is ervan overtuigd dat dit de plek is waar Xiaomei vandaan is gekomen en waarnaar ze, als ze er niet al is, terug zal keren. Dat is in het kort de hoofdlijn van De onvindbare stad, die een hoofdlijn is met vele vertakkingen en een keur aan personages.
Er gebeurt veel in deze roman, heel veel. Yu Hua beschrijft een zeer gewelddadig China en gaat daarbij gruwelijke details niet uit de weg. Net als zijn eerdere boeken kenmerkt deze roman zich door een toegankelijke stijl en de korte zinnen die de dynamiek van de vertelling steeds weer zetten meegeven. Vertaler Annelous Stiggelbout laat de romantekst voorafgaan door een lijst van belangrijke personages en dat is voor Nederlandse lezer geen luxe. Dat geldt ook voor de eindnoten, die de functie van voorwerpen en de betekenis van destijds en op het platteland misschien nog steeds gangbare Chinese gebruiken toelichten.
Hans van der Heijde
Yu Hua – De onvindbare stad. Vertaald door Annelous Stiggelbout. De Geus, Amsterdam. 496 blz. € 25,99.
