Paniekbeest met vleugels

Het tegenovergestelde van een mens van Lieke Marsman, De wand van Marlen Haushofer, Pappa is een hond van Guus Kuijer, Nicolas en de verdwijning van de wereld van Anne Eekhout, Gebied 19 van Esther Gerritsen en Lucifer van Vondel. Aan al deze boeken moest ik denken toen ik Albatros van Yorick Goldewijk las. In zijn nieuwe jeugdroman wordt de 13-jarige Abel wakker in een wereld waarin alle mensen in dieren zijn veranderd. Zijn vader is een hond, zijn moeder een hert, de buurman een beer en zijn beste vriend Benjamin een lynx. De eerste dagen kunnen ze nog met elkaar praten, maar daarna dooft al het menselijke in de dieren uit en is Abel alleen. Hij overleeft op chips en blikjes bonen. Om zijn vader in leven te houden steelt hij hondenvoer in de supermarkt waar hij een teken van leven van een ander mens aantreft.

In Pappa is een hond (1977) van Guus Kuijer is de jonge hoofdpersoon Mark in zijn eentje verantwoordelijk voor alle dieren. Hij ontwaakt net als Abel uit Albatros in een wereld zonder mensen. Abel, wiens naam heel toepasselijk vergankelijk betekent, hoeft het niet helemaal alleen te doen; hij krijgt gezelschap van Kat, een gesloten en kribbig vijftienjarig meisje. Zij is het die tijdens hun roadtrip naar zee (ook de bestemming van Mark in Pappa is een hond) op boerderijen dieren uit stallen bevrijdt (wat Mark ook doet) en weet hoe ze benzine uit verlaten auto’s kan overhevelen naar de tank van de Vespa. Verder zorgen de dieren in Albatros voor zichzelf. De vragen die Abel en Kat zich stellen (‘Waarom zijn juist wij de enig overgebleven mensen?’ en ‘Is het niet beter dat de mensheid helemaal verdwijnt vanwege haar vernietigings- en oorlogszucht’) lijken op de vragen in Gebied 19 en Het tegenovergestelde van een mens. De originaliteit van Films die nergens draaien (2021) en de frisse filosofische toon van De boom die een wereld was (2024) haalt Goldewijk niet in Albatros. Zelfs de titel vind ik een beetje flauw. (Ik zal het slot niet spoilen om uit te leggen waarom ik Albatros een pretentieuze titel vind.) Dat geldt ook voor de beeldspraak, die bovendien vaak herhaald wordt. Zo wordt Abel in de eerste dagen na de metamorfose van de wereld wel heel vaak overvallen door een ‘paniekbeest’ en raakt hij niet uitgesproken over de ‘laserogen’ van Kat, die hem vaak ‘marmot’ en ‘ongekookt ei’ noemt.

Dat Albatros zoveel raakvlakken met andere boeken heeft, is zwakte en kracht tegelijk. Het is duidelijk dat Goldewijk flink leentjebuur bij Guus Kuijer heeft gespeeld, maar toen ik Pappa is een hond herlas, moest ik sterk denken aan De wand van Haushofer omdat Mark net als de hoofdpersoon van de Oostenrijkse klassieker helemaal alleen is en dieren doodt om aan vlees te komen. Jongeren die na Albatros blijven lezen, herkennen misschien op hun beurt later verwante thema’s en motieven in andere romans.

Als ik mijn volwassen leeservaring loslaat, zie ik in Albatros wel een waardevolle, zij het een wat trage, jeugdroman. Het contrast tussen Abel en Kat is interessant. Hij is een softe Swiftie die van Ronja de roversdochter houdt, zij houdt van pigfuck (‘zombieslachthuismuziek’) en houdt Abel zo lang mogelijk op afstand omdat ze zich aan niemand wil hechten. Haar kracht en vindingrijkheid maken dat ze overleven totdat ook zij van vorm veranderen. En vragen over het einde van de wereld en de slechtheid van de mens zijn natuurlijk voor elke generatie actueel.

Edward van de Vendel vertelde in 2017 in een interview hoe belangrijk Pappa is een hond voor hem was als jonge puber en volwassen schrijver:

Pappa is een hond zie ik als een grote metafoor voor het leven: het is allemaal verschrikkelijk, maar ondertussen heb je een taak, namelijk om de dieren te gaan helpen, en om niet vast te blijven zitten, maar verder te gaan. Dat is in een notendop mijn leven. Je voelt dat er een heleboel kan misgaan, maar je hebt één ding te doen en dat is niet stil blijven staan en niet cynisch worden, lief zijn, goed zijn, aardig, verantwoordelijk.

Misschien vervult Albatros straks die rol wel voor hedendaagse jongeren. Abel, die net als Mark in Pappa is een hond zorgzaam is, blijft lang zijn best doen om niet cynisch te worden:

Hij dwong zichzelf aan dingen te denken die leuk maakten. Goede dingen. Aan de slappe lach die ze soms met zijn allen in de klas hadden gehad, bijvoorbeeld. Aan Irina die laatst op het schoolplein haar knie had opengehaald en toen door twee kindjes uit groep drie getroost werd en naar de juf werd gebracht. Aan Ronja de roversdochter, dat hij pas geleden alweer voor de vierde keer had gelezen. (…) Aan al zijn lievelingsliedjes. Dat was wat mensen óók deden, dwong hij zichzelf te denken.

In Albatros is de wereld is al zo kapot dat mensen geen invloed meer hebben. Dat is een heel goede reden om Goldewijks nieuwste snel te lezen en te hopen op betere tijden en een waardige opvolger van Films die nergens draaien.

Marie-José Klaver

Yorick Goldewijk – Albatros. Ploegsma, Amsterdam. 272 blz. € 18,99.

Lees ook de recensie van Sjoukje Werkman over dit boek.