Recensie: Nelleke Zandwijk – Avonturen van een uitslover
De volgende recensie van Avonturen van een uitslover komt uit 2005.
Heilige verliefdheid
Sommige schrijvers hebben maar een paar eenvoudige ingrediënten nodig om een mooie, vrolijke roman bij elkaar te schrijven. Geen ingewikkelde familieverhoudingen waarbij je op pagina 10 al niet meer weet hoe de neef van de broer van de buurman ook weer heet. Geen moord en doodslag, een nare jeugd of een ex SS-officier die zich uitroept tot de nieuwe messias.
Bij Nelleke Zandwijk bijvoorbeeld had ik al aan een paar woorden in Avonturen van een uitslover genoeg om gelijk met haar mee op stap te gaan in haar wereld. Ze vertelt het verhaal van Antonia Tinberg die samen met Semmy Glasoog in een winkel in Venlo de ‘Geboorte van Venus’ van Botticelli op een muur gaat schilderen. Je zou zeggen dat het in principe niet veel raarder kan maar als je bedenkt dat de oude traditie van de muurschildering nog steeds in ere wordt gehouden, ook in Leeuwarden, dan is duidelijk dat dit gegeven wel degelijk wortels in de realiteit heeft. En zo werkt Zandwijk graag.
Ze neemt situaties en figuren die sterk doen denken aan wat we uit ons eigen leven al menen te weten en gaat daarmee aan de slag. De twee meiden kennen elkaar van de kunstacademie, alweer zo’n gegeven dat Zandwijk in staat stelt ons af en toe naar een reële wereld te verplaatsten. In Venlo ontmoeten ze twee Belgische bouwvakkers die in dezelfde schoenenwinkel werken en men begrijpt dat hier mogelijkheden genoeg liggen voor een pakkende geschiedenis.
Maar dan moet je wel Zandwijk heten om er iets sprankelends en vrolijks van te maken. Het gaat haar niet zozeer om wat er allemaal gebeurt, maar meer om hoe het verteld wordt. Deze schrijfster hoedt zich zorgvuldig voor de cliché-invalshoek. Ze weet heel goed dat bij haar romangegevens allerlei banaliteiten om de hoek liggen te loeren en te grijnzen. Met bijvoorbeeld van die standaardverhalen over seksistische en domme bouwvakkers en insidegrappen over kunstacademies. Niks van dit alles. Ze vertelt speels, liefdevol en avontuurlijk het verhaal van wat er allemaal in die winkel gebeurt. En daarnaast laat ze haar vertelster Antonia ook nog eens terugblikken op haar verhouding met de directeur van de kunstacademie.
Dit deel van het boek vond ik het mooiste en het leukste. Hier groeit en bloeit de liefde in al haar gedaantes dwars tegen alle verdrukking in: van hoogdravend naar verpletterend verliefd en dus onzinnig en dan weer naar banaal en expliciet.
Ik heb geschaterd om de seksuele strapatsen van deze twee raarverliefden. Genoten van de volstrekt dwaze monologen van de merkwaardige directeur die geheel in wartaal spreekt maar dan is het altijd toch mooi omdat het bij hem de taal van de liefde is.
‘Ik nies olympisch zeven keer, acht keer. Ik nies de letters van je naam zoals ik ze ook gebruik bij het betreden van trappen. Maar ik ga een tentoonstelling van je maken, met werk op papier, die mij zó zal verwarmen dat ik de verkoudheid overwin en niet voortdurend mijn neus moet ophalen, dan wel snuiten.’
Heilige verliefdheid, wat wil je nog meer in literatuur.
Kees ’t Hart
Nelleke Zandwijk – Avonturen van een uitslover. Querido, Amsterdam. 238 blz.
Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 27 mei 2005.
