Het is al even aan de gang, de strijd op Facebook tussen Anja Meulenbelt en Alicja Gescinska. Meulenbelt las Vrouwen in duistere tijden en met name het stuk over Hannah Arendt schoot haar in het verkeerde keelgat. ‘Ik kende Gescinska niet, maar dat ze politiek gezien bij rechts liberaal hoort verbaast me nu niet meer. Maar dan de vraag hoe zo iemand er toe komt om Rosa Luxemburg en Hanna Arendt in haar boek op te nemen…’ Vandaag reageert Gescinska met een lang stuk op Facebook, waarin ze de opmerkingen van Meulenbelt voor een groot deel weerlegt en op haar beurt het maoïstische verleden van Meulenbelt erbij haalt.

Het ongemak bij Meulenbelt zal ongetwijfeld ook te wijten zijn aan het feit dat ik Hannah Arendt niet portreteer zoals uiterst links dat zo graag wil. De voorbije jaren vond er een ‘ideologische appropriatie’ van Arendt plaats. Links wil zich Arendt toe-eigenen, maar Arendt was niet de progressief-linkse denker die ervan gemaakt is. Zoals elke grote denker past zij niet in een ideologisch hokje, en is haar denken daar té gelaagd voor.

Ook de kritiek die Meulenbelt heeft op het ‘conflict’ tussen Israël en de Palestijnen verbaast Gescinska, omdat zij dacht dat ze voor hetzelfde doel streden.

Ik heb het gevoel dat ik met Meulenbelt uit het raam kijk, het regent, het stormt, ik zeg dat het pijpenstelen regent, en vervolgens verwijt Meulenbelt me: ‘Waarom zeg je niet dat het giet?’ Ik weet niet in welk parallel universum iemand leeft om tot zo’n verstoorde lezing en misrepresentatie van wat ik schrijf te komen. De verwijten van Meulenbelt zijn zo onsamenhangend dat ze niet enkel getuigen van een onwillige, maar een kwaadwillige lezing van mijn werk.

Ze eindigt met een harde conclusie:

Meulenbelt kreeg de P.C. Hooft-prijs omwille van haar bijdrage aan het maatschappelijke debat. Wie het debat voert met polariserende leugens, halve waarheden, feitelijke onjuistheden, met dédain en denigrerende commentaren dient dat debat allerminst. Als iets eerherstel nodig zal hebben, is het niet Hannah Arendt, wel de P.C. Hooft-prijs.

(foto Münchner Stadtmuseum, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia)