Dubbelrecensie: Alicja Gescinska – De ontdekking van de vrouw & Dean Bowen – masc:r
Mens
In De ontdekking van de vrouw brengt Alicja Gescinska Simone de Beauvoir weer voor even tot leven. Misschien doet Gescinska dat niet zozeer zelf, maar de geëmancipeerde God die aan het begin van het boek De Beauvoir een tweede kans geeft: ‘Het kan: een herkansing op het leven,’ klinkt het hoopvol. Toch vraagt ze zich af of het de moeite waard is als de situatie gedoemd is om onveranderd te blijven: ‘En oorlog is nog hetzelfde als vroeger: oude, rijke mannen die arme jonge mannen de dood in jagen. Overal zijn het mannen die beslissen. En ik ben ook helemaal klaar met die tradwives.’ In zijn nieuwe dichtbundel masc:r onderzoekt Dean Bowen de positie van de man. Een dwingend koor van stemmen van voorouders, vaders, broeders, vrienden en vrouwen om de man heen stelt de vraag wat mannelijkheid kan zijn, hoe je de losse stukjes weer bij elkaar kunt rapen. Beide boeken zijn uitgegeven in een felle, maar toch ook warme kleur roze, het boek van Gescinska met een klein hard omslag, de bundel van Bowen met een wat groter zacht omslag. Het is interessant deze twee onafhankelijk van elkaar verschenen werken met elkaar in verband te brengen.
De tirade van de herboren De Beauvoir in het eerste hoofdstuk, ‘De leugen van de emancipatie’ keert zich allereerst tegen de ‘tradwives’:
Hoe is het in hemelsnaam mogelijk? Vrouwen die er hun leven, hun carrière, hun roeping, hun merknaam, hun economisch winstmodel van maken om huisvrouwtje te spelen, en dat dan op sociale media verkopen als een groot geluk. Het cliché van het dienende vrouwtje, het barende wezen dat haar roeping in vervulling ziet gaan met elk kind dat ze op de wereld zet.
Daarna keert ze zich tegen een ‘middelmatige’ man die ongevraagd naast haar komt zitten in een café en beweert dat het slechte tijden zijn om een witte man te zijn. Een vrouw op zijn werk bekleedt namelijk een hogere functie dan hij, verdient meer geld, maar werkt niet harder. Er zou een literaire prijs door een vrouw gewonnen zijn en ook de vrouwen in de politiek blijken geen redding te brengen. De Beauvoir schampert dat de man zich nu al bedreigd voelt, na die paar kleine moeizame stapjes vooruit van de vrouw.
Maar wat als je als kind argeloos als man geboren bent? Dean Bowen schrijft:
ik ben zeven jaar & zonder gezicht geboren. eerste van mijn soort
op een concave aarde. ze doopte mij, het veelnamige monster van
een verwelkte oogst. hij die gekenmerkt door het .com-tijdperk
een fluisternaam wordt toegedicht in de grenslanddialecten van
bange mannen. ik ben geboren uit het zout. een schaduwhuid-
huivering & dit lichaam is transgressie. & dit lichaam is mineur.
wentelgebaar waarvan mannen niets weten. ik ben geboren &
spreek hiervan.
Zowel Bowen als Gescinska laten zien hoe man-vrouwpatronen diep in de maatschappij geworteld zijn. Het is niet zo eenvoudig om deze valse kluit met wortel en al de grond uit te trekken. Gescinska laat zien hoe de overgeleverde geschiedenis slechts de geschiedenis van de man is. In bibliotheken staan rijen met boeken:
dan komen we de man tegen die het wiel uitvindt, het vee domesticeert, het land bewerkt, huizen bouwt – van hout en dan van steen, de wereld industrialiseert, de wetenschap uitvindt, en onderweg vooral heel veel oorlog voert. Veldslagen en zeeslagen, oorlogen en opstanden, mannen in uniform, mannen te paard, mannen als ridder, als veldheer, als koning, als keizer. Mannen, mannen, mannen. En wat doet de vrouw ondertussen? Niemand die het weet, want over ons wordt niet geschreven.
Als dit eeuwenlang onze manier van leven en geschiedschrijven is geweest, ontkomt ook de jongeman er niet aan. Vanaf zijn geboorte krijgt hij te horen, wat Bowen als een dwingend imperatief onder woorden brengt: ‘you’re a man. sta op & be a man. sta op & make hard decisions & / be a man. sta op & sacrifice & be a man. sta op & make unpop- / ular decisions & be a man.’ Dit gaat anderhalve bladzijde zo door. Dit imperatief komt niet alleen bij mannen vandaan, ook bij vrouwen.
Misschien is dat nu juist het probleem dat komt bovendrijven: zodra je over ‘mannen’ en ‘vrouwen’ spreekt, drijf je een wig tussen hen. Gescinska zegt dat de bevrijding van de vrouw hand in hand moet gaan met die van de man, omdat je niet als man wordt geboren, maar tot man wordt gemaakt. Beiden zijn slachtoffer van rolpatronen. Op waanzinnige wijze lijkt Bowen de man opnieuw te willen scheppen uit de taal:
schrijf de man uit de god uit de hemel die geschept uit de vraag
wie wij meer als we kwijt uit het lijf dat gebukt in de zon in de
greep van de man die ik schreef uit de god uit de hemel omdat
wij zijn verscheurd in de bek van het beest dat verscheen in het
hart van de man die ik schrijf uit de god uit de hemel die gevolgd
door het volk dat verdwaald in het licht van de zon dat te scherp
voor het oog van de man die ik schreef uit de god uit de hemel
Ook dit gaat nog een hele poos door. Bij de uitreiking van de Ida Gerhardt Poëzieprijs in Zutphen aan Daniël Vis was ook Dean Bowen uitgenodigd voor een voordracht. Dit gedicht zonder leestekens droeg hij daar voor, bijna ademloos in een staccato. Het liet een verpletterende indruk achter op het publiek. Er is een behoorlijke wilskracht voor nodig om patronen om te buigen, die zo lang zijn ingesleten. Bowen maakt dat door de vorm, maar ook door de voordracht zelf heel goed voelbaar.
Treffend bespreekt Gescinska het verschijnsel waarbij zogenaamde alibivrouwen worden gecreëerd: ‘excuses om de leugen in stand te kunnen houden dat het streven naar gelijkheid tussen man en vrouw voltooid is.’ Dat gebeurt door eens in de zoveel tijd een muzikale compositie van een vrouw op te voeren, of al meteen te gaan juichen als één vrouw door een glazen plafond is gebroken. Ondertussen sterven er nog steeds meer vrouwen aan een hartaanval, omdat de symptomen daarvan anders zijn dan die van de man en nog onvoldoende onderzocht zijn en nauwelijks bekendheid hebben.
De geschiedenis is helaas niet uit te wissen. Midden in de bundel van Bowen staan enkele zwarte bladzijden die gaan over een shooting, gepleegd door een jongeman. Paradoxaal genoeg komt dit drama juist voort uit de frustratie van een jongen, die door iedereen compleet genegeerd wordt. Om hem heen ziet hij mensen elkaar liefhebben, terwijl hij volkomen vereenzaamd is. Hij wil gezien worden, geliefd en helpt deze poging erkend te worden in feite zelf om zeep door het geweld dat hij gebruikt. Toch laat Bowen voelen dat deze frustratie en dus ook het geweld uit de samenleving zelf voortkomen. Wij zijn allemaal verantwoordelijk.
Het is mooi om te zien hoe vanuit twee verschillende perspectieven en in twee totaal verschillende vormen een vergelijkbaar onderzoek wordt uitgevoerd. Wat maakt ons tot vrouw en wat maakt ons tot man? Als we daadwerkelijk willen loskomen uit vastgeroeste man-vrouwverhoudingen, zal de mens nieuw leven ingeblazen moeten worden en de enigen die dat kunnen, zij wij zelf.
Dietske Geerlings
Alicja Gescinska – De ontdekking van de vrouw; ‘De tweede sekse’ van Simone de Beauvoir herverteld. Atheneum-Polak & Van Gennep, Amsterdam. 90 blz. € 15,00.
Dean Bowen – masc:r. Uitgeverij Pluim, Amsterdam. 72 blz. € 24,99.


