Recensie: Bart Stouten – Für Elise
De zenmeester
Er zijn schrijvers die voordat ze aan het werk gaan schema’s maken, zelfs samenvattingen schrijven per hoofdstuk, daarin gebeurtenissen uitlichten. Als het ware de hele roman al in het hoofd hebben geschreven, hoogstens tijdens het tikken of neerpennen nog invallen hebben, lichte verschuivingen aanbrengen. Ook voor hen kan gelden dat een combinatie van een paar opvallende scenes de aanleiding kan zijn voor het aanpakken van een specifiek thema.
De Vlaamse schrijver en dichter Bart Stouten, jarenlang dé stem van de klassiek zender Klara en daarnaast kenner van Japan, liefhebber van de Japanse cultuur, verklaart in zijn nawoord van zijn nieuwste roman Für Elise – door de auteur zelf en dus acceptabel – dat het bij een bezoek aan Kyoto opviel hoe een buschauffeur de haltes zong, ze als het ware tot een partituur aaneenreeg. Daarnaast bezag hij eenmaal een korte ontmoeting tussen een westerse vrouw en de chauffeur en bezocht Stouten een hem tot dan toe onbekende afgelegen tempel in de stad.
In deze observaties vond Stouten precies de beweging die hij nodig had voor zijn nieuwe roman, het startpunt om al gaandeweg te onderzoeken. Een roman waarop hij niet zat te wachten, maar die hem dwingend werd aangereikt. De schrijver, en in het bijzonder de dichterlijk ingestelde prozaïst, heeft die verschuiving van beelden nodig. Mensen in het algemeen zien wonderlijke en opvallende dingen, maar doen niets met de serendipiteit.
Hier vond ik precies het soort beweging waaruit mijn roman moest ontstaan: een verhaal dat niet begint met een plot, maar met een verschuiving in het kijken. Een roman die groeit uit een melodie die je niet verwacht, een blik die je niet begrijpt, een tempel die zich pas toont wanneer je bereid bent te vertragen.
De schrijver die samenbrengt en verschillende betekenissen geeft aan gebeurtenissen, aan menselijke interactie, die zinnen laat kantelen, zodat ze als tektonische platen over elkaar heen schuren. Dat is tevens ‘de beloning’ voor de schrijver zelf: de onverwachte wending. Je gaat op reis naar Kyoto voor wat rust, voor de schoonheid van de natuur, voor de opgeruimdheid, letterlijk, van de maatschappij – zwerfafval zie je niet, jong en oud beschouwen het als een levenstaak om op te ruimen – voor het opnieuw trachten te doorgronden van de geordendheid, van de ongeschreven regels en komt terug met het vinden van iets waarnaar je niet hebt gezocht.
Für Elise is aangenaam hoofdstukvrij. Stouten gebruikt veel witregels, feitelijk tussen alinea’s. Het geeft het geheel de aanblik van heel precies aangeharkte kiezelperkjes. Het wit als rustmoment. Het ontbreken van de omkadering maakt het, los van de feitelijke handelingen, tot een pageturner.
Takao is buschauffeur. De busmaatschappij in Kyoto heeft inderdaad in de richtlijnen staan dat de haltes moeten worden bezongen voor de duidelijkheid, voor het onderscheid van elke stopplaats op zich. Takao maakt er echt werk van, net als van het begroeten en het afscheid nemen van de passagiers.
Een bus is eigenlijk een ideale plaats van handeling. Er is tegelijk een constante en beweging. De voorspelbaarheid – de haltes, het tijdsschema – en het onzekere element: de passagiers. Daarnaast verkeren we ook regelmatig in het hoofd van Takao. Vooral wanneer hij aan een passagiere uit Frankrijk denkt die zich als Élise heeft voorgesteld, in heel formeel Japans.
De taal van Stouten is dichterlijk lichtvoetig. Hij maakt heel goed gebruik van zijn kennis over Japan, laat tegelijkertijd ook zijn verwondering zien, het feit dat je als westerling, hoe goed je de taal ook beheerst, hoe vaak je er ook geweest bent, nog steeds verrast kan worden door bepaalde elementen. De natuur speelt een grote rol zowel bij de schrijver als bij zijn hoofdpersonage.
Het vaste schema van Takao zorgt voor rust en onrust tegelijkertijd. Hij heeft tijd om, routineus als hij is op buslijn 5, om zich heen te kijken, om letterlijk en figuurlijk in de achteruitkijkspiegel te kijken, te dagdromen, herinneringen op te halen aan zijn vroeg overleden vader, zich zorgen te maken over zijn licht dementerende moeder, die haar man – in elk geval voor Takao – ophemelt. Maar wat was de drijfveer van zijn vader echt? Wat was de rol van zijn moeder daarin?
Wie is Takao zonder uniform? Wat gebeurt er met hem wanneer hij van Élise een envelopje krijgt, die even de digitale wereld doet vergeten? Blijft hij gereserveerd of geeft hij toe aan zijn verlangens, aan zijn twijfels. Is hij een man die alleen observeert, die nooit wint, of beter: die niet mag winnen en dat terdege beseft? Maar wellicht is Élise, die een hoofddocent blijkt te zijn aan een plaatselijke universiteit, juist wel geïntrigeerd in zijn melodielijn, geeft hij voor haar, en voor vele anderen, ritme aan het leven, een muziekstuk, vorm aan de dagen, zonder dat alles te beseffen.
Er valt heel wat te citeren uit het ritmische Für Elise, in die zin zijn sommige van de fijn wit omgeven ‘perkjes’ als aforismen, als kunstig gekalligrafeerde Japanse wijsheden, te bezien.
Jonge mensen denken soms dat ze alle landen moeten bereizen om te vinden wat ze zoeken. Vaak weten ze niet wat ze verlangen. […] Misschien dragen ze het al bij zich, zonder het te beseffen. Zoals een sleutel die in hun zak zit, maar die ze blijven zoeken.
Bart Stouten is zo langzamerhand zelf een Japanse zenmeester geworden.
Guus Bauer
Bart Stouten – Für Elise. Witsand uitgevers. 232 blz. € 24,95.
