Deze recensie verscheen voor het eerst in 2005.

Teder en doodgewoon

Alleen al de inhoudsopgave van Waar was je nou? tintelt van plezier en schrijfverlangen: ‘Buiten niet’, ‘Levende foto’s’, ‘Stereoscopie’, ‘Naar de beurs’, ‘Getuigen’, ‘Kroketten’, ‘Sonatine’, ‘In de sjieke winkel’, ‘Hoezee’, ‘Pluisjes’, ‘Paz’, enzovoort. Vrolijke en klinkende titels voor even vrolijke en fraai klinkende hoofdstukken. K. Schippers bedacht voor dit boek een mooi en wonderlijk gegeven dat hij licht en teder en doodgewoon uitwerkt, tot ik zelf de neiging kreeg ook zo verlangend en concreet het verleden in te duiken. En dan heeft hij je natuurlijk waar hij je hebben wil, want zo’n schrijver is hij wel.

Ruud heeft een fotozaak en met zijn zus ruimt hij het huis op van zijn overleden moeder. Hij ontdekt een stelletje oude foto’s van pleinen, straten en vakanties. Ineens verdwijnt hij de foto’s in. En daar loopt hij als jongen van een jaar of twaalf, dertien door Amsterdamse straten van vroeger en is hij weer op het strand met vriendjes en vriendinnetjes tijdens een vakantie en loopt hij weer te verlangen naar de jonge en mooie tante Chris die hem aanhaalt en vertroetelt alsof hij nooit weg geweest is.

Zou het mogelijk zijn iets uit het verleden naar het heden mee terug te nemen? Een mooie broche van zijn moeder, die hij zelf vroeger ook wel droeg en zijn tante? Die moet hij mee terug zien te krijgen. Van dit gegeven maakt Schippers geen nostalgische wandeling door het verleden. Je kunt zeggen dat hij het verleden via geuren, blikken, beelden, pleinen, stemmen opnieuw in werking zet. Niet om het terug te veroveren maar om er een hernieuwde kennismaking mee te ensceneren.

Hij strooit met gedetailleerde beschrijvingen: een uniform van postbodes, hoe mensen praatten, een fiets, een balspel op het strand, vliegeren, oude camera’s, gesprekken in een bioscoop, de spelletjes thuis, de huizen en gebouwen. Niet voor niets maakte Schippers van zijn held een fotograaf. Dit boek is een verzameling opnames uit het verleden die door Schippers van commentaar voorzien zijn. En van kleur, gevoel en verbeelding.

Het verbluffende is dat hij erin is geslaagd ook nog een spannend verhaal te vertellen. Krijgt Ruud die broche mee naar het heden? En welke rol speelt de goochelaar Claudio die vooral aan trucs werkt die zich op twee plaatsen tegelijk afspelen?

Hoe krijgt Schippers toch zoveel lichtvoetige tederheid bij elkaar? Het moet maar een raadsel blijven, denk ik, het zit ’m ongetwijfeld ook in heel hard werken en volhouden. En dan lukt het ineens, zoals hier in dit boek. Met al die invallen, al die mooie zinnen, al dat stralende geslaagde schrijven. Wanneer iemand een plaat opzet: ‘De aanloopgroef net voor je het liedje hoort, die is het mooist. Als het ruist kan het nog van alles worden.’

Schippers is de meester van het ongewoon gewone. En ook van het verlangende aanwezig zijn. Subliem weergegeven, dit woord is hier niet overdreven, in de kleine, bijna terloopse pogingen van het meisje Inge om zo vaak en zo lang mogelijk in de buurt van haar grote liefde te blijven. Ze wil niets laten merken want dat mag niet. Zoals ook Schippers niets wil laten merken.

Kees ’t Hart

K. Schippers – Waar was je nou? Querido, Amsterdam. 240 blz.

Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 2 september 2005.