Edward Hopper in de polder

Je hebt van die boeken, waarin plots en suspense geen nadrukkelijke rol spelen. Domweg omdat het daar niet om draait. In De schoonheid van een kruispunt, de vierde roman van Meine Fernhout, bewegen de ontwikkelingen zich spaarzaam en geleidelijk voort. Het oppervlakkige verhaal is snel verteld, maar daarachter gebeurt veel meer. Je volgt de personages en wordt na verloop van tijd terloops meegenomen in hun bestaan.

Er is een motorrijdende, naar een intrigerend thema zoekende schrijver, Hugo. Er is een jonge, veel lezende ‘pompbediende’, Jesse. En al snel rijdt er een intrigerende vrouw met een doorrookte stem in een slagschip van een Chevrolet voorbij. Ze blijkt later Mirna te heten. Het vierde personage is Pien, een jonge fotografe.

Fernhout begint zijn roman met een inleidend ‘portret’ van Hugo, die leraar is, maar meer nog schrijver, want literatuur is wat werkelijk voor hem telt. Hij is een romanticus pur sang. Bij iedere ontmoeting ziet hij in anderen meteen een personage voor zijn boeken. Tegen de tijdgeest en alle nieuwe eisen die daar bij horen, is hij niet bestand. Een meisje dat zich opdringt, wordt al snel bijna zijn ondergang op school. Toch is het ontbreken van een gouden gedachte voor zijn roman iets wat hem aanzienlijk meer bezighoudt.

Tegenover zijn flatje staat een ouderwets Avia-pompstation. Edward Hopper in de polder, kun je wel zeggen na het bekijken van de binnenkanten van voor- en achterflap. Geen groot benzinestation, zoals je die langs snelwegen tegenkomt, maar zo’n fraai modernistisch tempeltje met luifel en tl-lichtbuizen uit de naoorlogse jaren. Daar zit Jesse vaak te wachten op klanten. En daar komt Hugo geregeld langs om de tank van zijn motor te vullen of een krantje te kopen. Het valt Hugo al snel op dat Jesse altijd leest. En niet zo maar wat, maar ware literatuur. Hugo begrijpt het:

Het is verbondenheid. Juist wanneer je daar niet zo makkelijk toe in staat bent, dan is de literatuur een wonderlijk welkome invulling. Wie leest, voelt zich verbonden, al leeft hij als een schuwe kluizenaar.

De jongen intrigeert Hugo. En Jesse weet op zijn beurt dat Hugo schrijft, wat hem er een keer toe brengt de overbuurman ‘veel inspiratie’ te wensen. Al spoedig meent Hugo dat de lezende jongen en het uit de tijd gevallen pompstationnetje zijn writer’s block kunnen helpen wegnemen. Hij blijft maar uit zijn raam kijken om ieder detail in zich op te zuigen, wat vagelijk herinnert aan Georges Perecs Poging tot uitputtende beschrijving van een plek in Parijs. Op zeker moment ziet hij een jonge vrouw langskomen, die foto’s blijkt te maken van het gebouwtje. Het is het begin van een reeks gebeurtenissen, waarin de levens van de al wat oudere Hugo, Jesse en de twee vrouwen steeds meer onderling verwikkeld raken.

Je kunt het een coming of age-verhaal noemen waar het Jesse, Pien en Mirna aangaat en met terugwerkende kracht in zekere zin ook Hugo, die zijn grotere levenservaring, zijn kijk op literatuur en schrijven en mensenkennis op zijn eigen manier gebruikt om de andere drie, maar ook zichzelf beter te doorgronden. De schoonheid van een kruispunt, welbeschouwd gaat het om een rotonde, want dat is het steeds gebruikte woord in de roman, is een echt liefhebbersboek. Bestemd voor mensen die niet naar spektakel zoeken, maar kunnen genieten van Fernhouts fijnzinnige stijl en muzikale cadans.

De roman brengt de sfeer terug van een voorbije tijd, toen Frankrijk voor velen nog een zachte droom was. Een flink deel speelt zich daar ook af, in het groen in een aangenaam klimaat. Precies zoals je je Frankrijk graag blijft voorstellen. De in veel opzichten erg teruggetrokken Jesse – geen rijbewijs, geen uitgaansleven, worstelend met zijn dominante moeder en helemaal levend in zijn boeken – leert er ten langen leste zichzelf kennen. Maar ook de vrouwen die op het eerste gezicht zelfbewuster lijken dan ze zijn.

Fernhout, ooit uitmakend van de band Bintangs, ruimt naarmate de roman vordert ook steeds meer plek in voor de muziek van de Britse rockgroep Oasis. Hij laat er mee zien wat muziek en muziekteksten met een volwassen wordend mens al niet kunnen doen. Ook dat Oasis-thema vlecht Fernhout er mooi ongeforceerd in, waarmee de lezer weer even ervaart hoe dat ooit was; helemaal geraakt worden door muziek, die voor jou gemaakt lijkt te zijn, hoewel die ondertussen door vele tienduizenden anderen ook zo wordt beleefd.

Niet in de laatste plaats is De schoonheid van een kruispunt een ode aan het schrijven en lezen. Alles kan in fictie met alles samenhangen. Hugo weet het en laat ook niet na veelvuldig te spreken over hoe verrijkend een lezend leven is:

Wie veel leest, komt nu eenmaal ook veel tegen waar hij zelf in past.

André Keikes

Meine Fernhout – De schoonheid van een kruispunt. In de Knipscheer, Haarlem. 360 blz. € 24,50.