Recensie: S. Yizhar – Het verhaal van Chirbet Chiz’a
Meerstemmigheid
Steeds vaker voegen uitgevers, anders dan wat extra context via achter- of binnenflap, eventueel van de auteur of de samensteller zelf, verklarende voor-of nawoorden van derden aan literaire teksten toe. Mogen lezers niet meer zelf een mening vormen, een eigen connectie maken met het geschrevene? Heeft de ‘moderne mens’ in deze ‘jachtige tijden’ een dergelijke extra verklaring nodig?
De novelle Het verhaal van Chirbet Chiz’a van de Israëlische schrijver S. Yizhar is voorzien van een nawoord door de in Jeruzalem woonachtige Amerikaanse Pulitzer Prize-winnaar Nathan Thrall. Dat zorgt voor een extra politieke onderstreping, een connectie ten overvloede met het huidige explosieve tijdsgewricht, terwijl het verhaal voor zichzelf spreekt, een universeel verslag is van een soldaat die in oorlogstijd worstelt met het geweten, met de hypocrisie, de eigen huichelachtigheid.
Een vroege Nederlandse versie van de novelle, eveneens vertaald door Ruben Verhasselt, was voorzien van een nawoord door Michaël Zeeman, die daarmee vooral de literaire kwaliteit van de novelle onder de aandacht bracht. Jarenlang stond Sipoer Chirbet Chiz’a op de vaste boekenlijst van scholen in Israël, als geschiedschrijving, zelfkritiek, als waarschuwing. Inmiddels is het een ‘verboden boek’ geworden.
Tijdens de oorlog in 1948 was Yizhar Smilansky inlichtingenofficier in het Israëlische leger. Een jaar later schreef hij de onderhavige parabel over de ontruiming en verwoesting in de nasleep van het conflict van een (fictief) Palestijns dorp, gebaseerd op zijn eigen ervaringen. De bewoners moeten – na gescreend te zijn op gevaarlijke elementen – worden afgevoerd op vrachtwagens, de huizen met de grond gelijk gemaakt. Fictie waarachtig opgetekend naar het leven.
Je zou kunnen zeggen dat het is geschreven in echte ‘soldatentaal’, stoer, nietsontziend – emoties kennen ze onderling niet – maar het is de ondertoon die echt raakt, de twijfel die ook in de tekst steeds meer naar de voorgrond komt. De soldaat die bezwaren uit bij zijn meerdere, vragen stelt, hetgeen door het collectief natuurlijk niet in dank wordt afgenomen.
Wat rest de schrijver anders dan van de worsteling een verhaal te maken. ‘Ik zag dat ik niet langer kon wikken en wegen en hoewel ik nog niet had besloten waar de uitweg was, leek het mij in elk geval beter dat ik in plaats van te zwijgen van wal zou steken…’
In feite begint de novelle in medias res, gelijk met ‘de melding’, de operationele order met het gestelde doel. Ontruiming, zuivering zonder, hoe fijn eufemistisch de taal van hogerhand altijd, ‘uitbarstingen’. Er dient ‘uiterst welgemanierd, beheerst en juist beschaafd’ te worden opgetreden. Het doet gelijk denken aan een paar regels uit een song van de Au Pairs. We don’t torture, we’re a civilized nation. We’re avoiding any confrontation’ (Over Armagh-gevangenis. Het ‘Noord-Ierse probleem’. De Engelsen, veroorzakers van veel wereldwijde geopolitieke problematiek, worden verbazingwekkend genoeg maar zelden ter verantwoording geroepen.)
Het gaat er uiteraard verre van beschaafd aan toe in de heuvels rond Chirbet Chiz’a, er hangt constant een ‘echte zuivering’ in de lucht, de maten hebben allemaal last van een zenuwachtige triggerfinger, zouden het liefst korte metten maken met de ‘vijand’ om op tijd voor het eten thuis te zijn. Iets dat begonnen is als een ‘uitje’ wordt langzamerhand een ‘vervelend oponthoud’. Niemand weet beter wat wachten is dan een soldaat. En op die momenten, dat weten ze ook wel, komen de gedachten, beginnen de moeilijkheden.
Het beste was geweest alles hier achter te laten en naar huis gaan.
Er worden eerder uit verveling wat patroonhouders leeggeschoten. Een onbesliste wedstrijd. Er is een mooi veulen achtergebleven, een extra buit. Je houdt je hart vast bij heel veel scènes, maar gelukkig weet het beestje te ontkomen. Door oorlogsstress zijn vaak ook dieren het slachtoffer van nutteloos dodelijk geweld.
De tekst beklijft ook doordat Yizhar de stoere taal, de afgestomptheid afwisselt met poëtische passages.
Als je hier alleen was geweest en was blijven staan om even te luisteren, had je allicht gehoord hoe de lippen van de aarde smakten en stil het water dronken, opzogen en lepten, en hoe de laatste droefenis van de droge, woeste herfst oploste en verzoend wegzakte, alsof ze insliep tijdens het zogen.
Het ‘uitje’ duurt en duurt, de wrevel bij de manschappen neemt toe. Bij de verteller worden ‘de snaren weer beroerd die voor een golf van verzet’ zorgen. Hij spreekt de commandant aan, maar voegt zich nadien toch. Verschillende stemmen vechten in het innerlijk van de narrator. Die meerstemmigheid draagt deze complete novelle, maakt het tot een essentieel werk over moraliteit.
‘Maar meteen begon binnen in mij een andere stem te zingen: tere ziel, tere ziel, tere ziel.’
Guus Bauer
S. Yizhar – Het verhaal van Chirbet Chiz’a. Vertaald door Ruben Verhasselt. Nawoord van Nathan Thrall. Cossee, Amsterdam. 104 blz. € 19,99.

