Terwijl wij met rode oortjes Ratatouille van Nop Maas lezen omdat hij een boekje open doet over wat er speelt achter de schermen van de literaire wereld, toont Anton de Goede op Facebook waarom je vraagtekens kunt zetten van de recensie Aleid Truijens van het postuum uitgegeven boek Maas.
Het grote nieuws is: Aleid Truijens is, na Nop Maas, nu beoogd biograaf van Hanny Michaelis!

Ze is een uitstekende biografe en critica. Aardige vrouw bovendien. Maar door te verzwijgen dat zij zélf gevraagd is de biografie te schrijven is haar bespreking van Nop Maas’ zwanenzang in de Volkskrant wel een farce. Had de krant niet moeten plaatsen. Hoe zou zij ooit een goed oordeel kunnen vellen over dit – in werkelijkheid behoorlijk teleurstellende – boek dat er postuum van de letterkundige uitkwam nu zij alleen al door haar nieuwe klus (dát is nieuws, maar wordt de Volkskrantlezer onthouden) afhankelijk is van gunsten van verschillende lui die in het boek van Maas onder vuur liggen? Onder wie Wouter van Oorschot die beschikt over de rechten van het werk van Hanny Michaelis. Wijselijk noemt Truijens die naam maar in het geheel niet.

Oud-uitgever en oud-criticus Reinjan Mulder reageert:

Heb de recensie nog eens doorgelezen, maar mij viel niets onbetamelijks op. Keurig stuk.
Het komt vaker voor dat je iemand bespreekt met wie je enigszins verbonden bent en in een korte standaardrecensie moet je niet te snel op je eigen positie ingaan. Er stonden ook al vrij veel leuke citaten in, zodat ik er ernstig over denk het boek aan te schaffen.
Wat is daartegen?

Anton de Goede:

je moet beslist het boek aanschaffen, al was het maar om te zien hoezeer de recensie om de hete brij heen draait. Je zult dan bijvoorbeeld lezen waar Maas Wouter van Oorschot van beschuldigt. Hij zou na een advocatenkwestie 4000 euro hebben overgemaakt aan Wouter ‘om van het gezeur af te zijn’. Hoe zat dat werkelijk? Nee, denkt Truijens, daar ga ik mijn handen allemaal niet aan branden. En dat is logisch als je weet dat ze de Michaelis-biograaf is. Ze heeft zowel de nalatenschap van Maas ‘nodig’ en de medewerking van diens weduwnaar, als ook de samenwerking met Wouter van Oorschot. Iemand die zo op eieren moet lopen moet dit boek natuurlijk niet bespreken. Het gaat veel verder dan ‘enigszins verbonden zijn met elkaar’.
Buiten dat, de Volkskrant heeft al zo beknibbeld op recensies. De ruimte is schaars, goede titels die op bespreking wachten stapelen zich op.