Recensie: Siri Hustvedt – Ghost Stories
Treuren om het ‘wij’
Na meer dan veertig jaar samen te zijn geweest, verliest Siri Hustvedt haar man, Paul Auster, aan de gevolgen van longkanker. Niet lang na zijn begrafenis begint Hustvedt notities te maken voor wat Ghost Stories zou worden. Het boek wordt geschreven vanuit de behoefte om iets op papier te zetten over haar overleden man maar ook uit een innerlijke noodzaak. Dat laatste doet denken aan de opvatting van Auster dat een boek niet geschreven wordt voor het geld, de roem of de lezers maar wel omdat het gewoon moet. Het is een voorbeeld van hoe de (denk)werelden van het auteurskoppel naar elkaar toe zijn gegroeid en verweven zijn geraakt. Hustvedt schrijft dan ook geen boek over haar overleden man, maar over ‘wij’. Hun bestaan was bewust en onbewust met elkaar verstrengeld. Soms was het niet duidelijk van wie een bepaald idee kwam: voortdurend werden die ideeën getoetst aan elkaar. Het kon gebeuren dat Hustvedt onbewust een zin van Auster in haar werk smokkelde en omgekeerd dat ook Auster iets van Hustvedt in zijn werk opnam. Hustvedt treurt om Paul, maar het grootste deel van de tijd treurt ze om Siri en Paul: ‘Ik treur om dat én. Ik treur om het gevoel waarmee ik op de wereld stond vanwege dat én. Het én waarin hij en ik deels samenvielen.’
Auster had haar verteld dat hij na zijn dood als spook wou terugkomen. Hij wil terugkeren om te zien hoe het met haar gaat. Het boek zit dan ook vol allusies op dat spook:
Ik leef in een spookhuis, bewoond door een spookhuis dat Paul en ik zelf hebben geschapen, een ‘wij’ dat niet meer bestaat, in elk geval niet in het hier en nu, maar alle kamers zijn ervan doortrokken. Het is een liefkozende, aanhalige, de liefde bedrijvende, vrolijke, troostrijke, kibbelende, zacht pratende dubbelgestalte van vroeger die verholen kwinkslagen en hints ten beste geeft, alleen begrepen door ‘ons’.
Het verdriet dat Hustvedt voelt probeert ze te verwoorden en te verwerken door wat ze altijd al heeft gedaan: schrijven. Haar boek is een verzameling van memoires en filosofische bespiegelingen. Ze vertelt over het ziekteproces van Auster, zijn moed om al de ellende te doorstaan en de waardigheid waarmee hij sterft. Hustvedt schrijft over het verleden, over hoe ze Auster heeft ontmoet, over zijn romans en zijn karakter, over hun gezamenlijk leven. Ze haalt oude brieven, kaartjes, foto’s en faxen boven die netjes door haar overleden man in een doos werden bewaard. Ze neemt dagboeknotities op, maar ook de e-mails die ze naar vrienden schreef om ze op de hoogte te houden van Austers situatie. Hustvedt zelf gaat er ook onderdoor maar ze houdt zich sterk en probeert grip op de situatie te krijgen door te lezen over kanker. Net zoals ze na zijn dood gaat lezen over rouw.
Al snel groeit haar boek ook uit tot een portret van een familie. Austers zoon en kleindochter uit een vroeger huwelijk komen aan bod. Hun tragische dood blijft Auster en Hustvedt achtervolgen. Maar ook over Sophie en Spencer, de dochter en schoonzoon van Auster en Hustvedt, wordt met liefde geschreven. Auster en Spencer worden de beste vrienden. Als kleinzoon Miles wordt geboren, schrijft Auster, in periodes dat het iets beter gaat, brieven aan hem die hij pas later in het leven zal kunnen lezen. Het zijn nooit eerder gepubliceerde brieven die opgenomen dienden te worden in zijn laatste boek Brieven aan Miles. Dat boek is er nooit gekomen maar de brieven zijn nu te lezen in Ghost Stories.
Ghost Stories is een intiem, dikwijls aangrijpend en altijd intelligent geschreven boek vol bespiegelingen en herinneringen over rouw en liefde. Hustvedt vervalt nooit in sentimentaliteit en hengelt niet naar een schouderklopje. Ze schrijft geen biografie over de hel maar wel over zichzelf en Paul. En dat is iets wat Auster wou: dat zijn wederhelft haar leven voortzet en blijft schrijven.
Kris Velter
Siri Hustvedt – Ghost Stories. Een boek van herinneringen. Vertaald door Paul van der Lecq. De Bezige Bij, Amsterdam. 320 blz. € 27,99.
