Een onuitputtelijk archief

Voor het tweede jaar op rij brengt de Stichting Jeroen Brouwers, in samenwerking met Atlas Contact, een magazine uit dat draait rond leven en werk van Jeroen Brouwers. Het cahier is uitermate professioneel samengesteld en geschreven door experts en kenners. Ook de persoonlijke ‘gastbijdrage’ van Joris van Casteren is met oog voor detail geschreven. Cahier Brouwers 2 biedt opnieuw een rijk palet aan bijdragen die boeiend, scherpzinnig en erudiet zijn. Voor de talrijke bewonderaars van Brouwers’ oeuvre is het opnieuw smullen.

Een aanzienlijk deel van dit tweede cahier is gewijd aan de correspondentie tussen Jeroen Brouwers en Joost Zwagerman. Enkel een selectie van de brieven van Brouwers werd opgenomen; noodzakelijke informatie over de brieven van Zwagerman is te vinden in de voetnoten. De correspondentie beslaat een lange periode: de brieven zijn geschreven tussen 1987 en 2011, soms met langere periodes zonder brieven. Brouwers was van vele markten thuis en is ook altijd een verwoed briefschrijver geweest. In Kroniek van een karakter schrijft hij dat hij zijn brieven niet onder ‘kunst’ rangschikt en dat hij ze schrijft om zich te ontspannen van zijn ‘serieuze’ schrijverij. Maar hoewel de brieven worden gekenmerkt door spontaniteit liggen ze wel in het verlengde van zijn literaire werk. Ook nu weer is het genieten van de herkenbare manier van formuleren: de zinsbouw en woordkeuze waarmee Brouwers zijn gedachten vormgaf zijn uniek. En zeker wie het eerste cahier heeft gelezen kan niet langer naast het kommastreepje kijken.

Inhoudelijk bevatten de brieven onderwerpen die Brouwers eigen zijn en die hij later in polemieken en romans heeft uitgewerkt. Er is het gevoel miskend te zijn, de vete met uitgever Ronald Dietz, de afkeer van de zelfgenoegzame literaire wereld van de grachtengordel. In zijn bijdrage over de correspondentie tussen Brouwers en Zwagerman spreekt Johan Vandenbroucke over de loyaliteit van een oudere schrijver tegenover zijn ‘jongere broer’. De verhouding is die van leerling-meester: Brouwers is de coach die bemoedigt, prijst en ondersteunt. Opvallend is Brouwers’ voortdurende positiviteit en onverminderde waardering voor het werk van Zwagerman. Ook Maria Vlaar, de biografe van Zwagerman, vindt het opmerkelijk dat Brouwers blijft bemoedigen en ondersteunen. Later zal Brouwers zich minder positief uitlaten over de romans van Zwagerman. Vandenbroucke wijst er ook op dat beide schrijvers elkaar vonden in hun afkeer van critici. Zowel Brouwers als Zwagerman hadden af te rekenen met vileine kritiek en voelden zich daarom vaak onbegrepen. Met Dietz had Zwagerman wèl een goede band, tot ook bij hem ‘de schellen van de ogen vielen’.

Een andere, diepgravende bijdrage – geschreven door Marc Beerens – gaat over de sporen van het stadje Nijmegen in het werk van Brouwers. Beerens is initiatiefnemer van het Literaire Baken voor Jeroen Brouwers. Op verschillende plekken in Nijmegen zijn teksten van een literair auteur aangebracht. Van Jeroen Brouwers werd een tekst gekozen uit De zondvloed waarin Nijmegen niet met naam genoemd wordt maar wel duidelijk herkenbaar is. De speurtocht van Beerens leidt naar de periode 1959 – 1961 waarin Brouwers zijn militaire dienstplicht vervulde. Brouwers begon journalistieke stukken te schrijven over culturele onderwerpen voor het soldatenblad Salvo maar ook een vroeg literair verhaal werd erin gepubliceerd. Brouwers kwam in katholieke middens terecht en schreef voor bladen als De katholieke kruidenier. Ten slotte ging hij werken voor de Gelderlandse Vakpers. Beerens komt op het spoor van het verhaal ‘Orpheus’ dat Brouwers publiceerde in Aristo- en dat later in sterk gewijzigde vorm werd opgenomen in de debuutbundel Het mes op de keel.

Dit kan droog of specialistisch klinken maar voor elke rechtgeaarde liefhebber van Brouwers’ oeuvre is dit alles een feest om te lezen. De brieven van Brouwers aan Zwagerman werden niet eerder gepubliceerd en elk artikel bevat nieuwe informatie. De lezer komt in twee bijdragen nog meer te weten over de band van Brouwers met Nijmegen en leest in een artikel van Jos Joosten over zijn bijzondere interpretatie van katholieke rituelen in Bezonken rood. Mariska Hammerstein schrijft over Brouwers’ geheime verliefdheid op haar en hoe – meestal onopvallend – elementen in verband hiermee in het literaire oeuvre werden binnengesmokkeld. De rubriek ‘De opdracht’ waarin René Franken – zaakvoerder van antiquariaat Demian – op zoek gaat naar opdrachten in opdrachtexemplaren, is deze keer gewijd aan Leonard Nolens. De nalatenschap en het archief van Brouwers blijken nog lang niet uitgeput.

Zowel inhoudelijk als vormelijk zijn de bijdragen verschillend. Er zijn de bijna wetenschappelijke bijdragen van Johan Vandenbroucke en Marc Beerens en de meer uit de losse pols geschreven bijdragen van Joris van Casteren en Mariska Hammerstein. Het cahier wordt ook deze keer verrijkt met een groot aantal foto’s en prenten. Er zijn foto’s opgenomen van Herman Selleslags en Klaas Koppe, alsook een nieuwe illustratie van Karl Meersman. Uitermate origineel is ook de publicatie van enkele miniaturen die Brouwers schilderde toen hij op kostschool zat.

Zoals het vroeger uitkijken was naar elke nieuwe roman, elke nieuwe editie van Feuilletons, is het nu elk jaar, op de verjaardag van Brouwers op 30 april, uitkijken naar het nieuwe Cahier Jeroen Brouwers. Het is een vorm van voortleven, van sporen nalaten. Wie het cahier via de website van de Stichting Jeroen Brouwers bestelt, krijgt er bovendien enkele mooie ansichtkaarten bij. De redactie laat alvast weten dat het derde nummer al voor meer dan de helft is gevuld.

Kris Velter

Het Cahier Jeroen Brouwers 2 is nu al te koop via www.jeroenbrouwers.be. Vanaf 30 april is het te koop in de boekhandel.

Stichting Jeroen Brouwers (red.) – Cahier Jeroen Brouwers 2. Stichting Jeroen Brouwers, Antwerpen en Atlas Contact, Amsterdam. 144 blz. € 25.