Fight Club |Wat is ernstig, wat is ironie?

Het is heel lastig om te weten wat we in Fight Club serieus mag nemen en wat niet. Het gevaar is reëel, ook voor iemand die zich beschouwt als een ervaren lezer – ik besef dat ik rondwandel in een betekenismoeras: voor je het weet zit je zwaarwichtige conclusies te trekken uit zinnen die Palahniuk alleen maar ironisch bedoelde.

Incels op internet trekken zich van dat gevaar (als ze het al zien) niets aan. Ze lezen Fight Club letterlijk en zonder een spatje ironie. Ze aanbidden Tyler Durden als een icoon van rebellie en kracht, iemand die opkomt voor de rechten van mannen. Het lijkt hun te ontgaan dat – spoiler alert! – Tyler Durden alleen bestaat in de verbeelding van de ik-verteller, en dat hij eigenlijk een symptoom is van diens mentale problemen. Duidelijker kan het niet, zou je denken: Tyler Durden is geen held, maar een ziektebeeld. Toch slagen de incels erin om dit helemaal anders te “begrijpen”.

Klassenhaat
Wat is ernstig bedoeld en wat niet? We nemen nog een voorbeeld.
Eén van de zijpaden die Palahniuk bewandelt gaat over Tylers werk als kelner. Een baantje dat hem zó gelukkig maakt dat hij de ik-verteller op sleeptouw neemt, want: ‘This job will stoke your class hatred.’
De mensen die Tyler inhuren zijn steenrijk en laten hem en zijn collega’s voortdurend voelen dat ze maar personeel zijn. Tyler neemt wraak door in hun soep te pissen. En urine is niet de enige lichamelijke afscheiding die een weg vindt naar de verfijnde bereidingen. ‘Tyler and me,’ verklaart de ik-verteller al gauw (en met enige trots), ‘we’ve turned into the guerrilla terrorists of the service industry.’
Tyler zal later proberen om zijn gedrag en ideeën te verkopen als een ontmaskering van de American Dream: ‘We are the middle children of history,’ poneert hij in een toespraak voor de fanatiekste volgelingen, ‘raised by television to believe that someday we’ll be millionaires and movie stars and rock stars, but we won’t. And we’re just learning that fact, (…) So don’t fuck with us.’
En voor wie het dan nóg niet begrepen heeft: ‘We don’t have a great war in our generation, or a great depression… (…) The great depression is our lives. We have a spiritual depression.’
Fluitje van een cent, inderdaad, om deze passage weg te lachen. Palahniuk kán dit gewoon niet ernstig bedoeld hebben.
En als we nu eens aannamen dat er een kern van waarheid in zit? Een pit van ernst, diep weggestopt in een schil van kolder?

Verlangen naar meer
Fight Club verscheen in 1996, maar ik vermoed dat ook in 2026 nog mensen tot dat wrange inzicht komen: allerlei roeptoeters op sociale media beloven ons succes in een tiental stappen, een fast forward naar wat onze maatschappij beschouwt als de top, of de onvoorwaardelijke liefde en bewondering van een publiek… maar voor de meesten van ons is dat niet weggelegd. De meesten van ons schrijven geen bestsellers: wij schrijven stukjes op het internet.
De toekomstvisie die Tyler Durden in 1996 op de korrel nam bestaat nog altijd. Kijk (om maar één voorbeeldje te nemen) naar al die personal trainers op sociale media: zij vertellen een verhaal over doorzetten, nooit opgeven, de tanden op elkaar zetten, je doel voor ogen houden. Hun narratief klinkt heroïsch, ook al hebben ze het over banale doelen als gewichtsverlies of scherper afgelijnde biceps.
Mannen, stelt Fight Club onomwonden, hebben een doel nodig: een bestemming die het waard is om ervoor te vechten. Een gemiddeld bestaan, met je eigen kleine flatje vol Ikea-meubelen (zoals dat van de hoofdpersoon in deze roman) volstaat niet. Een man verlangt naar meer. Mannen zijn misschien wel grotere dromers dan we gewend zijn te denken.
Maar, waarschuwt Palahniuk, als er geen duidelijke bestemming meer is, moet al die energie zich op een andere manier ontladen. De vechtclubs zijn de plekken voor zo’n ontlading. Ze laten pas hun donkere kant zien als Tyler de fout maakt om een hoger doel te verzinnen voor de leden.
Een zoveelste kritiek op mannelijkheid dus? Nee, eerder een lofzang op de potentiële daadkracht van de man… voorzien van één cruciale voetnoot: dat die daadkracht goed gericht moet worden. Anders valt de schade niet te overzien.

Mannen en geweld
Hebben vrouwen dan geen enkel verlangen naar geweld? Ik weet het niet. Ik ben geen vrouw en hou dus liever m’n mond. Wat ik wel weet, is dat mannen heel vaak geassocieerd worden met geweld. Mannen + geweld: het is een onafscheidelijk duo dat ik in deze reeks nog meermaals zal opvoeren. Geweld dat zich keert tegen anderen (lees: vrouwen) of tegen zichzelf (m.a.w. zelfmoord). Altijd weer: geweld. We zullen het een plaats moeten geven in onze ideeën over mannelijkheid.

Palahniuk gaf het geweld letterlijk een plek: in hun clubs. Veel lezers snakten ernaar die plek te vinden in de echte wereld: eindeloos vaak klopten er mensen bij Palahniuk aan met de vraag waar ze het dichtstbijzijnde filiaal van Fight Club konden vinden. Een vraag die zich niet laat beantwoorden, natuurlijk: in de werkelijkheid bestaat alleen de roman. Grofweg vijfentwintig jaar na publicatie is Fight Club nog steeds relevant: dat doen er hem niet veel na.
Het is trouwens ook nog altijd Palahniuks beste boek: heftig en komisch, volgepropt met grote en kleine verrassingen, een boek dat de lezer niet wil verleiden maar totaal overrompelen.
Ja, als je het zo bekijkt…  Best een macho boekje, eigenlijk.

Mark Cloostermans

Volgende aflevering:
Depressief op de Champs-Élysées

In ‘Held in hoofdstukken’ gaat Mark Cloostermans in literaire werken op zoek naar constructieve, niet-toxische opvattingen over mannelijkheid. De bespreking van een boek wordt telkens over drie à vier afleveringen gespreid.

Boekenlinks: