Darkness visible |Over depressie en self-esteem

Wat is het primaire, het allereerste doel van literatuur? Niet verstrooien, niet imponeren, niet schokken, maar het in klare taal afbeelden van onze complexe ervaringen als mens. Onder woorden brengen wat de Fransozen zo precieus la condition humaine noemen. De dingen precies en in nieuwe woorden zeggen, zonder het gebruik van tanden- en betekenisloos geworden clichés.
Dat is precies wat William Styron voor elkaar krijgt in Darkness visible. Zijn verhaal is er een van klinische depressie, en daaruit volgt een zekere medische benadering, met passages over adequate en gevaarlijke medicatie, over de chemie van de hersenen en over het mogelijke verband tussen zijn eerdere alcoholmisbruik. Allemaal interessant, maar de kracht van dit boek zit ‘m in Styrons poging om de precieze ervaring van een depressie onder woorden te brengen.

Depressie, de draak met de tientallen hoofden
Depressie is immers een ziekte met een griezelig aantal symptomen; daardoor is elke depressie anders. Zelfs een lezer die dit beestje diep in de ogen gekeken heeft zal niet alles in Darkness visible herkennen. Niettemin, wat Styron beschrijft is meeslepend. Hij registreert de patronen (je zou ook kunnen zeggen: de getijden) van zijn depressie, waarbij de ochtenden nog enigszins draaglijk zijn maar in de namiddag de gevoelsbalans volledig in het rood slaat, een ‘bifurcation of mood’. Hij vermeldt ‘confusion, failure of mental focus and lapse of memory’. De depressie maakt hem dommer: ‘Rational thought was usually absent from my mind at such times’ en dat is helaas logisch, want de hersenen van de gedeprimeerde man zijn voortdurend met iets anders bezig dan met de werkelijkheid: ‘my brain (…) had become less an organ of thought than an instrument registering, minute by minute, varying degrees of its own suffering’.
De neerslachtigheid maakt zich volledig los van oorzaken of verklaringen en vult de mentale horizon, het wordt een ‘unfocused dread’. Als de depressie blijft aanhouden registreert Styron zelfs fysieke symptomen: ‘an odd fragility’ en de hese stem van een oude man.
Maar het symptoom dat iedereen met aanleg voor depressie zal herkennen, is de belegering van het ego: ‘Of the many dreadful manifestations of the disease (…), a sense of self-hatred (…), a failure of self-esteem (…) is one of the most universally experienced symptoms.’ De prijs die hij in Parijs in ontvangst mag gaan nemen is voor Styron een kwelling: hij is de eer niet waard, zijn oeuvre is waardeloos, het is allemaal voor niet geweest. Alle nuance is zoek in zijn oordeel over zichzelf, want depressie takes no hostages.

Een jammerlijk toeval
Styron is een belezen, intelligent man. Zijn terugkeer in Parijs brengt niet alleen herinneringen boven aan Camus en Gary, hij ziet nu ook in dat hij iets deelde met die mannen. Romain Gary, een gevierd schrijver, sloeg de hand aan zichzelf. Albert Camus, nog altijd een klinkende naam, schreef meermaals over zelfdoding, in zowel zijn fictie- als non-fictiewerken. Hij stierf in een auto-ongeluk, maar… had Camus dat niet een beetje zelf gezocht? Hij wist toch dat hij in de auto van een roekeloze chauffeur stapte? Nam de grote filosoof een bewust, wie weet zelfs doelbewust risico?
Styron denkt van wel. En hij kent nog wel meer voorbeelden van mensen die stierven bij heel dubieuze “ongelukken”. In een wereld die zelfdoding afkeurt (en meestal van ‘zelfmoord’ spreekt, het fenomeen daarmee in de hoek van de misdaad drijvend), gaan sommigen heel ver om hun dood te ensceneren als een jammerlijk toeval. Ze doen dat, vermoedt Styron, uit consideratie voor hun familie, voor de nabestaanden die zullen moeten voortleven met het stigma van een zelfdoding in de familie.
Of – en hier neem ik het stokje van Styron over – probeert de zelfdoder, door zijn daad te vermommen als een ongelukkig toeval, iets van zijn eigenwaarde te redden? Is hij bang dat zijn nabestaanden even hardvochtig over hem zullen oordelen als hijzelf dat doet?

Mark Cloostermans

Volgende aflevering:
Mannen, zelfdoding en de literatuur als taalmachine
(Darkness visible, William Styron, 3/4)

In ‘Held in hoofdstukken’ gaat Mark Cloostermans in literaire werken op zoek naar constructieve, niet-toxische opvattingen over mannelijkheid. De bespreking van een boek wordt telkens over drie à vier afleveringen gespreid.

Boekenlinks: