Held in hoofdstukken: 4 William Styron – Darkness visible | Depressief op de Champs-Élysées
Darkness visible | Depressief op de Champs-Élysées
Darkness visible is momenteel niet meer in het Nederlands te verkrijgen. Het boekje is wel degelijk vertaald: je kan het in tweedehandszaken nog vinden onder de titel In de duisternis of Het duister zichtbaar. Fletse titels vind ik dat – wat nog een hele verdienste is, met een pompeus woord als ‘duister(nis)’ erin. Zou Zichtbaar zwart niet mooier zijn?
Niettemin, it does what it says on the box: in dit boekje (een slanke 85 bladzijden in mijn versie) presenteert de Amerikaanse auteur William Styron een bergrivierheldere analyse van een periode waarin hij het heel, heel donker inzag. Ik hou wel van dergelijke paradoxen. En van alliteraties. Sue me.
Mannelijkheid wordt vaak in verband gebracht met agressie. En zoals ik al schreef: niet zelden richt die zich tegen de man zelf. Mannen die zich geplaatst zien tegenover problemen die ze niet aankunnen vragen niet om hulp: ze maken er liever een eind aan. Iedere zelfdodingstatistiek vertelt hetzelfde verhaal: veel meer mannen dan vrouwen beëindigen hun leven.
Darkness visible is het 100% autobiografische relaas van zo’n depressieve man, op de drempel van de dood.
En dan nu… een tirade: over feiten en literatuur
De ergste tendens in de literatuur van de 21ste eeuw? Alles moet autobiografisch zijn. Het lezend publiek heeft een merkwaardige hekel aan verzinsels ontwikkeld: men aanvaardt niet meer dat schrijvers dingen verzinnen, ze respecteren alleen nog maar de verhalen die de auteur zelf heeft meegemaakt. ‘Fictie moet waargebeurd zijn’: ziedaar de paradoxale misvatting van veel te veel hedendaagse lezers.
Veel erger nog is dat de hedendaagse schrijver zich bij de feiten heeft neergelegd. Ik zou ze de kost niet willen geven, al die getalenteerde literatoren die hun carrière begonnen met verbeeldingsrijke romans vol fictieve personages en intrigerende, prikkelende verzinsels, maar die nu boekjes schrijven over hun (al dan niet gehandicapte, al dan niet overleden) kinderen en hun (al dan niet nalatige, al dan niet overleden) ouders.
Het effect is het tegendeel van leesbevordering: lezers die op zoek zijn naar een goed verhaal gaan literatuur associëren met schraalte en verveling, en zoeken hun toevlucht bij hap-slik-weg-genres als de misdaad-, fantasy- of feelgood-roman.
Dus kunnen we alsjeblieft beginnen met een vlijmscherpe scheidslijn te trekken (liefst gemaakt van prikkeldraad en onder stroom gezet) tussen fictie en non-fictie? Tussen roman en memoir? Darkness visible is op dat punt heerlijk helder: de ondertitel definieert het boekje als ‘a memoir of madness’. Zo hoort dat.
Rant over. Terug naar de kern van de zaak nu: zelfdoding.
Succes en depressie
Had William Styron (1925-2006) goede redenen om het leven te willen verlaten? Nee, hij had niet echt iets te klagen. Meer succes dan de gemiddelde schrijver: check. Van bij zijn debuut gevierd door de critici: check. In de jaren 1950, toen Frankrijk nog eventjes het culturele centrum van het universum was, hing hij rond in Parijs en hief het glas met grote namen als James Baldwin en Romain Gary. Op een haartje na ontmoette hij zijn grote idool, de schrijver-filosoof Albert Camus, die jammer genoeg stierf in een auto-ongeluk kort voordat Styron hem de hand kon schudden. Styrons Holocaust-roman Sophie’s choice ging miljoenen keren over de toonbank, nog voordat het boek verfilmd werd. En op het moment dat Darkness visible begint heeft hij net de Prix Mondial Cino del Duca ontvangen. Het is voor de uitreiking van die prijs dat hij vanuit de VS naar Frankrijk vliegt. En in de taxi op weg naar het hotel beseft hij opeens: dit is de laatste keer dat ik Parijs zal zien.
‘In Paris on a chilly evening late in October of 1985,’ zo begint het, ‘I first became fully aware that the struggle with the disorder in my mind – a struggle which had engaged me for several months – might have a fatal outcome. The moment of revelation came as the car in which I was riding moved down a rain-slick street not far from the Champs-Élysées’.
Toegegeven, zo’n passage zal niet snel gebruikt worden in een folder van de toeristische dienst van Parijs. Ik denk ook niet dat deze woorden geciteerd zullen worden in Emily in Paris. Maar als opener van een literair werk is het een voltreffer.
Mark Cloostermans
Volgende aflevering:
Over depressie en self-esteem
(Darkness visible, William Styron, 2/4)
In ‘Held in hoofdstukken’ gaat Mark Cloostermans in literaire werken op zoek naar constructieve, niet-toxische opvattingen over mannelijkheid. De bespreking van een boek wordt telkens over drie à vier afleveringen gespreid.
Boekenlinks:
