Held in hoofdstukken: 6 William Styron – Darkness visible | Mannen, zelfdoding en de literatuur als taalmachine
Darkness visible | Mannen, zelfdoding en de literatuur als taalmachine
Er zijn denkers die stellen dat je individuele psychologische ziektebeelden ook kunt toewijzen aan grote groepen mensen: gemeenschappen, landen, etnieën. Het is een wankele theorie, maar oninteressant is ze niet. Kan een land een trauma hebben? Kan een gemeenschap lijden aan een depressie of een identiteitscrisis? Kan een heel volk behoefte hebben aan therapie?
De zogenaamde crisis van de mannelijkheid slaat op een hele grote groep mannen, misschien niet eens beperkt tot de westelijke wereld. Mogen we beweren dat (een groot deel van) die groep depressieve neigingen vertoont? Styron isoleert één symptoom als cruciaal voor een depressie: ‘a failure of self-esteem’. Veel mannen lijden vandaag aan een tekort aan zelfvertrouwen. Ze weten niet meer precies wat de maatschappij van hen verwacht, of kunnen niet meer voldoen aan de veranderde, impliciete eisen.
Kunnen we iets leren uit het ooggetuigenverslag van William Styron, van iemand die bijna stierf aan die afwezigheid van self-esteem? Iets wat relevant is voor mannen in het algemeen?
En dan nu… een stukje bombast: over literatuur als taalmachine
De literatuur, schreef ik eerder, heeft als allereerste doel, het onder woorden brengen van de emotionele rotzooi in ons hoofd – datgene wat flamboyanter essayisten dan ik la condition humaine zouden noemen.
Goede schrijvers nemen de taal serieus en vinden graag le mot juste, het enige juiste woord. Als dat woord niet bestaat, zullen ze het desnoods verzinnen: literatuur is waar de taal het toppunt van haar precisie moet bereiken – waar de taal wordt behandeld als een diamant, eerst ruw en dof, later scherp en glanzend.
Styron is een goede schrijver. Hij toont zich in Darkness visible vooral ontevreden over het woord ‘depressie’, en schrijft: ‘“Melancholia” would still appear to be a far more apt and evocative word for the blacker forms of the disorder, but it was usurped by a noun with a bland tonality and lacking any magisterial presence, used indifferently to describe an economic decline or a rut in the ground, a true wimp of a word for such a major illness.’
Ja, dat zijn zinnen die alleen een man kan schrijven! Als iets in staat is om je hele ervaring van de realiteit te verzuren en je elk gevoel van eigenwaarde ontneemt, mag dat iets op z’n minst een indrukwekkende benaming hebben – geef toe!
Een grappige passage, maar let op: het gaat eigenlijk nog steeds over self-esteem. Als een man dan toch een nederlaag moet lijden, laat de tegenstander dan op z’n minst een reus zijn. Veelzeggend genoeg gebruikt Styron het woordje ‘wimp’. In het Nederlands zouden we spreken over een ‘watje’ of (veel minder politiek correct) een ‘mietje’ – het tegendeel van een man.
De laatste daad
Styron slaat een aantal zijpaden in, maar grosso mode vertelt hij zijn verhaal chronologisch: de lezer ziet Styrons depressie stap voor stap verergeren. Het valt de schrijver opeens op dat doodgewone objecten nieuwe betekenis krijgen: de balken van de zolder lijken opeens ideaal om je aan op te hangen, een keukenmes is scherp genoeg om er in bad je polsen mee over te snijden… Alles krijgt een vernisje van dreiging.
Ook een aantekenboekje met persoonlijke notities verwerft betekenis. Styron was altijd al van plan om dat te vernietigen als hij zijn einde voelde naderen – want wat in dat boekje staat mag niet in handen vallen van een biograaf – maar plotseling is er geen tijd meer te verliezen: tijdens een etentje met vrienden staat hij opeens op, verlaat de kamer, haalt het notitieboekje uit de bergplaats en propt het onder in de vuilnisbak. Hij moet er meteen, nú meteen, vanaf. En opnieuw is daar het probleem van self-esteem: ‘Fire would have destroyed it faster, but in garbage there was an annihilation of self appropriate (…) to melancholia’s fecund self-humiliation.’
Het boekje is voor altijd verloren en nu staat er Styron niets meer in de weg: de Laatste Daad is nog maar een kwestie van tijd.
Mark Cloostermans
Volgende aflevering:
Een hypothese over het zelfbeeld van de man
(Darkness visible, William Styron, 4/4)
In ‘Held in hoofdstukken’ gaat Mark Cloostermans in literaire werken op zoek naar constructieve, niet-toxische opvattingen over mannelijkheid. De bespreking van een boek wordt telkens over drie à vier afleveringen gespreid.
Boekenlinks:
- William Styron, Darkness visible
- William Styron, Sophie’s choice
- Mark Cloostermans, Alleen de duivel heeft een plan
- Mark Cloostermans en Chrétien Breukers, De man die van vrouwen hield: Georges Simenon in 27 romans
