Nieuws: Wie wint de Libris Literatuur Prijs? Bert Natter, Nadia de Vries of toch Coco Schrijber? En wat extra Buwalda-bashing
Wie gaat er maandag met een vette cheque van 50.000 euro en een geheide bestseller vandoor. Als het aan Marja Pruis en Charlotte Remarque van De Groene Amsterdammer ligt, dan wordt het Nadia de Vries. Overgave op commando is een dunne roman, zeker als je die vergelijkt met de dikke turf van Peter Buwalda:
Maar het is een enorme prestatie dat De Vries zo veel heeft kunnen scheppen in deze kleine roman: een eigenzinnige stijl, een parabel over klasse, een wonderlijk optimistisch hoofdpersonage dat op niemand anders lijkt, een wrange parodie op onze tijd en een paar ademstokkend pijnlijke scènes. De Vries heeft haar visie tot het uiterste doorgevoerd en ingekookt, en daarmee is Overgave op commando verreweg de gaafste roman op deze shortlist.
Gerwin van der Werf maakte voor Trouw een top zes. Nadia de Vries staat op twee, maar de eerste plek is voor Het gezoem van bijna alles van Coco Schrijber.
Aan gokken doe ik niet, ik kies als winnaar gewoon het mooiste boek. De AI-agenten zoeken het maar uit. Het gezoem van bijna alles van Coco Schrijber is origineel, warm, slim, en het enige boek van de shortlist waarvan ik het jammer vond dat het uit was.
In de Volkskrant bespreekt de van zwangerschapsverlof teruggekeerde Bo van Houwelingen de zes genomineerden, waarbij zij geen goed woord over heeft voor Coco Schrijber. De echte winnaar moet Bert Natter worden:
Natter gaat bovendien vol op het stijlorgel. In groteske scènes dient hij gruwelijkheden haast smeuïg op en worden de tedere momentjes schaamteloos sentimenteel uitgeserveerd. En het werkt. Wie begint met lezen, stopt niet meer – iets wat ook een beetje fout voelt: zitten we ons hier nou te verlustigen aan al die ellende? Dat de lezer zo de rol van medeplichtige krijgt maakt deze roman extra gelaagd.
De Jaknikker van Peter Buwalda werd niet al te juichend ontvangen, maar krijgt er in deze overzichten nog eens extra van langs.
Van der Werf (die de roman op plek zes heeft staan):
Maar Buwalda’s stuwende zinnen haperen. Dit proza knarst en piept.
Remarque en Pruis vinden dat de durf van Buwalda respect afdwingt en ze noemen ook positieve zaken, maar stellen toch:
Je kunt het briljant vinden, maar ons eindoordeel is dat Buwalda zichzelf heeft vertild aan deze megalomane poppenkast.
Van Houwelingen:
Wat mij betreft maakt Buwalda met dit droste-effect de boel nodeloos complex en daardoor ook een beetje saai, maar zoals te verwachten viel werd het door genoeg argeloze recensenten direct ‘virtuoos’ genoemd. Terwijl: het is een trucje, aardig uitgevoerd, dat wel, maar toch een truc, en niet eens een originele.
Maar ze lijkt positief te eindigem
Wie dat geen bezwaar vindt (‘meestertruc’, jubelt de jury) heeft aan De jaknikker een heerlijk boek. Krankzinnig goede metaforen, lekkere anekdoten, elegante personagewisselingen, en vaak zo ontzettend ráák allemaal.
Even opgezocht welke recensent de roman ‘vituoos’ noemde. Maarten Moll in de lokale krant Het Parool blijkt de argeloze recensent van dienst.
Het is voor Van Houwelingen niet te hopen dat Peter Buwalda maandag wint anders moet ze in het verslag van de avond weer net zo’n draai maken als destijds bij de overwinning van Anjet Daanje.
De NRC koos afgelopen vrijdag voor een interview met Coco Schrijber.

wat weer eens laat zien dat een prijs niets anders is dan de gemiddelde mening van een toevallig clubje mensen
Gewoon omdat het kan, dit:
WeblogTzum heb ik altijd geweldig gevonden, maar geleidelijk aan is er iets gaan wringen: het lijkt toch wel erg sterk op een weblog of tijdschrift waarin het Koninklijk Huis gevolgd wordt. Stukjes met plaatjes van wie waar was, soms ook het nietszeggende dat gezegd werd, dat is het dan toch wel. Lize Spit (on my grave) zei dat het slecht gaat met de literatuur. Als je dat doodse gedoe op WeblogTzum ziet wil ik dat wel geloven (Niets ten nadele van jou, Coen).
Uitgevers en schrijvers zijn te beroerd (lees:arrogant) om er ook maar iets van te maken (terecht dat hun boeken niet verkopen), maar de lezers van WeblogTzum doen het niet veel beter. Ik heb hier al eens luid en duidelijk beweerd dat het werk van Peter Buwalda geen literatuur is; niemand die erop reageert! Vandaag komt WeblogTzum met allerlei commentaar op de boeken die kandidaat zijn voor de Libris Literatuurprijs (voor mij een hoop geld), en er is welgeteld 1 reactie, die van Joop. Hij schrijft:
“wat weer eens laat zien dat een prijs niets anders is dan de gemiddelde mening van een toevallig clubje mensen”.
Joop, wat is dit voor negatief gedoe! Zeker, er is een ‘clubje’ dat de prijs toekent, maar die mensen zijn niet ’toevallig’ daar om te beslissen over de prijs. En dat toekenning van de prijs uiteindelijk ‘de gemiddelde mening’ van het ‘clubje’ representeert? Joop, hoe had je het anders gedacht: chantage, dreiging met een pistool? En waarom dat ‘weer eens laat zien’, het gaat altijd zo, het kan ook niet anders.
Joop, ik ben blij dat je reageert, tenminste iemand die dat doet, maar dit soort FvD-gelul zitten we niet op te wachten.
Kom op mensen, vertel ons waarom een bepaald boek de prijs zou moeten winnen. Ik lees nauwelijks nog Nederlandse literatuur, maar de meest overtuigende reactie honoreer ik met het kopen van het boek, ook als het niet gekozen wordt door dat ’toevallige groepje mensen’.
De reden waarom u zo weinig aanspraak krijgt, meneer ‘bies’ is omdat u in uw reacties overkomt als een vervelende, gelijkhebberige man. Niet iemand waarmee je in een gesprek – of god verhoede, een discussie wil belanden.
Mia, nou toch, is dat het? Vervelend, gelijkhebberig, daar sta ik wel even van te kijken!
Ik hou nu verder maar mijn mond, dan kan de discussie losbarsten.
Met de lezers van weblog Tzum is niets mis, en met hun mening ook niet, maar
de reacties van “bies” zijn zo overtuigd van eigen gelijk, dat ze iedere discussie, die
hij zo graag wil, doodslaan.
Beste Joke, Beste Mia,
Dat ik vervelend ben wil ik toegeven (dat heeft wellicht redenen), dat ik zo overtuigd ben van mijn gelijk dat iedere discussie wordt doodgeslagen, is volstrekt niet mijn bedoeling. Als wetenschapper ben ik altijd erg open voor discussie geKijk, ik ben een oude(re) man , lees nu al meer dan 50 jaar, minsten 1 boek per week, eigen mij daarom het recht toe een uitgesproken mening over literatuur te hebben, en de neerval van de Nederlandse lireatuur gaat mij zeer aan het hart. Jullie zouden wel eens gelijk kunnen hebbe, dat ik gelijkhebberig ben, dat komt misschien dat ik mij volstrekt niet verbonden voel tot de cultuur van de jeugd in Nederland.
Ik wil Nederlandse schrijvers echt niets verwijten, maar vroeger kwam ik het wel eens voor dat ik na lezing van een boek meerdere exemplaren kocht om weg te geven. Ik vond het boek zo geweldig dat ik iedereen die leeservaring wilde geven. Voorbeelden: In de bovenkooi van JMA Biesheuvel, Dood Weermiddel van FB Hotz en Braziliaanse brieven van August Willemsen. Al heel lang brengt geen Nederlands literair werk mij tot dit soort enthousiasme (Thomas Roosenboom, Anton Valens, Martin Michael Driessen en Rein Hannik kwamen in de buurt). Menig buitenlands literair werk wel.
Ik wil wel onverzettelijk zijn in mijn kritiek op lezers van Nederlands werk.
Neem nou ‘Hotel Europa’, dat boek is gewoon een geintje. Die Pfeijffer, die heel goed kan schrijven en onbetwistbaar intelligent is, heeft gewoon nagedacht over wat in een boek te stoppen opdat Nederlandse lezers erin trappen en massaal een boek kopen (de schoorsteen moet immers branden). Suspense (dat kinderachtige gedoe over een schilderij), nog meer suspense (het gebruik van de eigen naam voor de hoofdpersoon, zodat we ons kunnen afvragen of de meningen van de hoofdpersoon die van de schrijver weergeven — zo flauw!), expliciete seks (nee mensen, Pfeijffer mocht willen dat hij zo goed neukte) en dan nog iets maatschappelijk relevants waarbij je de mensen flink opjut (overtoerisme in grote steden, en dan opschrijven dat het klootjesvolk er niet meer in, maar de schrijver wel). Het is werkelijk knap van Pfeijffer om aldus een bestseller te construeren, maar het getuigt wel van minachting voor de lezer.
Ik wel echt niet mijn gelijk halen, maar ik weiger te accepteren dat ‘Hotel Europa’ ook maar iets met literatuur van doen heeft.
(En die arme Pieter Waterdrinker die met ‘De rat van Amsterdam’ een vergelijkbaar boek schreef en dat volgens de critici niet als literatuur mocht worden aangemerkt.)
Beste Bies,
Heel sportief dat je inhoudelijk reageert.
Eerlijk gezegd ben ik het voor een heel groot deel eens met wat jij zegt over Buwalda
en Pfeijffer (met name over Grand Hotel Europa).
Je mag van mening verschillen over wat wel en wat geen literatuur is.
Misschien is deze plaats om te reageren niet geschikt voor de discussie die jij
graag wilt.
Aan alleen maar duimpjes om hoog of omlaag heb je niet zoveel.
@Bies ik heb geen idee u of u vervelend bent maar ik vind dit wel een opvallende opmerking: dat komt misschien dat ik mij volstrekt niet verbonden voel tot de cultuur van de jeugd in Nederland.
Grote kans hoor dat ik dit zelf ook heb later als ik groot ben maar het is wel jammer dat u dat heeft. Ik herken het wel van de jeugdboeken die nu populair zijn daar snap ik vaak niks van want rutger enzo hoe boeiend is dat nu. Maar dan bedenk ik me wat ik vroeger goed vond en dan ligt dat toch wel wat in dezelfde lijn. Dus ik heb laatst een boek van ze gelezen ik snap de jeugd tis niet mijn ding met toen ik jong was (nu 33)had ik het zeker wel leuk gevonden.
En geld dat ook niet voor literatuur voor volwassen? Dat elke generatie zijn eigen dingen heeft en dat het niet perse iets zegt over hoe goed of slecht het gesteld is met literatuur. Het lijkt mij meer anders zoals met mode. Ooit kon je alleen aan wijde broeken komen alle je echt je best deed want skinny was de norm. Toen verdween skinny, heel even dan maar toch, en was dat model weer moeilijk te vinden.
Ik snap wel dat als je een bepaalde stijl of onderwerpen fijn vind je dat nu mist maar herlezen is altijd goed!
Alleen er is nu ook veel goeds te lezen vind ik. En ik vond eerlijk gezegd de leeslijst vroeger afschuwelijk al die mannen dus ik heb nu veel geluk want ik kan veel vinden wat in mijn straatje past zonder al teveel moeite.
Oersoep vond ik echt fantastisch en heb ik aan iedereen aangeraden. Net als half leven, luister, mijn lesbische roman, al is dat geen oorspronkelijk Nederlandstalig werk wel is die tof en een interessante uitgeverij, kruimeldief, november en ik. En als het gaat om jeugdboeken ik vind Kelderkind fantastisch. En misschien kan u graphic novel een kans geven als u dat nog niet doet. Bijv jij gaat dood.
Ik bedenk me nu dat dit niet perse prijswinnaars zijn maar ik negeer dat gewoon. De kans dat wat wij nu bagger vinden over tig jaar als fantastisch wordt gezien lijkt me vrij groot. Kijk alleen al naar hoe weinig vrouwelijke auteurs weer nog lezen van vroeger terwijl die als goed gezien werden.
Op Buwalda na heb ik ze allemaal gelezen. Het boek dat met kop, schouders en eigenlijk ook romp boven de rest uitsteekt, is ” aan het einde van de oorlog” van Bert Natter. Ik hoop dat de jury ongevoelig voor hyperartistieke modegrillen kan zijn (zoals een hoofdpersoon uit de laagste opleidingsklasse die onbegrijpelijk dure woorden bezigt) en de genialiteit van dit boek op waarde weet te schatten!
Volgend jaar eens wat mensen nomineren zoals Farugh Karimi, dat zou een verrijking zijn!
Luna, dank voor je reactie.
Het is zo, naarmate de tijd voortschrijdt vallen grote schrijvers af. Al die Nederlandse schrijvers waarmee mijn geweldige leraar Nederlands ons lastig viel, wie leest ze nog. Dat is nu eenmaal zoals het gaat, maar toch maak ik mij zorgen. Ik heb veel Franse en Russische literatuur van de 19de eeuw gelezen, en daar heb ik veel aan te danken gehad (opgegroeid in Christelijke kringen ben ik door Dostojewski in het reine gekomen met het verlies van mijn geloof), maar deze literatuur wordt, naar mijn indruk, nauwelijks nog gelezen. Hetzelfde met de ‘klassieke’ Nederlandse literatuur: mijn favorieten Nescio, Elsschot, Bordewijk, welke jongere leest dat nog.
Luna, dat is allemaal niet erg,, als er maar wat voor in de plaats kwam, en daar heb ik zo mijn twijfel. De Nederlandse literattu is voor mij, als oude man, weinig interessant omdat het zo vaak over gender gaat; sorry, maar het interesseert mij ggen bal. Maar, Lisa, er worden buiten Nederland nog fantastische boeken door jonge mensen geschreven! Vergeet de VS, dat is allemaal stomvervelend, maar beperk je tot Europa: ‘Kassa 19’ van Claire-Louise Bennett is werkelijk fenomenaal, Koppernik heeft naast Bennett ook Cynan Jones en Daisy Johnson, en het fonds van Vleugels is echt geweldig met Adriana Harwicz, Julia Deck, Caroline Lamarche, Marie-Hélène Lafon en het recente boek van Félicia Viti (Het verticale meisje) zal je vat bevallen.
Lina, ik bedenk opeens hoe dankbaar ik ben voor al die schrijvers, mannen en vrouwen die mijn leven mooi hebben gemaakt, en ik weet zeker dat er voor jou ook allemaal van die schrijvers zullen zijn. Maar dan is het wel nodig eens wat oude kost te lezen (Balzac, Flaubert, Céline, Queneau, Babel, Nabokov, et cetera, et cetera) en de hedendaagse Nederlandse literatuur een beetje links te laten liggen.
@Bies ah ja maar dan is het verschil hoe we naar de hedendaagse literatuur kijken gewoon weg te groot. Ik vind de literatuur van nu heel goed en het is niet noodzakelijk voor mij om oudere schrijvers te lezen om anders naar het leven te kijken. Al hbe ik er genoeg gelezen en staat er nog genoeg op de lijst (maar vooral vrouwelijke auteurs).
Van de namen die u tipt ken ik alleen Daisy Johnson en die vond ik niet veel aan. De rest zal ik eens naar kijken bij de bieb.
En eerlijk gezegd vind ik het in het algemeen jammer hoe we in Nederland toch neer kunnen kijken op onze kunst en cultuur. Nederlandse films en series worden ook regelmatig afgebrand terwijl er veel goeds verschijnt. Idem dito voor muziek van eigen bodem. Ik juich het helemaal toe om minder gericht te zijn op de VS en meer aandacht te geven aan andere werelddelen maar ik denk dat er veel moois voorbij gaat als men bij voorbaat Nederlandse kunst en cultuur aan de kant zet. Het doet ook geen recht aan onze geschiedenis.
Om nog even in te gaan op het artikel van dit lijstje heb ik aan het einde van de oorlog gelezen en dat was echt indrukwekkend en zeker geen gender gezeur. En ik las in een ander artikel hier nog iets over het Vlaamse boek bananenlezers, erg grappig en verdiend zeker de nominatie voor een prijs. Erg leuk ook om zo goed op de hoogte te blijven van alles wat speelt in de uitgevers wereld.
Ik ben ” door dik en dun” gegaan,
door alle genomineerden te lezen.
Mijn voorkeur gaat uit naar
Nadia de Vries.
De Vries’ Overgave op Commando voelde alsof de 19de eeuw naar de 21e was gecopypaste. Een tikje Justine van De Sade, een flinke scheut Dickens, gelardeerd met Grunbergiaanse slapstickkitsch, et voila. Gruwelen maar. Toch denk ik dat ze het beste de tijdsgeest heeft weten te raken hiermee. Want dat is wel een beetje wat er gaande is op politiek niveau.
Bert Natter, daarentegen, had zijn boek 30 jaar geleden moeten schrijven. De Tweede Wereldoorlog kennen we nu wel en voelt ook wat gedateerd anno nu met wat er gaande is in de wereld.
Over Buwalda en Terrin kan ik zeggen: niet hun beste werk.
Coco Schrijber moet ik nog lezen, maar wat ik qua recensies las is het niet mijn boek. Dat dromerige geouwe…, poëtische gefilosofeer, nee, daar winnen we de oorlog niet mee.
En ja, we zijn in oorlog. Met de domheid. En de dommies zijn aan het winnen. Dat u het weet.
Betweters en lettervreters kunnen het niet laten elkaar te haten.