Recensie: Auke Kok – Mussert. Reis naar het kwaad
Goedgelovig en geneigd tot zelfbedrog
Zoals hij daar staat in het ochtendlicht, gehuld in een wit overhemd met stropdas, een donkere pantalon en een leren riem: zo had hij dat waarschijnlijk gedacht. Ergens rechts van hem de Noordzee, de zoute wind die met zijn haren speelt, en dan onbewogen kijken. Als de Leider die het beste met zijn volk voorhad. […] Een salvo weerklinkt door het duin.
Tachtig jaar geleden werd ir. Anton Mussert (1894-1946) geëxecuteerd op de Waalsdorpervlakte. Zijn reis naar het kwaad eindigde in het duinzand. Zijn vurig gewenste standbeeld kreeg hij niet, een uitstekende biografie wel. Historicus Auke Kok schreef een soepel leesbaar en knap boek over de leider van de NSB.
Was Mussert, de onderwijzerszoon uit Werkendam, maar gewoon ingenieur bij Waterstaat gebleven, dan had hij misschien wel een standbeeld gekregen of was er een brug of sluis naar hem genoemd. Hij was goed in zijn vak. Eigenwijs was hij ook, ambitieus, drammerig en ijdel. Nooit bang om hoger geplaatsten de les te lezen. Sowieso was hij niet bang. Hij bestond het om Adolf Hitler te onderbreken in diens monoloog en vloog in 1935 naar Nederlands-Indië in een tijd dat er bijna dagelijks vliegtuigen verongelukten.
Die reis naar Indië, waarmee Kok zijn biografie begint, was wellicht Musserts finest hour. De fascistische NSB, die hij in 1931 had opgericht, had het verrassend goed gedaan bij de verkiezingen en in Batavia werd Mussert warm ontvangen, onder meer door gouverneur-generaal Bonifacius de Jonge. Daarna heeft Mussert, ‘geïnfecteerd door de bacteriën van autocratisch Insulinde’ veel verkeerde afslagen genomen op zijn levensreis. Van wonderlijke strapatsen met vrouwen (hij trouwde met zijn tante) tot de manier waarop hij duizenden jonge mannen enthousiasmeerde om aan het Oostfront te gaan vechten voor de nazi’s. Zelfs toen twee neven sneuvelden, ging hij daarmee door.
Toen de Duitsers in 1940 Nederland binnenvielen, hief Mussert de NSB niet op, zoals sommige partijgenoten vroegen, ook al moest hij nu wel gaan collaboreren met de Duitsers. Tot aan Hitlers dood was Mussert gefascineerd door de Führer. Ondanks de tegenwerking door nazi’s als Seyss-Inquart, Himmler en Rauter, die hem maar een burgermannetje vonden, bleef Mussert erop vertrouwen dat Hitler het beste voor had met het Nederlandse volk. Alleen hij, Anton Mussert, kon ervoor zorgen dat Nederland een onafhankelijke positie in het Germaanse Rijk in zou nemen. Hij zou voorkomen dat Nederland een Duitse deelstaat werd. Hij deed steeds meer concessies en de NSB werd steeds antisemitischer, onder meer onder invloed van Meinoud Rost van Tonningen. Musserts Landstormers en Landwachters belandden goeddeels in handen van de SS en daardoor wist de bezetter zijn beweging alsnog met het radicale gedachtegoed te injecteren. Geen wonder dat het Nederlandse volk Mussert wilde zien hangen in de meidagen van 1945.
Auke Kok houdt niet van ‘moraliseren’, blijkt uit de inleiding. Hij wil vooral kijken naar hoé Mussert leefde, wat hij deed en wat zei. Dat levert een boeiend portret op van een man, van zijn omgeving en zijn tijd en van de keuzes die hij maakte. Kok maakt absoluut duidelijk dat Mussert aan de verkeerde kant van de geschiedenis stond en dat hij zich over de ruggen van anderen schandelijk verrijkte, maar laat ook zien hoe hard hij werkte en hoe goed hij kon organiseren. Kok noemt Mussert meer pragmaticus dan filosoof en stelt de vraag: ‘Misschien acteert hij zelfs het fascisme.’ De biograaf probeert wel verklaringen aan te dragen voor Musserts gedrag. Zo schrijft hij herhaaldelijk dat Mussert mensenkennis miste. Hij was goedgelovig en geneigd tot zelfbedrog, vooral als hij gevleid werd. De massale toejuichingen die hem ten deel vielen op de NSB-landdagen in Lunteren voedden de illusie dat alleen hij precies wist hoe Nederland bestuurd moest worden. Zelfs toen de nazi’s de oorlog verloren, dacht hij nog even dat hij zijn eigen leven wel kon redden. Met een fraai understatement schrijft Kok dat Mussert blijk gaf ‘van grote geestelijke soepelheid’ toen hij na de dood van Hitler naar Engeland keek als de redder van de Germaanse volken. Hij nam nog Engelse les in de laatste weken voor zijn executie omdat hij er rekening mee hield dat hij ergens in het buitenland zou kunnen gaan werken ‘in het belang van ons land’. Hij vond troost in het geloof. ‘God steunt mij en ik wil met gesloten ogen aan zijn hand gaan,’ zei Mussert tegen zijn predikant, maar tot diens verdriet wilde hij geen schuld bekennen voor zijn daden. Mussert wilde God eren zonder zijn politieke overtuigingen op te geven.
Petra Teunissen
Auke Kok – Mussert. Reis naar het kwaad. Hollands Diep, Amsterdam. 480 blz, € 35,-.
(foto: publiek domein, via het Nationaal Archief)
