Recensie: Dominique De Groen – Corpus Britney
Flessenpost aan vakgenoten #2
Beste Dominique,
Laat me beginnen met te stellen dat je met Corpus Britney een buitengewone roman hebt geschreven. Een roman waarvan ik eerlijk gezegd niet gedacht had dat ik hem ooit nog in het Nederlandse taalgebied zou lezen. Een boek dat zich schaamteloos durft te meten met de grote werken van de wereldliteratuur. Een boek dat onze tijd niet alleen probeert te vatten, maar er ook nog eens verklaringen voor probeert te geven. Een boek dat zoveel registers tegelijk bespeelt dat ik soms het gevoel had dat er geen mens maar een octopus achter de knoppen had gezeten.
Ik hoop dan ook oprecht dat je er in ons kleine kikkertaalgebiedje de erkenning voor zult krijgen die het verdient. Of nee, misschien juist niet. Misschien is het juist beter als het zijn cultstatus voorlopig nog even behoudt. Dat het zich voorlopig nog als geheimtip onder liefhebbers blijft verspreiden en het uiteindelijk, via een legertje lit bro’s en girls met obscure literaire vlogs en Substacks, zijn weg naar de Angelsaksische wereld zal vinden, al waar het, uitgeven door New Directions en vertaald door Max Lawton, die speciaal voor jou besluit zich ook het Nederlands nog eigen te maken, eindelijk naar waarde zal worden geschat.
Gezien de geringe hoeveelheid tijd die mij hier ter beschikking staat en de ongelooflijke hoeveelheid aanknopingspunten die je roman te bieden heeft, ga ik hier geen poging tot een samenvatting of analyse doen. Wie dat wel zoekt of verlangt, verwijs ik graag door naar de stukken van mijn collega’s Laurent de Maertelaer en Hanne Janssens, die in dat opzicht al puik en ook nog eens gratis toegankelijk werk hebben geleverd. Ik ben hier slechts om je nog een vraag te stellen. Een vraag die zich tijdens het lezen je boek steeds meer en meer aan mij opdrong. Zozeer zelfs dat ze me op een bepaald moment het zicht begon te ontnemen op wat ik er wel goed aan vond.
Hoe werkt magie nu precies voor jou? In een recente column roep je mij en al onze collega schrijvers namelijk op om, in tijd waarin literatuur maatschappelijk gezien steeds minder melk in de pap te brokken heeft, schrijven weer als een daad van magie te beschouwen. Als iets dat via de taal daadwerkelijk een verandering in de wereld kan bewerkstelligen: ‘de kunstenaar-chaosmagiër creëert en distribueert entiteiten (narratieven, personages, beelden, klanken, ritmes, kleuren), die zich nestelen in het bewustzijn van mensen en daar hun gedrag beïnvloeden. Elke lezer (of kijker, of luisteraar, want dit alles is natuurlijk op iedere mogelijke kunstvorm van toepassing) wordt een deelnemer aan een collectief ritueel, een collectieve bezwering.’
Tot zover volg ik je maar al te graag. Alleen in de uitwerking daarvan verschillen we denk ik nogal van elkaar. Voor mij heeft magie namelijk altijd twee kanten: een zichtbare en een onzichtbare kant. De zichtbare kant is de magische daad zelf. De spreuk die je uitspreekt. De kaarten die je legt. Het altaar dat je inricht. Het schrijven van het boek. De onzichtbare kant is wat het universum (of in het geval van de literatuur: de lezer) daar vervolgens mee doet. Een ondoorgrondelijk proces waar je, naar mijn bescheiden mening, verder helemaal geen controle meer over hebt. Het is niet voor niets een klassieke trope in verhalen over magie dat een spreuk of een vloek anders uitpakt dan de magiër bedoeld heeft. Net daarom kan het nuttig zijn om voor die inherente onzekerheid iets van ruimte in je magische praktijk in te bouwen. Ruimte waar het universum (of in het geval van de literatuur: de lezer) zich in kan nestelen en je zo dichter bij je gewenste doel kan brengen.
In jouw roman word ik echter met het tegenovergestelde geconfronteerd. Die is immers zo volgestouwd met details, kwinkslagen, metaforen, ideeën, bagatellen, koortsdromen, schertsen, plaisanterieën, voorstelllingen, ingevingen, impressies, concepten, niemendalletjes, symbolen, allegorieën, fantasieën, zinnebeelden, utopieën en al dan niet alternatieve werkelijkheden dat er voor mij als lezer eigenlijk helemaal geen ruimte meer is:
Daar lagen de weverij, de olieperserij, de smidse, de zeepmakerij waar het vet van dode zwijnen werd verwerkt, de duiventil waar uitwerpselen werden gespaard om het leer zacht te maken, de kippenren en het talghuis, de kuiperij en de bakkerij en de graanopslag, de looierij, de leerbewerkerij voor zadels en schoenen en de schrijnwerkerij voor ploegen, karren en spinnewielen, en daarachter de wijngaarden, doorkruist door wandelpaden met rozenstruiken aan weerszijden en bespikkeld met schaduw van alle soorten fruitbomen; en de olijfboomgaarden en de tuinen voor sinaasappelbomen, bloemperken en perfect gesnoeide heggen, en daarachter de velden vol tarwe, mais, bonen kikkererwten, linzen, pompoenen, watermeloenen en cantaloupes, omzoomd door boorden van schijfcacti, en daarachter al de landgoederen van de missie, twintig rancho’s van de oceaan tot de Sierra de San Bernardino met kuddes van tienduizenden runderen, paarden en muilezels, schapen en geiten en zwijnen – Rancho San Pasqual, Rancho Santa Anita, Rancho San Francisquito met zijn onafzienbare bendes kalkoenen, Rancho Cucumonga, Racho San Antonio, Rancho San Bernardino waar vaquero’s de paarden temden, Rancho San Gorgonio, Rancho Yacaipa, Rancho Jurupa, Racho Guapa, Rancho Rincon, Rancho Azusa, Rancho Chino, Rancho San Jose, Rancho Ybarras, Rancho La Puente, Rancho Mission Viga, Rancho Serranos, Rancho Rosa Castillo, Rancho Coyotes, Rancho Saboneria, Rancho Las Bolsas, Rancho Alamites, Rancho Cerrites…
Moest ik nu echt alle namen van elke rancho kennen? Of had ik ook met het beeld, het idee afgekund en het vervolgens zelf af mogen maken? We zullen het nooit weten, want dat is niet hoe je het geschreven hebt. In plaats van mij een opening te bieden, heb je me met een totaliteit geconfronteerd. Ergens is dat ironisch omdat je boek nu net thematisch gaat over al die mechanismen (aka het kapitalisme) die ons dagelijks leven controleren en een bepaalde richting op dwingen. Gek genoeg voelde ik in het lezen van jouw boek eenzelfde soort dwang, met alleen dat verschil dat ik jouw boek naast mij neer had kunnen leggen, als ik dat gewild had, en het kapitalisme natuurlijk niet.
Maar goed, zelfs met al deze tegenwerpingen in het achterhoofd kan ik niet ontkennen dat je een bijzonder boek geschreven hebt. Je hebt een stijl en een thema gekozen en daar alles, maar dan ook echt alles uitgehaald wat erin zit, zelfs al ben ik het er niet altijd mee eens of mis ik de magie die andere lezers er wel in lijken te vinden. Dat heb ik nog steeds liever dan iemand die zijn/haar eigen jeugdtrauma’s in een nogal uit de kluiten gewassen plot opdient en dat vervolgens als onweerlegbaar verkoopt. Blijf je eigen weerspaltige en netelige zelf.
Warme groet,
Jonathan van der Horst
Dominique De Groen – Corpus Britney. Uitgeverij het balanseer, Gent. 479 blz. € 28.

