Recensie: Ibe Rossel – Bloedspiegel
Van Bro’s before ho’s! tot broedermoord
Na Shakespeare kent me beter dan mijn lief is recent Bloedspiegel, het tweede boek van Ibe Rossel, verschenen. Ditmaal betreft het een essaybundel over beroemde broederlijke ruzies, van Romulus en Remus uit de Romeinse mythologie tot muzikanten Liam en Noel Gallagher van Oasis. Een frappant detail is dat Rossel zelf alleen maar zussen heeft en opgroeide in een ‘meisje-meisje-huishouden’. Ze benadert dit thema dus als buitenstaander, vanuit een vrouwelijk perspectief. Uiteindelijk staat in dit boek naast broederliefde vooral mannelijk geweld als onderwerp centraal: van verkrachting tot moord.
De verhalen over de Bijbelse Abel en Kaïn en de influencers Jake en Logan Paul zijn al vaker verteld, maar Rossels persoonlijke invalshoek is verfrissend. Ook haar reizen naar Herzogenaurach, Manchester en Rome zijn boeiend beschreven. Zo schetst ze Disibodenberg tegelijk realistisch en magisch als ‘een plek waar vrouwen met rust werden gelaten’. Zelf heb ik zin gekregen om naar Londen te gaan, om de roségouden brandblusser in de Courtauld Gallery met eigen ogen te zien en mijn nek te moeten strekken voor Peter Paul Rubens’ dramatische schilderij Kaïn doodt Abel (circa 1608-1609), dat prachtig op het omslag prijkt met de titel Bloedspiegel in sierlijke letters en een knalroze typografie.
De humoristische toon werkt goed, bijvoorbeeld in de beschrijving van de roségouden brandblusser in de kunstgalerij. Die kleur past bij de vaalroze muren, terwijl het schilderij waar het om draait juist te hoog is opgehangen. Daarmee laat Rossel zien hoe een detail ongewild hoofdzaak kan worden, en geeft ze daar een grappige draai aan: ‘Aan de hand van geweld, van conflict heeft Kaïn zich voorgoed weten te differentiëren. Met vragen als ‘welk brandblusapparaat ben jij?’ hoeft een moordenaar zich immers nooit meer bezig te houden.’
Naast sterke en originele observaties gebruikt Rossel ook geslaagde woordspelingen, zoals wanneer ze haar hartsvriendin belt met de woorden: ‘Stoor ik en ben ik gestoord?’ Daarnaast leer je als lezer ook interessante trivia, bijvoorbeeld over wie de eerste schriftelijke beschrijving van het vrouwelijke orgasme op haar naam heeft staan. Ook ben ik anders gaan kijken naar de uitspraak everything is copy, die hier een extra betekenis krijgt in de zin van iemand anders kopiëren.
Soms voelt het alsof Rossel zich verschuilt achter de vele bronnen en feitjes over broedertwisten. Daar lijkt ze zich overigens zelf van bewust, want op de eerste pagina schrijft ze al over haar talent om mensen te laten denken dat ze het achterste van haar tong laat zien, terwijl ze ‘hen enkel een grijns gunde’. Dit zal deels opzet zijn: de lezer telkens kruimels van haar eigen verhaal geven. Toch wordt die verwachting niet helemaal ingelost in het laatste hoofdstuk, waarin haar persoonlijke verhaal centraal staat en slechts twee pagina’s beslaat. Misschien is dat een tikje voyeuristisch van mij, maar ik had graag meer van haarzelf gezien – en bijvoorbeeld van haar zus en de knipperlichtman. Hopelijk komt dat uitgebreider naar voren in haar volgende boek, want schrijven kan ze zeker.
Elisa Ros Villarte
Ibe Rossel – Bloedspiegel: Een zusterlijke reflectie op broederlijk geweld. Das Mag, Amsterdam. 168 blz. € 22,50.
