Recensie: Marnel Breure – Feest in Freetown
Overlevingskunst
Vraag een willekeurig persoon naar Afrika en, ondanks dat er hoogstens eens een vakantieresort is aangedaan, heeft men vaak een mening klaar. Armoede, ellende, liegen en bedriegen, gebedel, oorlog, corruptie, ziekte. Mooie natuur, dat wel. Als er iemand is die na dertig jaar rondtoeren door onder meer West-Afrika een genuanceerder beeld kan scheppen is het schrijver en journalist Marnel Breure.
Maar zelfs zij, zo blijkt uit haar romaneske non-fictieboek Feest in Freetown, komt toch nog regelmatig voor verrassingen te staan, weet niet altijd haar eigen achtergrond, haar culturele bagage te verenigen met de plaatselijke gebruiken. Zelfs na al die tijd blijft het schipperen. Maar dat heeft ook iets moois, houdt de mens benieuwd.
Breure woont en werkt al vijf jaar in Sierra Leone, om precies te zijn in Freetown. Prachtige vergezichten, maar een bruut verleden. In al die tijd heeft ze geen bezoek gehad uit Nederland. Tja, de afgehakte handen, de kindsoldaten van de burgeroorlog, de uitbraak van ebola, om maar eens wat te noemen, zorgen niet bepaald voor een positief beeld van het land.
Breure heeft humor, zo begint ze haar tekst met een enkele regel na de titelpagina. ‘Dit boek gaat niet over Afrika.’ Maar waar gaat het dan wel over, over het hedonisme van de bevolking van Freetown, over hun ongekende overlevingskunst? Het wachtwoord is immers ‘genieten’? Deels, maar Breure heeft in feite een pageturner geschreven over haar persoonlijke zoektocht, haar verhouding met een donkere plaatselijke muzikant, met een land, met een mentaliteit.
Feest in Freetown heeft iets onweerstaanbaars. De veerkracht spat van de pagina’s. Van de schrijfster en van de beschreven personages, mensen van vlees en bloed, die ondanks het missen van een van de ledematen bitterzoet bij de dag leven. Het Afrikaanse hedonisme is van een totaal andere orde. Een scharreleconomie, een beetje stelen hoort erbij, de Freetownians zijn pragmatisch, hebben een ongekende religieuze en seksuele souplesse.
Prompt gieren op de eerste pagina’s de kogels rond de vertelster. Er is een opstand gaande, waarschijnlijk doordat de verkiezingsuitslag ‘niet al te transparant’ was. Iedereen is weer direct in hoogste paraatheid. Het zal toch niet? Elf jaar burgeroorlog zit nog vers in het geheugen. Ook al doen ze beslist niet aan herdenken, ook niet van overheidswege.
De toon is gezet. Geruststellende berichten van een minister, maar de straat zegt iets anders. Als de relatieve rust is weergekeerd gaat het leven verder. Breure helpt waar het kan, steunt met ingezameld geld bijvoorbeeld een student. Maar is hij wel naar de universiteitsstad gegaan, of heeft een van de plaatselijke vrienden van Breure van het eerste uur het geld opgegeten? ‘Ontwikkelingshulp’ is lastig.
En dat geldt ook voor haar partner, de rapper Rasmo. Ze probeert de verhouding te stabiliseren, ‘gelijk te trekken’, door voor hem een autootje te kopen waarmee een taxidienst kan worden begonnen. De perikelen rond de oude Renault Clio zijn een vermakelijke running-gag in dit intense informatieve boek. Breure is wit en relatief rijk, Rasmo is arm (geworden). Een worsteling die ook de oprechtheid van de liefde test. Is liefde ook sterker dan armoede?
De situatie in Sierra Leone is ernstig. Een regering die veel mooie plannen verkondigt, maar feitelijk weinig doet, behalve zo nu en dan de boel kort en klein slaan. Hulpverleners van buiten die goede sier maken, die bivakkeren in peperdure appartementen in resorts, alwaar ze goed betaald en wel leuke projecten voor de armen bedenken, armen die vaak ook nog eens aan de kush zijn, een met chemicaliën opgepepte hasj.
En dan is er ook nog ene bolle Jos, een gezochte Nederlandse coke-smokkelaar die bescherming zou genieten van de president en zijn clan, die een Escobar-achtige ‘heldenstatus’ zou hebben verkregen door gul te zijn bij de juiste mensen, die briefjes van honderd dollar uitdeelde op een plein aan de armen.
Scheve verhoudingen, elke dag opnieuw worden geconfronteerd met een nieuwe werkelijkheid. Breure moet met de Freetownians mee vindingrijk, flexibel zijn. Zij is een pessimist die in het diepst van haar gedachten een optimist wil zijn. ‘Freetown drukt me van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat monter doch hardhandig met de neus op de feiten.’
Feest in Freetown is een boek dat aankaart, nuanceert, maar ook sprankelt en danst. Een oogopener.
Guus Bauer
Feest in Freetown – Marnel Breure. Jurgen Maas, Amsterdam. 256 blz. € 24,50.

