Squaw Valley na een nachtwandeling

Een kolibrie boven de waterval is een bloemlezing van de laatste twee bundels van de Amerikaanse dichter Robert Hass (San Francisco, 1941): Zomersneeuw (2020) en De appelbomen in Olema (2010) – in die volgorde. In Nederland is hij weinig bekend, in tegenstelling tot in zijn geboorteland: van tot 1995 tot 1997 was hij bijvoorbeeld ‘Poet Laureate’ van de Verenigde Staten en in 2008 ontving hij de Pulitzerprijs voor zijn bundel Time and Materials.
De bloemlezing is samengesteld, vertaald en van een voorwoord voorzien door H.C. ten Berge. Hij vertaalde ook een selectie uit zijn vijf eerder verschenen bundels (Een verhaal over het lichaam, 2010).

In Nederland zouden we Hass een parlando-dichter noemen. Zijn poëzie is in de eerste plaats gericht op communicatie, en daarom makkelijk leesbaar – wat niet wil zeggen dat je het bij een enkele lezing kunt laten: meestal zegt hij meer dan je op het eerste gezicht denkt.
De communicatie kan zich ook afspelen in de gedachten van de dichter. In het lange gedicht ‘Een discussie over poëtica bedacht in Squaw Valley na een nachtwandeling aan de voet van de berg’ verbeeldt hij zich een discussie met de reeds overleden Poolse dichter en Nobelprijswinnaar Czeslav Milosz. Het begint zo: ‘Mijn vriend Czeslav Milosz keurde het surrealisme af. / Niet moeilijk om in de verbeelding de redenen waarom te verklaren.’ De dichter vertelt een anekdote en vervolgens stelt hij zich die gedachtewisseling met Milosz voor. Ze gaat over beeldspraak, het stijlmiddel waarmee Hass soms worstelt. Van beeldspraak om de beeldspraak (zoals bij de surrealist André Breton) moet Milosz niets hebben: er moet altijd een verbinding zijn met de werkelijkheid, het leven:

Hass’ stijl doet vaak aan als proza. Hij schrijft regelmatig lange zinnen waarin hij zichzelf onderbreekt of een zijpad inslaat, maar ze komen altijd op hun pootjes terecht. Daarnaast schrijft hij twee- of drieregelige gedichten, zoals ‘Voor Cecil, na lezing van Ohio Railroads’. Het is indrukwekkend. De dichter ontmoet een jongen die van het slagveld in een slachthuis is beland.

(Ohio Railroads is een lang gedicht van C.S. Giscombe, onder andere over de sociaal-geografische betekenis van spoorlijnen).

De dood speelt een belangrijke rol in beide bundels, evenals reflectie op het schrijven van poëzie, dat laatste soms heet van de naald, tijdens het maken van een gedicht. Verbeelding is voor hem een belangrijk poëtisch middel, maar steeds met de werkelijkheid als uitgangspunt, net als bij Milosz. Een mooi voorbeeld vinden we in het eerste gedicht van de cyclus ‘Notities in augustus: een sterfgeval’. Het gaat over de dood van de broer van de dichter, maar evenzeer over de wording van dat gedicht.

Die broer is dood gevonden door agenten; zij forceerden de buitendeur van zijn woning ‘met het oog / op een zorgcontrole’. Er was geen geweld gebruikt; volgens zijn vriendin Angela zag hij er vredig uit. Vervolgens stelt de dichter zich voor hoe alles in zijn werk kan zijn gegaan, een gevisualiseerd narratief noemt hij dat zelf. Hij wil het op papier zetten, als blijk van piëteit. Maar hoe? Onomwonden kennelijk, zonder versluiering, want ‘Ik meende dat / wat mijn gevoelens zou vertegenwoordigen / de afwezigheid van beeldspraak zou zijn.’ Maar dan ontdekt hij dat het anders zit: die piëteit blijkt onder andere uit de drieregelige, danteske strofen, ‘een vorm […] die Wallace Stevens graag / gebruikte, evenals mijn dierbare vriend Robert. / En, “zag er vredig uit” is een soort metafoor.’ Daar ging het dus niet om.
(Die ‘dierbare vriend Robert’ zal ongetwijfeld de modernistische dichter Robert Lowell zijn.)

In zijn poëzie blijft Hass vaak dicht bij huis: in zijn werk toont hij een diepe verbondenheid met de Californische natuur, maar dat maakt zijn poëzie niet minder interessant voor niet-ingezetenen, daarvoor is hij als dichter, vertaler en essayist te zeer internationaal georiënteerd. Bovendien zijn natuurbeschrijvingen vaak aanleiding tot herinneringen of beschouwingen die het lokale overstijgen.
De onderwerpen zijn gevarieerd. Vermakelijk is de titel van een drietal gedichten: ‘Drie voorstellen betreffende een onderwerp dat nog moet worden vastgesteld’. In het tweede denkt de dichter terug aan zijn schooltijd: ‘Je herinnert je de klok in de klas / En de houten lessenaar met zijn pennenbakje.’ Hij moet een toets afleggen over de vier vrijheden en twijfelt over de volgorde. De vierde herinnert de dichter zich nu niet meer. ‘Medische zorg misschien’. Was dat maar zo, gezien de desastreuze manier waarop Trump die poogt uit te kleden – hoogstwaarschijnlijk verwees de dichter daarnaar. (De vierde vrijheid is trouwens de vrijheid van godsdienst).

H.C. ten Berge heeft met zijn vertalingen goed werk verricht. Ze leiden hopelijk tot een grotere bekendheid van Hass in het Nederlandse taalgebied. Dat zou een verrijking betekenen.

Hans Puper

Robert Hass – Een kolibrie boven de waterval. Samengesteld en vertaald door H.C. ten Berge. PoëzieCentrum, Gent. 76 blz. € 23,00.