Met fictie sporen van betekenis blootleggen

Een ik – omdat De vrouw van het meer niet als roman of novelle wordt geafficheerd, mogen we aannemen dat het om de auteur gaat, de Frans-Belgische Sandra de Vivies – heeft op een rommelmarkt in het Berlijnse Schöneberg een partij fotonegatieven uit de jaren 1960 gekocht. Het gaat voornamelijk om vakantiekiekjes, waarop vaak kinderen zijn te zien, spelend in of bij wat vermoedelijk een kalkmeer is in de Mark Brandenburg. Eentje valt haar op omdat tegen de achtergrond van zo’n meer, langs de rand van de foto, een vrouw in een witte zomerjurk staat, van wie – door een onhandige beweging van de fotograaf? – alleen de rechterhelft van haar lijf is te zien.

Vormen de foto’s een verhaal? ‘Ik ben op zoek naar een kader of hoe om te springen met deze partij negatieven,’ schrijft De Vivies op een van de eerste bladzijden van De vrouw van het meer. Het is een tekst die soms een poëtische structuur heeft en dan nogal eens tamelijk ongrijpbaar is, maar op andere plekken hele concreet informerend van karakter is. Al na een tiental van de 174 bladzijden reikt De Vivies op literair-artistieke wijze onderzoekend en aftastend achterwaarts naar de nazitijd, met een methode die zij elders ‘onderzoeksfictie’ heeft genoemd.

Wat zo uiteindelijk onderzocht wordt in De vrouw van het meer – wat De Vivies dus tot kader kiest – is welke sporen van betekenis ideeën hebben getrokken die werden gepropageerd en in praktijk gebracht om ‘nutteloze gebrekkigen’, wier verzorging zwaar op de samenleving zou drukken, daaruit te verwijderen. Door de nazi’s werd die praktijd al in de late jaren 1930, toen het Duitse bewustzijn er rijp voor werd geacht, tot zijn uiterste, duivelse consequentie doorgevoerd. Na een jarenlange propagandacampagne die enerzijds hamerde op het gevaar van genetische verzwakking van het Germaans-Arische ras en anderzijds op de enorme kosten die de zorg voor nutteloze levens met zich meebracht, werden vanaf 1939 tussen de twee- en driehonderdduizend zorgbehoevende, geestelijk en/of lichamelijk gebrekkigen en lijders aan ernstige psychiatrische aandoeningen omgebracht. Zelfs zij die het zonder instellingszorg konden stellen, ontsnapten niet aan deze massamoordcampagne.

Het gaat hier om een kolossale misdaad, waar een collectief stilzwijgen over werd bewaard en die pas jaren na de oorlog als misdaad werd erkend. Bedenk dat eugenetica in de vorm van het verhinderen van voortplanting van mensen met ‘ongewenste’ erfelijke eigenschappen door middel van isolatie, sterilisatie en abortus al vanaf het begin van de twintigste eeuw in veel landen systematisch werd toegepast en in sommige nog tot de jaren 1960 gehandhaafd bleef.

De Vivies stipt dat wel aan, maar het gaat haar niet om nauwkeurig historisch onderzoek. Haar project is eerder literair-artistiek en gericht op het blootleggen van sporen van betekenis die de Nazi-eugenetica heeft getrokken en die na 1945 niet zomaar uit het collectieve bewustzijn verdwenen. Het citaat hieronder, van bladzijde 145, is misschien wel de duidelijkste weergave van haar benadering; het geeft tevens een indruk van de eigenzinnige wijze waarop De Vivies omgaat met interpunctie en syntaxis.

De nazi-ideologie wordt geïntegreerd in de school waar het kleine meisje daarna het jonge meisje dat later de vrouw van het meer wordt zich aan tal van rituelen houdt die aansluiten bij het programma van de eugenetische racistische staat. Door die handelingen die elke dag opnieuw herhaalde woordenreeksen wordt ze ervan doordrongen hoewel, misschien, tegen wil en dank, en neemt ze die later op in haar beelden: de zwermen actieve kinderen die vreugde uitstralen, kinderen die ze nooit anders dan in zwermen portretteert, nooit anders dan in hun opgetogen houding expressie.

De Vivies’ methode leunt sterk op vrij associëren. Zij is zelf met haar gedachten en haar dromen dus betekenisvol in de tekst aanwezig. Zulke technieken, bedoeld om het actuele politiek-maatschappelijke, de rol van het lichamelijke, het onderbewuste, het associatieve en het historische allemaal met elkaar te verknopen, leveren weliswaar fascinerende literatuur op, maar verlangen ook nogal wat van de lezer. Wie zich door de De Vivies mee laat voeren, beseft aan het eind veel te hebben gemist. Wie niks wil missen, beseft aan het eind dat herlezing nodig is.

In De vrouw van het meer is een twintigtal grofkorrelige zwart-wit afdrukken opgenomen van de verzameling negatieven die De Vivies verwierf.

Hans van der Heijde

Sandra de Vivies – De vrouw van het meer. Vertaald door Katelijne De Vuyst. Vleugels, Bleiswijk. 174 blz. € 25,95.